Lekkers van Bekkers

Komende zondag zal Mgr. Hurkmans een tweede standbeeld onthullen en zegenen van wijlen Mgr. Bekkers, bij de Heikese kerk in Tilburg. Het eerste was in St. Oedenrode, de geboorteplaats van deze ‘bisschop van het volk’ en tevens de plaats waar hij begraven ligt. Dat beeld toont hem met in de ene hand zijn staf en op de andere hand een liefkozend paartje. Gezien de verdere ontwikkeling in de Kerk en haar standpuntbepaling middels de encycliek Humane Vitae, is dit beeld niet alleen uiting van respect voor Bekkers maar ook van bewondering voor zijn ‘durf’ om tegen de gevestigde moraal van de Kerk in te gaan of minstens voor de kerkmuziek uit te lopen.
Wat horen we vaak? ‘Laat de Kerk zich met haar eigen dingen bezig houden en de ordening van de echtelijke liefde vooral aan de mensen zelf overlaten.’ Christus heeft zich toch echt met de ordening van de echtelijke liefde bezighouden (geen overspel, geen echtscheiding, geen begeerte jegens andere vrouwen, man en vrouw worden één vlees etc.). Zou Hij dat in deze tijd ook niet meer mogen doen? Of mocht Christus het wél (op veilige afstand van onze moderne tijd) maar de Kerk niet, omdat ze niet zo wijs is als Christus? Hoe dan ook, er blijft een schizofrene situatie ontstaan als katholieken zich niets aantrekken van de seksuele moraal van de Kerk maar wel blij blijven geloven en doen alsof ze volop katholiek zijn. Ze zijn het niet!
In Tilburg hadden we dinsdag - o Voorzienigheid -  een debatavond over Bekkers. Het was n.a.v. het boekje ’10 mythen over Kerk en Tilburg’, waarin C. de Quay de idee dat Bekkers een moderne bisschop was als mythe ontmaskert. In zijn bestuur, in zijn liefde voor pontificalia en in zijn pleidooi voor de basale dogma’s was deze bisschop bepaald niet modern! Heeft Bekkers voorzien wat hij met zijn bekende uitspraak in de Brandpuntuitzending van 1963 zou veroorzaken? Heeft hij het achteraf betreurd? Het eerste is moeilijk te zeggen. Het tweede wel. De archieven van Bekkers zijn nog gesloten; de vijftig nodige jaren zijn niet gepasseerd. Toch liet archivaris Van Deutekom wat horen uit de correspondentie van Bekkers met priesters en gelovigen, zij het anoniem. Bekkers is misschien geschrokken van de reacties in het land, maar hij vond dat de positieve reacties de negatieve overheersten. Tegenover het ongenoegen in het episcopaat stelde hij dat hij wel niet zo geleerd was, maar wel veel menselijke ervaring had. Hij heeft dan ook niets teruggetrokken van wat hij gezegd heeft. Hij zag de ontwikkeling in Nederland als een situatie waar ook andere landen, die nu nog moeilijk deden, naar toe zouden gaan. Was Bekkers een profeet? Ja, van selffulfilling prophecies. De dag na zijn televisieoptreden zat de spreekkamer van menig huisarts vol… Een van de deelnemers aan de debatavond vertelde over een zuster die hem gezegd had dat iemand die zo de deur openzet voor de wereld niet lang zou leven. Over profetie gesproken!
Volgens mij is Bekkers in deze hele kwestie sterk beïnvloed geweest door zijn adviseur Schillebeeckx. Die had aanvankelijk een moderne maar katholieke huwelijksvisie, getuige zijn boek ‘Het huwelijk. Aardse werkelijkheid en heilsmysterie’ (1963). De dingen die hij daarin zegt kunnen de katholieke toets der kritiek wel doorstaan. Hij kondigt aan het einde van het boek een tweede deel aan, waarin het meer zou gaan over de subjectiviteit van het huwelijk. Het is er nooit van gekomen. Want waarvoor is Schillebeeckx gaandeweg gecapituleerd? Voor de visie van de populaire anglicaanse bisschop Robinson (Honest to God, 1963). Die veroordeelt de traditionele moraal als ‘supranaturalistisch’. Liefde is het enig dat telt, dat ‘wet’ mag heten. Verder moeten alle ethische vragen per situatie beoordeeld worden. Je kunt er niets algemeens over zeggen. Je mág er zelfs niets algemeens over zeggen. Het is iets innerlijks. Zo kun je niet alleen niet meer zeggen wat liefde is, maar ook niet meer wat liefde níet is. Toch beweer ik: Als de kerk zegt dat het tegen de natuur van de menselijke liefde is om het genot kunstmatig los te koppelen van nieuw leven en van liefde, dan zegt ze iets waars. Je kunt het er niet mee eens zijn en zeggen dat we de natuurlijke beperkingen moeten transcenderen als mens, maar dan geef je eigenlijk toe wat natuurlijk is: de vruchtbaarheid van seksualiteit.
‘ Maar dat is zo moeilijk!’
‘Maar dat is onhoudbaar in de samenleving van nu!’
Het eerste is waar. Het tweede niet. Maar eerst nog Robinson. J. Bots s.j. wijst er in zijn boek over de recente kerkgeschiedenis van Nederland (De Rots, 1981) op dat Schillebeeckx aanvankelijk Robinson nog weerlegde en aanvulde, maar dat hij toen het boek in vertaling met duizenden per week ook in Nederland over de toonbank ging, mee begon te gaan met diens situatie-ethiek. Wat is de keerzijde van situatie-ethiek als het gaat om de huwelijksmoraal? Man en vrouw moeten zelf met hun geweten eruit zien te komen hoe ze omgaan met hun vruchtbaarheid.
Er moet nog veel onderzoek gedaan worden door historici om de precieze verbanden uit te pluizen. Besefte Bekkers dat de pil  geen geboorteregulering was maar -beperking? Hoe zou hij gereageerd hebben op Humanae Vitae? Wat zou hij gevonden hebben van de wetenschappelijk uitbouw van periodieke onthouding, die elk dedain daarover kan ontkrachten? In zijn gesprek in 1962 met de voorzitter van de NVSH, mevr. Zeldenrust-Noordanus, was hij in ieder geval zeer toegeeflijk en bijna onderdanig. De teneur is: Geef ons de tijd. We zullen er wel achterkomen dat jullie het goed bedoelen.
Bekkers had gevoel voor de menselijke zwakheid. Hij keek niet de andere kant op bij de gezinsproblemen van zijn tijd. Maar wat is nog beter dan mensen in hun zwakheid de kant van de wereld op laten gaan? Hen de kant van Christus op laten gaan. Karol Woytila had als student, op bezoek in Nederland, al door hoe het geloofspeil in Nederland zwak was, ondanks de sterke institutionele vormen. Hoe kan een christen zijn zwakheid eerlijk aanvaarden en tegelijk het elan vinden om zonder frustratie of hoogvliegerij zedelijk sterker te worden: door Christus meer te integreren in zijn bestaan. De mensen die beweren dat een moderne mens, en dus ook een moderne christen, de huwelijksopvatting van de Kerk niet kan waarmaken, zijn waarschijnlijk dezelfden die ook beweren dat het celibaat niet meer verplicht mag worden. Dat homoseksuele liefde ook mooi kan zijn. En dat je gerust opnieuw mag trouwen als een eerste huwelijk niet gelukt is. Waar of niet?
Het wordt tijd dat er meer getuigd wordt van de schoonheid van de zelfgevende liefde en de vreugde van de kuisheid. Die zijn net zo goed reëel  als de schoonheid en de vreugde van de eros. Maar ze vragen ook toeleg en ontwikkeling. Is het gek dat veel jongeren niks meer met dit aspect van de leer van de Kerk hebben? Er is tegen hen altijd afwijzend of gekscherend over gesproken. Hun geestelijk zintuig is niet ontwikkeld en daarmee is de auto-empirische backup voor het wijze onderricht van onze H. Moeder de Kerk  stil komen te vallen. Arme jongeren! Ze voelen zich al vreemd als ze 40 dagen geen seks hebben…
Dit gezegd zijnde, het blijkt overduidelijk dat de kust nog niet veilig is voor prelaten om hun voorganger Bekkers  in het zonnetje te zetten. Natuurlijk had hij excellente eigenschappen, maar datgene waar hij om geprezen wordt is precies datgene wat tegen het zittende episcopaat gebruikt wordt: (het gebrek aan) ruimhartigheid.
Mgr. Hurkmans is ook een man van het volk, evenals mecenas Jacques de Leeuw die het nieuwe Bekkersbeeld gesponsord heeft. Deze heeft drie idolen: Peerke Donders, Gerardus Majella en Mgr. Bekkers. Dat De Leeuw Bekkers als voorbeeld ziet is niet onbegrijpelijk; hij is er - naast hard werken - mede groot door geworden, met zijn tijdschriften die goed gedijden bij een minder strakke visie op de liefde. Maar een bisschop kan alleen maar kleiner worden door Bekkers, als hij niet de mediagenieke pose noch diens theologische vrij(zinnig)heid heeft, die altijd beter kunnen rekenen op applaus dan theologische duidelijkheid. Tenzij hij rustig het goede van Bekkers bevestigt en datgene waarin hij zwak was vrijmoedig aanvult, tegen de tijdgeest in. Of zou de gedachte zijn: ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’? Wie zei dat ook al weer? Johannes de Doper, van Jezus. Maar zo groot was Bekkers ook weer niet!


24 juni 2010, St. Jan de Doper.
Pastoor H. Schilder