"Gij hoeft niet bevreesd te zijn. Gij zoekt de Gekruisigde. Hij is niet hier. Hij is verrezen, zoals Hij gezegd heeft." Deze boodschap van de engel is de blijde boodschap van deze Paasnacht. Het leven van Jezus, zijn lijden, zijn kruisdood, zijn liefde voor God en de mensen zijn niet voor niets geweest, zijn niet stuk gelopen op de dood. God heeft Hem opgewekt. Hij leeft. Niet zoals van tevoren, aards beperkt, maar in heerlijkheid bij God. En dan vragen mensen van alle tijden: hoe kan dat nou: opstaan uit de dood. Het ligt buiten ons voorstellingsvermogen. Het lag ook buiten het voorstellingsvermogen van de leerlingen. Ze verzetten zich aanvankelijk tegen die ongelofelijke boodschap. Het lege graf overtuigde allerminst. Pas langzamerhand als de levende Heer zich aan hen toont, in de gebeurtenissen na de verrijzenis, geven ze zich gewonnen en komen ze tot geloof. En dat geloof is dan zo sterk dat ze er heel de wereld mee over trekken en het aan iedereen vertellen: Jezus leeft. Ze sterven voor die overtuiging. Het feit dat Jezus leeft, dat Hij de dood heeft overwonnen, gaat hun leven bepalen. Het wordt de belangrijkste drijfveer van hun leven. Ze gaan er anders door leven. Ze proberen Jezus' manier van leven in praktijk te brengen: ze gaan bidden net als Hij, vertrouwvol tot de hemelse Vader. Ze weten zich net als Hij onder alle omstandigheden in zijn Vaderliefde geborgen. Ze brengen hun lijden en hun verdriet in verband met het kruis van Christus en zien vol hoop uit naar de toekomst achter het kruis. Met Christus vrezen ze de dood niet meer zoals tevoren, omdat ze mensen van hoop zijn geworden. Ze brengen de liefde in praktijk. Ze proberen zichzelf te geven op de wijze van Jezus. In hun huwelijk zijn ze bereid meer te geven. Ze willen proberen zichzelf weg te cijferen voor hun kinderen, voor hun medemensen in nood. Zoals Jezus het deed op het kruis. Ze willen proberen hun lijden te aanvaarden en recht door zee te leven naar God toe. Hoe kon die vonk op de leerlingen over slaan? Hoe is het bestaan van de christelijke Kerk nu al bijna 2000 jaar, te verklaren. Het is de levende Heer die door zijn heilige Geest werkt onder mensen. Hen uitnodigt tot geloof, hen opwekt tot geloof in Hem en in zijn levende aanwezigheid. Zo zijn ook wij tot geloof gekomen, dankzij het getuigenis van onze ouders, van vele andere goede mensen, dank zij de Kerk. En er is met ons iets gebeurd - en ook dat vieren en gedenken we deze nacht. Wij zijn gedoopt. En dat doopsel is niet zomaar een gebaar van mensen, zodat we erbij horen. Het is een tweede geboorte, zoals Jezus zelf zegt. Bij onze natuurlijke geboorte zijn wij geboren uit het vlees. En wie vlees zegt, zegt zonde en dood. Krachtens onze natuurlijke geboorte zijn we lid van een zondige mensheid, die met God niet van doen heeft en moet sterven. In het doopsel zijn we herboren uit water en heilige Geest en ontvangen we nieuw, geestelijk en eeuwig leven. En we ontvangen dat leven van de verrezen Heer. Hij is de enige die het ons kan schenken, Hij die de dood overwonnen heeft. In het doopsel, zegt de apostel Paulus, laat Christus zijn gelovigen delen in zijn paalmysterie. In het water van de doop wordt de oude mens begraven en uit het doopwater staan we op als verrezen mensen, nu al met eeuwig leven in ons. In het doopsel merkt Christus ons als de zijnen. We dragen in ons het eeuwigdurend merkteken van het nieuwe menszijn, van het christen zijn, van het paasmensen zijn. En samen vormen alle gedoopten rond Christus het nieuwe volk van God. Dat doopsel geeft zware verplichtingen, zegt Paulus: je bent immers in diepste wezen door Christus omgevormd tot een nieuwe mens: dan moet ook leven als nieuwe mensen volgens de weg van Christus. Je hoort niet meer bij de oude wereld-van-dood en zonde, die hopeloze, ten dode gedoemde en van God afgekeerde wereld. Je hoort bij de verrezen Christus. Hij voedt je met zijn Woord, zoals het door de Kerk van alle eeuwen gepreekt wordt; Hij voedt je met de eucharistie, met zichzelf, het Brood van het eeuwige leven. Laten we ons in deze paasnacht opnieuw bewust worden van ons doopsel, van het eeuwig leven dat we ontvangen hebben, van de waardigheid van ons merkteken als christen en laten we leven als echte nieuwe mensen, die zich niet aan willen passen aan wat er aan zonde en verval is in onze huidige maatschappij is, maar die echt leden van de Kerk van Christus willen en durven zijn; niet de mode van dag, de meningen van de televisie, de schreeuwers van deze wereld zullen overleven. Morgen spreekt niemand meer over hen: alleen Christus leeft in eeuwigheid en allen die leven in en door Hem. Een zalig Pasen. Amen.
Paasnacht
PREKEN
paaskring
jaar a