Heer Denis zonder hoofd
‘Sint Denijs, patroon van Tilburg en Parijs!’ Zo zeggen ze dat in Tilburg, doelend op Sint Dionysius, de bisschopmartelaar van Parijs, die meesttijds wordt afgebeeld met zijn hoofd in zijn handen. Een echte cefalofoor. De oudste parochie van Tilburg is genoemd naar de H. Dionysius, alsmede de tweede en derde oudste parochie.
Er is een  nieuwe Denijs opgestaan in Tilburg, maar niet bepaald een Sint. Het is witheer Denis van de norbertijner priorij in Tilburg Noord.  Alleen zijn naam doet nog denken aan de heilige stadspatroon.  Hij valt in nummer 250 van het parochieblad confrčre Joost (uit Heeswijk) bij, die de censor van het bisdom Den Bosch afviel wegens het gebrek aan veelvormigheid en de overvloed aan gestrengheid in diens beoordeling van kerkelijke liederen. Het moet gezegd, wat Joost nalaat doet Denis wel: hij noemt ruimhartig de naam van de censor. Heel uitvoerig zelfs:  ‘Pastor Cor Mennen uit Oss, voormalig pastoor van de parochie H. Margareta Maria (Ringbaan West) in onze stad Tilburg.’ Waarom zo uitvoerig? Misschien omdat er een link gelegd wordt met mij als pastoor van deze mooie parochie, die eens toonbeeld van gezond katholicisme was en dat weer aan het worden is.
Welke argumenten gebruikt heer Denis tegen de liturgiehervorming in het bisdom? Eigenlijk maar één, en dat is niet eens een echt argument: ‘Wat al jaren een goede dienst heeft bewezen in de liturgie mag niet gebruikt worden.’ En dát kan hij zich niet voorstellen. Maar sinds wanneer zijn misbruiken die al jaren lang getolereerd zijn automatisch goed? Dat is hetzelfde als zeggen: ‘Jarenlang is het fijn geweest op school x en nu zegt de Onderwijsinspectie ineens dat we het niet goed doen.’ Tja, daarvoor is inspectie juist bedoeld; om cocooning tegen te gaan en de blinde vlekken weg te nemen ten bate van scholieren. Geen dankbare taak, maar wel een belangrijke.
Maar er is nog meer. De homokwestie in Reusel. Daarover zegt heer Denis: ‘Mensen uitsluiten  op gronde van hun geaardheid valt volgens mij vanuit onze christelijke bronnen op geen enkele wijze te verdedigen.’ Dat is toch sterk. Geen één enkele christelijke bron kan aangeboord worden om homoseksualiteit theologisch te verenigen met sacramenteel leven. Noch de Schrift, noch de Traditie, noch het Leergezag dat beide interpreteert, geeft enige ruimte om daarmee te sjoemelen. Maar misschien geldt ook hier weer het argument: Wat jarenlang fijn is gegaan, kan nu toch niet ineens fout zijn?
En dan de klap op de vuurpijl: het seksueel misbruik in de kerk. Hier geldt niet meer: Wat jarenlang fijn is gegaan, kan nu toch niet ineens fout zijn? Dat zou consequent geweest zijn. Fout, maar consequent. Neen, ook hier blijkt dat eigenlijk alleen op onnadenkende wijze de mening van de dag wordt gevolgd. Wij vinden het nu ineens verschrikkelijk dat kinderen door volwassenen seksueel worden bejegend, maar tot aan de zaak Dutroux werd daar (ook in de media) heel anders over gedacht en gepraat! Geen misverstand, heer Denis zit goed als hij ambtelijk misbruik hekelt. Maar wist hij dan niet van de holebi-weekends in de moederabdij van Heeswijk? Daar werd toch geen enkele probleem gemaakt van een homoseksuele levenswijze door katholieken? Was dat dan wel goed, enkel omdat het om meerderjarigen ging? Ja, ik hoor het heer Denis al denken.
In het ziekenhuis, zo schrijft hij, heeft hij over al deze dingen na kunnen denken. Eén optie heeft hij verdrongen, maar die is nou juist interessant: ‘Je voelt dat een ‘officiële’ kerk zich als maar restaureert en jou steeds minder zegt. Maar het gevoel is ook gegroeid dat de kerk ook van mij is, dat ik kerk ben en met anderen kerk kan en wil zijn: het Verhaal van God met mensen vertellen, vieren en leven. Daarom is eruit stappen voor mij geen weg. Datgene wat ook van mij is, wil ik verder mee ontwikkelen.’
Inderdaad, voor heer Denis is uit de kerk stappen niet ‘een’ weg. Het is dé weg. De weg van consequent het eigen verstand (lees: de waan van de dag) volgen, zonder je iets aan te trekken van wat de Kerk leert. Dat is wel moeilijk, maar misschien toch mogelijk. Wellicht dat het zelfs een stuk prettiger zou zijn, zowel voor de Kerk als voor heer Denis. Ook Henk Baars en Peter Nissen pleiten hiervoor. Een nieuwe Reformatie! Spannend! Zou het deze keer wel lukken: de kerk van Rome op haar knieën dwingen? Neen, natuurlijk niet. Maar deze lieden zijn al lang blij als ze niet op schoot hoeven zitten.
Een paar problemen doen zich wel voor. Gaan de neo-reformatoren nieuwe kerken bouwen? Waar halen ze het geld vandaan? Niet van de jongeren, want die geven - als ze  nog gaan - de voorkeur aan een authentiek katholiek milieu. Of gaan ze cafékerken stichten? De kroegbazen zitten waarschijnlijk niet te wachten op de schaarse inname van cafékerkgangers. Ook lastig is dat de Reformatoren nog geloof hadden in zonde en verlossing, in de goddelijkheid van Christus en de boosheid van de wereld. Wie zoiets niet heeft, mist de energie om een brede beweging te initiëren. En wie moeten de leiders worden van de cafékerken? Toch weer een soort bisschoppen? Cafébisschoppen? En wat als een cafékerkganger kritische vragen stelt over de waan van de dag? Mag hij dan blijven of wordt hij verbannen, zoals nu de trouwe katholieken in parochies waar caféachtige pastoors herder zijn?
Neen, wil heer Denis zijn hoofd erbij houden, dan komt hij ofwel tot inkeer ofwel hij keert zich af van de kerk. Alle andere opties zijn inconsequent. Dan doet hij Sint Denijs wel eer aan door hem na te volgen, n.l. rondlopen zonder hoofd, maar ik heb liever een heer Denijs mét  hoofd.

Pastoor H. Schilder
7 april 2010