
Als een mens alleen is, voelt hij zich ongelukkig. Als iemand zijn huwelijkspartner verliest, is de eenzaamheid het grote probleem. Mensen die in hun werkkring niet geaccepteerd worden, kinderen die buitengesloten worden in een klas of bij een spel voelen zich verschrikkelijk ellendig. Een mens alleen is onbestaanbaar. Een mens strekt altijd zijn handen uit naar de ander in de vraag: wil jij met me meegaan, vind jij me de moeite waard. En als het goed is, verschijnt op die vragende uitnodiging de ander als antwoord: ik accepteer jou. Ik ga met je mee. Zo ontstaat er collegialiteit, vriendschap en zelfs huwelijksliefde. En binnen dat "wij" van een gemeenschap kan een mens gelukkig zijn.
Maar dat geluk is nooit volmaakt. De ander mens kan nooit het volmaakte antwoord zijn op al je vragen. Ook samen blijven mensen met een heleboel vragen zitten. Even vanzelfsprekend als mensen hun handen naar elkaar uitstrekken op zoek naar gemeenschap, strekken ze daarom ook hun hand uit naar de Ander met een hoofdletter. En in die uitgestrekte hand ligt de vraag besloten: accepteert U ons, wilt U met ons meegaan. En God, die door mensen vermoed werd, heeft zich geopenbaard. Hij is naar de mens toegekomen. Hij heeft, lang geleden, tegen een slavenvolk in Egypte gezegd: Ik ga met jullie mee, ik accepteer jullie als mijn volk. En Israël heeft gemerkt hoe God met hen was, toen ze door de Rode Zee heen trokken, op hun tocht door de woestijn. Hij openbaarde zich tegenover de veelheid van goden van de heidenen als de Ene, de Eeuwige, de Onvoorstelbare, die geen beeld van zichzelf duldde. In de geschiedenis van Israël liet God zich op een onvoorstelbare manier kennen. Aanvankelijk alleen als de Ene, de Enige, de God van het verbond die geen ander naast zich duldt. Deze eerste openbaring heeft uiteraard in heel het oude testament een grote invloed gehad op de verhouding tussen God en de mensen. Hoewel God zijn volk nabij is, wordt toch vooral zijn verhevenheid, zijn totaal anders-zijn benadrukt. Angst en ontzag, de vreze des Heren zij de kenmerken van de godsdienst van het Oude testament. Als God zich toont op de Sinaï, bibbert het volk van angst. Dat is de wijsheid van de openbaring in de geschiedenis. De mensheid die zichzelf goden had gemaakt naar eigen maat, moest eerst doordrongen worden van Gods unieke Persoon. Pas als Israël daarvan tenvolle overtuigd is, laat God iets meer zien van zijn Wezen. Hij is niet alleen de Ene, maar binnen de Ene God is er een wij, is er gemeenschap. Van eeuwigheid brengt de Vader de Zoon voort en deze beide Goddelijke Personen blijven toch één God, verbonden met elkaar in de eenheid van Heilige Geest. Drie en toch één, gemeenschap en toch enig, wij en tegelijk ik; dat is het mysterie van God. Het mysterie van de eeuwige liefde. God kent de liefde op volmaakte wijze in zichzelf in de eenheid van de drie goddelijke Personen. Het ideaal van de liefde tussen twee mensen is: twee mensen die elkaar in hun wezen laten en toch volmaakt één zijn.. Dat is iets wat wij zelfs in het beste huwelijk slechts bij benadering bereiken. Dat ideaal bestaat in God. Het mysterie van de Drie-eenheid verduidelijkt wat er in het boek van de schepping staat: dat wij mensen geschapen zijn naar Gods beeld. Dat geldt niet alleen voor het individu, maar ook in ons samenzijn, in ons op elkaar betrokken zijn, zijn wij geschapen naar het beeld van de God die in zichzelf liefde is. En dat geldt heel bijzonder voor het huwelijk tussen mensen, dat is een bijzondere verwerkelijking van het beeld Gods zijn.
In Christus heeft zich de Drie-ene God geopenbaard en wel om ons op te nemen in de liefde van de Drie-ene God. Naar die volmaakte liefde hunkeren we immers als mensen in ons pogen naar gemeenschap en liefde. Die opname gebeurt door Gods Zoon, die als mens, als eerste van ons allen langs de weg van lijden en dood is terugkeerd in de liefde van de Drie-ene God. Hij heeft ons mens-zijn daarin meegenomen. En met Christus verbonden levend zijn wij hier en nu al in de liefde van God, waarin we eens, als wij de goede strijd gestreden hebben, definitief worden opgenomen. Hij heeft ons nu al zijn heilige Geest gegeven, die ons in Christus met de Vader en met elkaar verbindt.
Het mysterie van de drie-ene God, van de verhevenheid van de Vader, die in Christus door de Geest onze Abba, pappa, wil zijn, omsluit zo heel ons christelijk leven. Het is een mysterie dat ondoorgrondelijk is. Maar belangrijker is, dat we nu al door ons doopsel en door ons christelijk leven binnen dat mysterie mogen leven, dat we dankzij de Zoon opgenomen zijn in de liefde van God, die ons hoopvol einddoel is. Amen.



Hoogfeest van de heilige Drie-eenheid
Bij: Spr. 8, 22-31
Rom. 5, 1-5
Joh. 16, 12-15