In de koepels van de byzantijnse kerken hoog boven het aardse ge­woel, en als troost voor de biddende en vie­rende gelovige die zijn hoofd ten hemel heft, staat altijd Christos Pantokra­tor afgebeeld: Christus de Al­beheerser, de wereldbol in de hand. Wat betekent dit beeld voor ons en dus ook dit feest van Christus Koning?
Op de eerste plaats: het rijk Gods waarvan Christus de koning is zal overwinnen. Dat betekent troost en bemoe­diging in situ­aties waarin God afwezig lijkt, waarin andere machten de bo­ventoon voeren. Denkt u maar een talloze plaatsen in deze wereld waar onmenselijk leed geleden wordt, waar mensen elkaar bevechten en verjagen, waarin de duistere machten van deze wereld vrij spel lijken te heb­ben; denkt u maar eens aan de concentratie­kampen in de tweede wereldoorlog; maar we kunnen ook denken aan een uitzichtloos ziekteproces dat we zelf of in onze familiekring meemaken. In die situaties vooral mogen we opkijken naar de Pantokratoor, naar Chris­tus die dit alles overwint en wij met Hem. Is dat niet goed­koop? Is dat geen stoplap voor het verdriet van mensen, een goedkope troost: een koning, die niets doet om het lijden van de mensen te verlichten. Is zo'n God wel geloofwaardig? Die vraag wordt nogal eens gesteld. Waar­om doet God niets. En dan vraag ik: wat moest God dan doen? Met macht ingrijpen, de slechten van deze wereld een kopje kleiner maken? Dan zou Hij zich in de rij scharen van de wereldse macht­heb­bers, die juist de el­lende veroorzaken door geen respect te hebben voor hun medemensen, die denken met macht en geweld de wereld naar hun hand te zetten. God wil de mensen niet naar zijn pijpen laten dansen, zoals aardse machthebbers veelal doen. Hij respecteert ieders in­divi­duele vrijheid en daarmee ook het misbruik ervan voor de periode dat de mens op deze aarde leeft. Nee, God plaatst zich niet in de rij van de aardse machthebbers. Hoewel Hij de almach­tige is, speelt Hij niet de baas over ons. Maar Hij is er wel, zijn rijk is gevestigd in deze wereld, zijn troon is in onze wereld aanwezig. De rijken van de aard­se machthebbers, hoe hoog ze ook van de toren blazen, komen en gaan, maar dit rijk blijft voor eeuwig. Dat garan­deert de Pantokrator, Christus de Koning, zetelend aan de rechter­hand Gods. Maar als we nu even onze ogen van de hemel, van de toekomst neerslaan naar de werke­lijkheid van deze wereld waarin wij voorlopig nog moeten leven, dan zien we die Koning naast ons staan. Hij gaat om met tollenaars en zondaars, Hij geneest zieken, roept op tot bekering, tot liefde voor God en de naaste. Hij laat zich niet rechtstreeks in met de politiek van deze wereld. Hij wijst mensen persoonlijk terecht en roept op tot een persoonlijke bekering, tot anders leven. Hij noemt zichzelf tegenover Pilatus koning, maar niet van deze wereld, Hij is koning van de waarheid. Hij komt Gods waarheid brengen en wil die laten regeren in de harten van de men­sen. En in het evangelie van vandaag horen welke troon men voor deze Koning bereid heeft: de enige troon die Hij in deze wereld heeft, is het kruis. Hij regeert in machteloze liefde, zijn armen uitge­strekt naar de mensen en naar God.
Die Gekruisigde is de Pantokrator. Dat vergeten we nogal eens in de praktijk van het leven. We willen eigenlijk alleen maar de Pantrokra­tor zien. En we zeggen: Hij is toch almachtig; waarom laat Hij mij, of al die mensen in die oorlogsgebieden lijden? Waarom maakt Hij niet in een klap een eind aan al die ellende. Dan vraag ik: hoe is Hij de Pantokrator geworden, door in liefde, geloof en overgave te lijden en te sterven. Dat was zijn overwin­ning, dat was zijn Pasen. Zo gaat Hij ons voor, zo is Hij onze herder en Leidsman, onze Koning.
Hij wil dat wij deel uitmaken van zijn koninkrijk, hij wil heersen in ons hart. Maar hier en nu betekent dat ook voor ons: het kruis: je steeds bekeren van je egoïs­me, de liefde bewaren onder alle omstan­digheden, ver­trouwen op God en de liefde en de overgave bewaren, als de vuurproef van het lijden je treft.
Christus is Koning, zijn koningschap schittert in de hemel, hoog in de koepel van de kerk, aan het eind van het kerkelijke jaar, maar hier en nu is het nog verbor­gen in het kruis. Durven wij dat kruis te aanvaarden. Zo alleen is Christus onze waarachtige koning. Alleen langs die weg bereiken we de volheid van zijn Rijk. Amen.
Christus Koning C
Bij: 2 Sam. 5, 1-3
Kol. 1, 12-20
Luc. 23, 35-43