VRIJMOEDIGHEID ZONDER WIJSHEID

Iemand uit Tilburg zond me een geluidsbestand met een preek van oud-deken Huisman uit Gennep. Een priester die in zijn jeugd duidelijk retorica heeft gehad. Dat is niet zo vreemd, voor een redemptorist, van die leeftijd (86).  De preek krijgt op het einde een hartelijk applaus. Degene die hem mij zond, was er mee in zijn nopjes. Of ik er een keer met hem over zou willen praten? Liever niet. In plaats daarvan heb ik de preek uitgetikt en vertrouw hem zo aan het internet toe. Zo kan iedereen zien wat voor dwaasheid oude grijze priesters kunnen uitkramen. Boord of geen boord. 60 jaar priester of niet.
Als deken Huisman wegens zijn leeftijd wat steekjes liet vallen, had ik er begrip voor gehad. Als hij hier en daar iets oversloeg, allez! En zelfs een vergissing hier en daar was te vergoelijken geweest. We moeten elkaars schaamte ten slotte bedekken, indachtig de goede oude Noach (Gen. 9, 20-27). Maar hier gaat het om een doelbewuste aanval op het katholieke geloof. Een zodanige reductie van de geloofsinhoud, dat het met gejuich ontvangen zou worden in ieder antikatholiek milieu, omdat het elk kerkelijk spreken overbodig maakt. De mensen moeten zelf maar uitzoeken wat zij geloven en wat zij wel of niet doen. En dit alles met een beroep op Jezus Christus.
Deken Huisman is de bekendste priester van Gennep en omstreken. Iedere zondagavond waren er van hem woordjes te horen op OmroepGennepTV. En als je de filmpjes ziet, kun je je niet aan de indruk ontrekken: Dit is eigenlijk een aardige man. Nog vorig jaar stond er een interview met hem in het bisdomblad van Roermond, De Sleutel. Met Carnaval was Huisman in het dorp een vaste figuur die zijn rol met verve speelde. Inmiddels is hij geen deken meer, vanwege de reorganisatie in de Roermondse dekenaten. Ik meende ergens gelezen te hebben dat Huisman nog de eretitel ‘Monseigneur’ heeft gekregen, maar dat zal wel een boze droom zijn geweest.
Toen ik nog kapelaan was, organiseerde ik eens een uitstapje naar Gennep, waar St. Norbertus vandaan kwam. Zo kwam ik uit bij de klassiek klinkende én ogende deken Huisman. Onder zijn kerk had hij een museum van devotionalia ingericht. Kazuifels, monstransen, altaarschellen. Het was vooral heel veel. De kerk is prachtig, van architect Nico van der Laan, en in die tijd koste het weinig extra om onder de volledige lengte van de kerk een crypte te bouwen. Dit leverde een dubbelkerk op. Vroeger was de kindermis in de onderkerk en de gewone mis in de bovenkerk. Nu was de onderkerk een museum. Met deze herinnering in mijn geheugen, luisterde ik naar het geluidsfragment van de preek. Dat was heel raar, alsof je een oude leermeester hoort ontkennen wat hij zijn leven lang heeft overgebracht.
Toen ik de preek liet horen aan iemand die gewoond heeft in Limburg, reageerde die zo: ‘O, maar er zijn in Roermond heel veel priesters met een boord, die helemaal niet principieel zijn. Bij benoemingen kiezen ze om en om voor een progressieve en een conservatieve.’ Hoe het ook zij, in Gennep zal er weinig katholieks meer over zijn. Wel veel tradities die eraan doen denken, maar die verder op aimabele wijze zijn uitgehold. Ergens is het triest dat je laatste boodschap zo negatief is. Ik denk dat emeritus Huisman heel goed in de gaten heeft waar de schoen wringt in de Kerk, waar de pijn zit, maar dat hij niet meer het geloof en de energie heeft om daden van genezing te stellen. Dat is hem misschien niet kwalijk te nemen, maar hij had beter kunnen zwijgen.
Vrijmoedigheid kan Huisman niet ontzegd worden. Wijsheid wel.

Tenslotte, als wenk bij het lezen:
Laat u  niet afschrikken door wat retorische gezwollenheid hier en daar.
Let niet te scherp op historische onjuistheid.
Matig uw eisen van logica.
Beschouw deze preek niet als een ethisch handvest.
Alleen als u misschien verwekt bent bij een verkrachting - de Heer trooste u - zou ik u afraden de preek te lezen.

Tilburg, 20-2-11.
H. Schilder, pr.

PREEK VAN OUD-DEKEN E. HUISMAN
GENNEP, 31 december 2010.
Vannacht afscheid van het oude jaar. En het nieuwe jaar gaan we in.
De kerk.
De Rooms-katholieke Kerk.
De gedachte van oud en Nieuwjaar brengt naar voren dat ook de kerk eens afscheid moet nemen van het oude en zich moet openstellen voor het nieuwe.
De rooms-katholieke kerk is een veranderende kerk , een verouderde kerk.
In de Middeleeuwen is dat begonnen. Van oorsprong is de kerk van Christus en Christus was heel anders dan de kerk van vandaag. Deze roomkatholieke kerk heeft zich in de Middeleeuwen laten verleiden om de gebruiken en de gewoontes van de Middeleeuwen over te nemen.
Voor hen is toen gaan gelden, voor de leiders van de kerk, en ik hoor ook bij de leiders, maar het gaat erom hoe je je opstelt, voor de leiders van de kerk was het macht, macht, en dat bleek al uit de kleding. De kleding die men nu nog draagt. Paus en bisschoppen met hoge mijters op. Dure herdersstaven, gouden ringen aan de hand. Waar zijn we toch mee bezig? Die deftige kerk komt bij de mensen niet meer over. En deze kerk van de macht stuit met name de jongeren stevig tegen de borst. Daar kunnen zij zich niet in thuis voelen. De kerk heeft eeuwenlang bepaald, en doet dat nu nog, wat ieder moet doen en wat hij niet mag doen.
Er zijn maar twee geboden. Die heeft Jezus ons gegeven, toen een van de Farizeeën Hem vroeg: ‘Waar gaat het om?’ Toen zei Jezus: om deze twee geboden. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met al uw kracht en het tweede daaraan gelijk, je zult van je medemensen houden zoals van jezelf. Andere geboden gaf Hij niet. En wij zitten met geboden opgescheept die hete hangijzers zijn en waar de mensen zich niet meer aan storen en die toch door de kerk gevraagd worden.
Voorbehoedmiddelen. Verboden
Een van de jongeren zijn tegen mij vorige week, 99% gebruikt voorbehoedmiddelen. De kerk weet dat en toch blijft ze het verbieden. Hoeveel nonnen zijn er in Afrika verkracht en hebben abortus laten plegen? De kerk weet dat en toch wordt abortus veroordeeld. Ik wil niet zeggen dat het wel mag, dat is een heel aparte kwestie, maar wel duidelijk is, dat als ik aan u vraag: Wat meent u dat er gebeuren moet als iemand verkracht wordt, tegen de zin in?, dan zegt u: ‘abortus.’ Mag niet.
Euthanasie.  mag niet, is verboden. Maar wij mensen wij willen blijven leven en de dokters zijn kundig geworden, veel kundiger dan vroeger, en die houden ons in leven en die houden ons lang in leven en die houden ons zo lang in leven dat het eind een miserie wordt. Waarom niet gewoon dood laten gaan en ons die miserie besparen?
Homo’s wordt de communie geweigerd. Als ik de communie zou weigeren aan wie ik het moet weigeren dan kan bijna niemand van u te communie gaan, want als u voorbehoedmiddelen gebruikt mag u niet te communie. Als u een homo bent of lesbienne mag u niet te communie. Als u gescheiden bent en u hebt een nieuwe partner, wel of niet voor de kerk getrouwd, dan mag u niet te communie. Nou, waar blijft u dan? Wij weten dat. De leiding van de kerk weet dat.
Het is een beetje kort door de bocht wat ik hier vanavond vertel, maar… ik breng u wel aan het denken. Ik wil u namelijk laten zien dat alle regels en wetten die er zijn tenslotte bevestigd of ontkend worden door ieder van ons afzonderlijk. We hebben ons geweten en niet de stem van de paus of van de bisschop of van de pastoor of van de kapelaan of wie dan ook, kan voor u bepalen wat u moet doen en niet mag doen.
Uw laatste stem is de beslissingsstem, is uw geweten. En als uw geweten weloverwogen, welnadenkend zegt: ‘Dat kan niet, ik kan  mij aan die wet niet houden’, dan moet u uw geweten volgen. Als u tegen uw geweten ingaat, dan doet u zonde. En de stem van het geweten kan wel eens anders zijn als de stem van de priester.
Er zou  nog veel meer te zeggen zijn over de kerk van vandaag. Maar je kunt niet alles zeggen. Het is wel zo dat we in onze uitdrukkingen, in de taal van de kerk, we er ook volkomen naast zitten. Waarom spreken de gebeden van de Mis u niet aan? Waarom zegt de evangelielezing of Bijbellezing u heel weinig. Waarom slaat u een zucht van verlichting als priester ophoudt met preken. Waarom. Omdat die taal over uw hoofden heengaat. Als ik zou merken dat een van u op zijn horloge zit te kijken of het nog niet afgelopen is, dat zou vanavond kunnen want zo’n lange preek bent u niet gewend, dan zou ik onmiddellijk stoppen, maar ik zie geen horloge. Het gaat erom dat de taal van de kerk de taal moet zijn van u. Jezus sprak niet over de hoofden heen. Jezus was geen machthebber boven de mensen. Neen, Hij stond tussen de mensen, onder de mensen. Hij nam hun taal over. Hij sprak in hun taal. En wij zitten met die stijve taal opgeharkt.
Het samenzijn in de kerk, het moet een viering zijn zoals vanavond. Zo zouden alle vieringen moeten zijn, maar je speelt dat niet in 1-2-3  klaar, dat je allemaal geboeid bent, en dat je kunt luisteren naar mooie zang en naar het orgel, dat er warmte is voor zover dat mogelijk is in deze kerk, maar dat je saamhorigheidsgevoel hebt. Dat als je naar huis gaat zegt: ‘Dit was fijn, we waren hier samen als gelovigen, als één familie’, en niet als individualisten waarbij ieder zijnsweegs gaat en de rest laat maar lopen.
U zult misschien denken: Wat zegt die pastoor nou vanavond, die deken? Doet ie dat omdat ie toch weggaat? Neen, ik was het al veel langer van plan. En ik dacht: ik moet het doen voor ik wegga.  Nu kan het nog. En u moet ook niet denken dat ik tegen de kerk bent. Natuurlijk ben ik dat niet. Ik ben juist voor die Rooms-katholieke kerk. Ik sta er met hart en ziel achter. Ondanks al dat veile, ondanks alles wat er gebeurt in die kerk. En waarom sta ik erachter? Omdat ik in de kerk Jezus ChrsituS vind en Jezus Christus laat mij zien wie God is. In de kerk is Christus het ideaal . E n daarom houd ik van die kerk. U ook, hoop ik. Amen! [applaus].