“Ik geloof wel dat er iets is”, dat is de geloofsbelijdenis van veel moderne mensen: “Ik geloof wel dat er iets is”. En daarna gaan ze weer over tot de orde van de dag en daarin speelt dat “iets” nauwelijks een rol. Het heeft geen invloed op hun doen en laten. De waarden en normen van de “ietsisten” (zo worden ze wetenschappelijk al genoemd) zijn zo veranderlijk als het weer. Ze bewegen mee op de golven van de mode van de dag. Als samenwonen mode wordt, dan gaan de ietsisten daarin mee; als het zogenaamde maatschappelijke debat vindt dat het homohuwelijk moet kunnen dan zeggen de ietsisten: ja, het zou mijn ding niet wezen, maar er moet ruimte voor zijn. Ja, dat “iets” waarin ze zeggen te geloven, vindt eigenlijk alles goed. Het is het buiksprekende ik van de maatschappij: de afgod van onze tijd, de mens zelf. Het “iets” bestaat feitelijk niet buiten hen. Het is een afgod die vooral goedkeurt wat de mens op dat moment wil of aangenaam vindt. Het ietsisme is niets anders dan modern heidendom, een leven zonder God. 
Tegenover dat krachteloze, zielloze “iets” dat aan mensen geen richting en bezieling kan geven staat de majestueuze, boven alles en iedereen verheven, soevereine God van de Bijbel; de God van Abraham, Izaak en Jakob, de God van Mozes, de God van Jezus Christus. Hij is geen iets maar Iemand. Een Iemand die tegelijk onmetelijk ver boven ons verheven is en tegelijk ons geweldig dichtbij. “Hij is de God in de hemel boven en op de aarde beneden; er is geen ander.” Met die God kun je niet marchanderen. Hij heeft de wereld op een bepaalde manier en met een bepaalde bedoeling geschapen. En die bedoeling en de normen die daarmee gegeven zijn kun je al zien in de schepping, als je je verstand wilt gebruiken, maar mocht er nog twijfel zijn, dan geeft zijn Woord, de Bijbel, uitsluitsel. Hij geeft ons duidelijke voorschriften en geboden die we moeten onderhouden zoals Mozes en later ook Jezus zegt: “leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb”. Die God, die Iemand vieren we vandaag zoals Hij is zoals Hij zich geopenbaard heeft. We weten en belijden wie Hij is: de enige, de ene, de soevereine, de Schepper van hemel en aarde. En tegelijk drie Personen, Vader, Zoon en Geest, liefde in zichzelf. De volmaakte liefde van de Vader die de Zoon van eeuwigheid voortbrengt in de eenheid van de heilige Geest. Dit mysterie van de drie-ene God is iets anders dat dat stomme dooie iets waarin veel mensen zeggen te geloven. Temeer daar we in dat overweldigende mysterie van die drie-ene God kunnen worden opgenomen, mogen delen in die eeuwige liefde. God zelf - en dat is het evangelie - heeft ons die weg geopend in zijn Zoon. Als we geloven in Hem en gedoopt zijn in Hem, als we alles onderhouden wat Hij ons bevolen heeft, dan zijn we door Hem in de Heilige Geest opgenomen in de liefde van de Vader; zijn we op weg naar de voltooiing: de eeuwige liefde en zaligheid van God. Dat kan het “iets” ons niet beloven, dat kan alleen de drie-ene God.
Wij, priesters, zijn priesters van de drie-ene God. Wij mogen in Christus’ naam mensen de weg naar de verbondenheid met God, naar het eeuwig geluk wijzen. Wij mogen en moeten ze in Christus naam Gods geboden voorhouden. Wij mogen in Christus’ Naam het offer van onze verzoening met God en de Maaltijd van Gods toekomst vieren. Zo kunnen mensen hier en nu al leven in Gods liefde. Wij mogen mensen die van de weg zijn afgeraakt opnieuw met God verzoenen in het sacrament van de biecht. Dat is een mooie en verheven taak. Want zo kunnen we het echte geluk van mensen bevorderen. Maar het is ook een heel moeilijke taak in onze tijd.Het lijkt alsof steeds minder mensen oog hebben voor God en voor hun eeuwig geluk.. Ze luisteren niet naar Gods geboden. Het eeuwig leven lijkt hun niet te interesseren of ze denken dat je er vanzelf komt als je het maar goed bedoelt. Dat is de dwaasheid van het praktische heidendom dat het gevolg is van het ietsisme. Maar dat praktisch heidendom is er al bij veel mensen die af en toe nog een beroep doen op een priester. Er zijn mensen die dit volkskatholicisme noemen maar naar mijn mening is het vaak niet meer dan heidendom met een christelijk randje. Waarom zeg ik deze wat somber klinkende dingen? Ten eerste om begrip te vragen voor de moeilijke positie waarin een serieuze priester zich vaak bevindt. Er wordt niet eens verwacht dat hij Gods geboden voorhoudt want dan is hij te streng. Maar het is wel zijn taak. Hij moet niet moeilijk doen als het over gelegenheidsliturgie gaat. Want het is toch zo leuk wat mensen willen. De spanning die dat oplevert is soms niet gering. Je voelt je verantwoordelijk voor het heil van mensen die daar vaak helemaal niet bekommerd om lijken.
Ik zeg u dit ook opdat u zich bewust wordt van de tijd waarin wij als katholieken leven. We zijn een minderheid aan het worden. Dat is nog niet het ergste als we maar een zelfbewuste minderheid zijn die weet waarvoor ze staat. Die gelooft in de drie-ene God en wil leven volgens zijn geboden. Die niet meegaat met de ik-trend. Katholiek, durf te kiezen. Niet alleen vandaag, maar iedere dag in de praktijk van uw leven, in de zondagse viering van de eucharistie, in het gebed en in het christelijke leven.
Hoogfeest van heilige Drie-eenheid B
bij: Deut. 4, 32-34.39-40
Rom. 8, 14-17
Mt. 28, 16-20