Laten we vandaag op roepingenzondag een ogenblik stil staan bij het priesterschap en zijn betekenis voor het Kerk-zijn. We hoorden zojuist in het evangelie, dat Jezus zich de herder van de schapen noemt. Hij wil de herder zijn van de mensen. Hij wil hen voeren naar de grazige weiden van het eeuwig leven, naar de gemeenschap met de Drieëne God, naar het volmaakte geluk. Hij noemt zichzelf ook de deur van de schaapstal, dwz alleen door Hem kun je dat geluk binnengaan. Hij is de middelaar tussen God en de mensen. Hij is de hogepriester, die de mensen met God verzoent en door wie de mensen tot God kunnen naderen. Christus is de sleutelfiguur, de Herder, de Middelaar, de hogepriester, de deur naar het eeuwige leven. En Hij is dat geworden door als Herder zijn leven te geven voor zijn schapen; door als hogepriester zichzelf als het volmaakte offer van verzoening voor zijn medemensen aan de Vader aan te bieden en zo de weg naar de hemel te openen.
Dit herderlijk werk van Christus, dit Middelaar zijn tussen God en de mensen, die priesterlijke taak van Christus die de mensen met God verzoent wordt na Christus' Hemelvaart en na Pinksteren vervuld door de Kerk, door de volledige gemeenschap van zijn leerlingen, die door geloof en doopsel in Hem zijn. Zij zijn zijn Lichaam in de wereld, onverbrekelijk verbonden met het Hoofd in de hemel. Dit is het priesterlijk volk van God in de wereld, zoals de apostel Petrus zegt. Door ons gelovig getuigenis vanuit Christus, doordat wij gelovig handelen, heiligen wij de wereld en slaan wij een brug van God uit naar de wereld en brengen wij namens de wereld eer aan God. Wij zijn een volk van priesters. Wij, stuk voor stuk als gelovigen delen in het priesterschap van Christus en hebben de taak de wereld te heiligen en aan God geestelijke offers op te dragen, die Hem welgevallig zijn door Christus Jezus. Maar om waarachtig een priesterlijk volk te kunnen zijn in Christus, is het nodig dat Christus' onvervalste woord in dat volk weerklinkt opdat het er zich aan kan voeden; dat de individuele leden van dat volk door Christus zelf geheiligd worden, zodat ze hun priesterlijke taak in de wereld kunnen vervullen en dat dat volk door Christus zelf bestuurd wordt. Om dat in de heilige Geest te verwerkelijken heeft Jezus vanaf het begin uit de grote groep van zijn leerlingen de 12 geroepen en hen speciale volmachten gegeven om de gemeenschap in zijn Naam te leiden en toe te rusten. Het nieuwe testament getuigt ervan, dat de apostelen door handoplegging en gebed opvolgers en medewerkers aanstelden. Zo zien we van oudsher in de Kerk de bisschoppen als opvolgers van de apostelen met als medewerkers een college van priesters rond zich heen en enkele diakens. Zij vertegenwoordigen binnen de gemeenschap op een zichtbare en sacramentele manier Christus als het Hoofd van de Kerk. Door de wijding op een heel bijzondere manier met Hem verbonden en op een bijzondere wijze delend in zijn priesterschap, zijn zij er om in Christus' Naam het gelovige volk toe te rusten zodat het een priesterlijk volk kan zijn. Door hun gezamenlijke en eensgezinde mond klinkt onfeilbaar Christus' Woord waarvan het volk van God leeft. Door hun bediening voltrekken zich de heiligende sacramenten: met name het sacrament van de eucharistie, waardoor het volk van God wordt opgebouwd rond Christus en wordt gevoed met zijn Lichaam en Bloed, waardoor het volk met Christus de waarachtige eredienst en het offer van het nieuwe verbond aan de Vader aanbiedt; én door het sacrament van de zondevergeving, waardoor de zondaar weer in het heilig volk wordt opgenomen en met God verzoend. Door de bediening van de bisschoppen en de aan hen gehoorzame priesters wordt het volk van God in Christus' naam geleid en bestuurd. Niet vanuit zichzelf, niet vanuit een mandaat van de gemeenschap heeft de bisschop of de priester de volmacht tot preken, heiligen en besturen maar uit zijn sacramentele verbondenheid met Christus door het sacrament van de wijding. Hij is een sacrament van Christus in de gemeenschap, waardoor Christus zijn gemeenschap opbouwt. De hiërarchie in de Kerk zorgt ervoor dat we geen volk zijn, dat zichzelf weidt maar dat het de goede Herder zelf is die op sacramentele wijze zijn kudde weidt. Dat vergt van de priesters, dat ze hun ambt van prediking, heiliging en leiding niet op eigen houtje maar in eenheid met hun bisschop, in eenheid met de hele Kerk en dus in eenheid met Christus uitoefenen. Dat is wat momenteel nog wel eens ontbreekt. Men spreekt en handelt te vaak uit eigen naam of uit de naam van een groep in plaats van uit naam van de Kerk, in Christus' Naam. Dat vergt van de gelovigen, dat ze niet naar de mond gepraat willen worden, dat verlangen naar de sacramenten en het gemeenschappelijk gebed en dat ze de leiding van de Kerk willen aanvaarden.
We hebben een groot tekort aan priesters, maar hebben we misschien een niet nog groter tekort aan overtuigde gelovigen, die als waarachtige priesters in deze wereld bezig willen zijn in opdracht van Christus, die dezelfde is, gisteren, vandaag en altijd, en die daarbij laten blijken dat ze de authentieke priesterlijke bediening in de Kerk nodig hebben en niet zichzelf willen weiden. Amen.



Vierde zondag van Pasen
Bij: Hand. 2, 14a.36-41
1 Petr. 2, 20b-25
Joh. 10, 1-10
PREKEN
paaskring
jaar a