Pastoor C. Mennen
e-mail: info@mennenpr.nl
cui resistite
home

liturgie

getijdengebed
preken
voordrachten

vrijmoedig commentaar

ons geloof

documenten


Onder de intelligente waarnemers van het Vaticaanse gebeuren – oke, vergeet dat; onder de levende wezens met een spoor van bewustzijn – is het al enkele jaren bekend dat we van paus Franciscus, die een van de belangrijkere oorzaken is van de problemen waar de Kerk onder lijdt, niet kunnen verwachten dat hij een belangrijke rol zal spelen bij de oplossing van deze problemen. Dit omvat alles wat met seksueel misbruik te maken heeft en met de dodelijke greep van progressieve prelaten. Iedere maand die voorbijgaat zien we dat het voor de Peronistische paus “business as usual” is. Maar zoals veel auteurs hebben opgemerkt is dit pontificaat ondanks alle slechte dingen een geweldige gave van Goddelijke Voorzienigheid aan ons. Ja, dat kunnen we gerust zeggen. Want Franciscus heeft, voorbij iedere redelijke (en onredelijke) twijfel, duidelijk gemaakt, je zou zelfs kunnen zeggen tot een climax gebracht: het volslagen bankroet van het “katholicisme van Vaticanum II” met zijn lichtgewicht liturgie; zijn niet-ernstig verzet tegen de wereld, tegen het vlees en de duivel; en zijn doorlopend compromis met de heersende machten van het liberalisme.

Iedereen weer waarover ik het heb. Eens was ik een van die Talmoedische geleerden die poogden in de zestien documenten van het Concilie iedere cirkel vierkant te maken. Ik prees de orthodoxie van zijn teksten en klaagde over de veronachtzaming en vervorming van die teksten door kapers. Ik wist dat de loyale katholieke mentaliteit altijd zijn zinnen begon met “als maar…”; als de nieuwe liturgie maar juist werd gevierd…”; “als de nieuwe catechismus maar uitvoerig zou worden onderwezen…”; als de mensen overal maar de leiding van de grote Poolse paus zouden volgen….” (en later “de grote Duitse paus”).
In die omgeving heb ik vroeger geleefd. Maar sindsdien ben ik verhuisd naar een groter en mooier onderkomen en dat heet traditioneel katholicisme. Ik was het zat te leven in een onlangs gebouwd, waarschijnlijk energiezuinig en duurzaam maar in werkelijkheid een gammel, tochtig, krakkemikkig huis, voorzien van tl-buizen, en vol insecten, gebouwd door het enige oecumenische concilie dat geen plechtige definities opstelde en geen plechtige veroordelingen afkondigde. Ik kwam tot het inzicht, dank zij gedetailleerde studies van auteurs als Wiltgen, Davies, Amerio, Ferrara, de Mattei en Sire, dat de kapers geen mensen waren van na het Concilie maar degenen die binnen het Concilie slim stuurden richting het progressisme en het modernisme waar ze heimelijk naar verlangden. Ze hebben heimelijk “tijdbommen” in de documenten gelegd – onduidelijke zinnen die naar de ene of de andere kant gedraaid zouden kunnen worden en die inderdaad naar de ene of andere kant gedraaid werden in de alsmaar doorgaande bendeoorlog op alle niveaus tussen liberalen en “conservatieven” van elke kleur.

Ik begon in te zien dat het probleem de nieuwe liturgie was – niet in de duidelijk slechte manier waarin ze in heel de wereld werd “gevierd” maar in en uit zichzelf, in haar officiële boeken, hun teksten en hun rubrieken. Ook de nieuwe Catechismus, in zijn diffuse woordenbrij en in het verbloemen van moeilijke punten zoals de man, die het hoofd is van het huwelijk, was niet de magische oplossing; trouwens hij werd onlangs afgewaardeerd tot de status van een spiegelvijver voor de regerende Narcissus, die hem net zoveel waarde geeft als een vliegtuiginterview. Vooral kwam ik tot het inzicht dat  “zomaar de paus volgen” waarheen hij ook gaat te land, ter zee of in de lucht, niet alleen geen oplossing maar een groot deel van het probleem vormt. En wat is dat probleem? De verduistering in onze tijd van ieder samenhangend idee van wat katholicisme is, geweest is en altijd zal zijn – de gewilde verduistering, want “de mensen beminden de duisternis meer dan het licht omdat hun daden slecht waren”(Joh. 3, 19).

De liturgie die we gekregen hebben van Paulus VI, een gunst van aartsbisschop Bugnini en zijn all-star Consilium, is inderdaad een lichtgewicht liturgie die het gewicht van Gods glorie niet kan dragen en niet kan voorzien in de behoeften van de menselijke ziel. Velen kennen niets anders en hun lot doet me denken aan de zwart-witfoto’s van lange rijen mensen in Sovjet Rusland die op een korst brood stonden te wachten. Dat is niet wat de liturgie van de Kerk aan haar mensen in de voorbije eeuwen heeft geboden: zij bood hen een vorstelijk banket, een koninklijke vreugde, een glimp van de hemel, gemeenschap met de heiligen en de engelen. Ik zeg niet dat de preconciliaire liturgie altijd volmaakt was, want we weten dat ze dat niet was, maar de riten van de Kerk bezaten in zichzelf de densiteit en de schoonheid die een rijk liturgisch leven altijd mogelijk en dikwijls ook haalbaar maakten. Katholieken nu die teruggegaan zijn naar de traditionele liturgie zeggen vaak met verbazing: “Hebben ze dat allemaal van ons afgenomen?!” Ja, dat hebben ze gedaan: deze onvergelijkelijke school van gebed, deze onbuigzame staf om onze zwakheid te stutten, deze troostende schoonheid om onze aan de aarde gebonden zielen naar de hemel te lokken – dit is allemaal afgenomen en degenen die het gedaan hebben, wisten precies waar ze mee bezig waren en waarom. Eerder heb ik al gesproken van “niet-ernstig verzet tegen de wereld, tegen het vlees en de duivel”. Dat is het kenmerk van het postconciliaire katholicisme.  Verzet tegen de wereld? Nee, we moeten met de wereld een dialoog aangaan, haar begrijpen, met haar sympathiseren, haar accepteren, gemene zaak met haar maken, haar rotzooi recyclen en haar slogans overnemen. En weg zijn al de oude gebeden van de Mis die spraken van een geestelijke oorlog, van het bedrog van de Boze, de noodzaak van ascetisch geweld tegen onze gevallen natuur. Alles werd glad gestreken door de erkenning van de goedheid van alles en iedereen (alsof zij het alleen wisten). Zware exorcismen werden weggestreept uit de doopritus, waar zij sinds apostolische tijden in waren vanwege de geopenbaarde waarheid dat de mens na de zondeval onder de heerschappij van Satan staat en dat de hemelburgers uit zijn invloedssfeer moeten worden weggetrokken. Vasten- en onthoudingsdagen werden links en rechts afgeschaft; in plaats van een oude traditie te vernieuwen (zoals de kletsmajoors beweerden) werd het genegeerd of als bijgelovig afgeschaft. De enige richting was bergafwaarts: dispenseren, vereenvoudigen, verkorten, afschaffen.
Wat betreft zelfbeheersing: de seksuele moraal van het christenvolk wereldwijd, vooral in het Westen van waaruit de conciliaire documenten en hervormingen voortkomen, is op een absoluut dieptepunt – niet alleen vanwege de onverwachte omvang van de antiautoritaire revolutie van 1968, maar meer nog door een fundamenteel verlies van geloof in de heilbrengende waarheid en de bevrijdende kracht van Gods geboden. Nu, in 2018, plukken we de wrange vruchten van dit verlies aan geloof, dit gebrek aan zelfbeheersing, dit wegschrappen van alle ascese en strijd uit de christelijke levensvisie, dit dwaze optimisme dat door de Kerk van de zestiger jaren golfde en de demonische telg van het “Nietzscheaans katholicisme” ter wereld bracht. Het was een voortdurend compromis met de heersende krachten van het liberalisme, een afschilferen van de eisen van het evangelie, een onderdrukken van de harde waarheden en van de directe liefde tot God vóór en boven alles. Het einde is het nihilisme samengebald in dat onvergetelijke beeld van een priester, later kardinaal van de heilige Roomse Kerk, die een jongen misbruikt die toevallig de eerste persoon was die hij twee weken na zijn wijding gedoopt had.

Een lange tijd heb ik gedachte dat Johannes Paulus II en Benedictus XVI de goede strijd vochten tegen deze revolutionaire herinterpretatie van het christendom, maar na een paar spraakmakende interreligieuze ontmoetingen, het kussen van de Koran, ellenlange interviews met dialectische antwoorden op iedere vraag en andere van dit soort aanwijzingen, heb ik mijn enthousiasme voor hen als pastores verloren, hoezeer ik hen misschien heb bewonderd in hun filosofische en theologische geschriften (wat, hoe je het ook bekijkt, niet de eerste taak van een paus is). Het was een schok voor het systeem dat je je realiseert dat deze pausen, hoewel ongewtijfeld met goede bedoelingen eerder zwommen in een meer van limonade dan in de oceaan van de Traditie – het enige verschil daarbij is dat zij sterke genoeg waren om te blijven zwemmen en dat ze soms naar de hemel riepen om hulp in plaats van te verdrinken en naar de bodem te zinken als de molensteen die vastgemaakt is aan de nek van een kardinaal.

De laatste vijf jaar zijn niet een plotselinge ramp die uit het niets is gekomen; zij zijn het geconcentreerde sinaasappelsap van de laatste vijftig jaar, de laatste akte in het treurspel dat tot dit punt geëscaleerd is. Bergoglio is het destillaat van alle slechte tendensen in Roncalli, Montini, Wojtyla en Ratzinger, zonder één van hun bevrijdende kwaliteiten. De voorgangers van Franciscus waren tegenstrijdige en inconsequente progressieven; hij is een overtuigde modernist. Net als politiek conservatisme liberalisme in slow motion is, zo is postconciliair katholicisme modernisme in slow motion. Hoe eerder de mensen dit zien, des te eerder zullen het hele mislukte en kwellende experiment van het aggiornamento verwerpen ten gunste van een ondubbelzinnig aanvaarden van het katholieke geloof in zijn eeuwenoude en blijvend jonge liturgie, zijn geweldig harmonieuze en alomvattende leer, zijn veeleisende, levensreddende moraal. Laten we niet vergeten dat Johannes Paulus II en Benedictus XVI bieden betrokken waren bij de bijeenkomsten in Assisi; dat zij nooit de juistheid van het “slechten van de bastions”,  het “zich keren naar de wereld” en het aanvaarden van de moderniteit ter discussie stelden, die het kenmerk waren van Vaticanum II; dat zij met de ene hand het feminisme aanmoedigden terwijl ze het met de andere hand probeerden te beperken; en dat zij vooral en boven al zoveel verschrikkelijke bisschoppen en kardinalen hebben benoemd onder wie wij nu lijden.  (de auteur geeft dan een lijst van slechte bisschoppen en  kardinalen)

Het is niet allemaal de fout van Franciscus; inderdaad, hij oogst onverbiddelijk wat zij hebben gezaaid, zelf al breekt hij veel af van wat zij hebben opgebouwd. Uiteindelijk zijn er maar twee redenen dat wij een conclaaf hebben gehad met kardinalen die Bergoglio hebben gekozen: Wojtyla en Ratzinger. Meer in het algemeen zijn zij de reden dat wij een wereldwijd episcopaat hebben dat bestaat uit een kleine minderheid traditionele bisschoppen (waarmee ik bedoel bisschoppen die het katholieke geloof geloven, preken, onderwijzen en urgeren zoals het onder andere geleerd is door het Concilie van Trente) en een enorme meerderheid van wilde liberalen, tandeloze conservatieven en doorgewinterde bureaucraten. Als Johannes Paulus II minder tijd had besteed aan het bereizen van de wereld en het schrijven van lijvige, moeilijke, en nu meestal vergeten encyclieken (met “Veritatis Splendor” als de stralende uitzondering) en meer tijd aan zijn belangrijkste taak, nl. het screenen en uitkiezen van bisschoppen van beproefde rechtzinnigheid, morele integriteit, en toewijding aan de heilige liturgie, mannen zonder de minste zweem van liberalisme  of laxisme, dan zou de Kerk er op dit ogenblik aanzienlijk anders voorstaan. Hetzelfde zou gezegd kunnen worden van de geliefde maar grotendeels ondoeltreffende professor-die-paus-werd, Benedictus XVI. Dat hij een teruggetrokken persoonlijkheid had werd op 11 februari 2013 van een vergeeflijke eigenaardigheid tot een nachtmerrie. Deze twee pausen wisten ook – zoals we nu steeds meer in detail zullen zien – van het slechte gedrag in hoge kringen en ze namen zelden beslissende en straffe maatregelen om dit uit te roeien. Bergoglio viert de onnatuurlijke zonde en zijn voorgangers tolereerden haar. Bergoglio bevordert de vijanden van het katholicisme tegen wie zijn voorgangers bang waren te vechten.

***

Kunnen we tenslotte zeggen dat praktiserende en gelovige katholieken in het algemeen zijn ontwaakt uit hun dogmatische slaap? Ik zou willen dat het zo was. Helaas, het vermogen van de menselijke geest de werkelijkheid te ontkennen zelfs wanneer die overduidelijk is, is al te reëel, en het vermogen van ideologie om het oog te verblinden en het oor te verdoven is niet minder berucht. Maar voor mensen met de ogen open om te zien en de oren open om te horen, is de waarheid aan de dag getreden: het katholieke geloof zoals onze voorvaderen het geloofden en beleefden, het katholieke geloof zoals een enorme wolk van getuigen het kenden en geloofden, dit katholieke geloof is totaal verschillend van wat het Vaticaan heden ten dage uitvent. Wat het nieuwe regiem biedt is vergankelijk, broos, en zichzelf tegensprekend, alleen door macht bij elkaar gehouden.

Het alternatief is eveneens duidelijk: de moeilijke maar innerlijke samenhangende godsdienst, onderwezen door kerkvaders en de kerkleraren; gekoesterd door de monniken en de mystici; gezagvol verkondigd door de grote concilies; eensgezind gecodificeerd in honderden catechismussen; en boven alles lichtend en jubelend belichaamd in de grootse liturgische ritussen van Oost en West, de gemeenschappelijke erfenis van alle rechtzinnige christenen die de driewerf heilige Drievuldigheid in een ononderbroken traditie aanbidden. Dit, dit is katholicisme. Niets anders. Zoek het niet waar het niet te vinden is. Forceer of breek uw nek niet door te proberen een manier te vinden om naar de nieuwigheden te kijken alsof ze traditie zouden zijn, want het zal niet lukken. Zift niet de muggen terwijl u der kamelen doorslikt. Luister opnieuw naar het ene ware geloof dat in de oude evangelisatie de wereld heeft gemissioneerd.

Wat zal er voor nodig zijn om alle overgebleven katholieken te bevrijden van de laatste illusies rond de zogenaamde “nieuwe lente” van Vaticanum II? Ik weet het niet. Misschien zal slechts de dood  sommigen redden uit de jaloerse klauwen van het nieuwe paradigma, maar er zijn zeker vele tekenen dat de betovering  - of misschien correcter gezegd dat het luchtkasteel – aan het verdwijnen is, aangezien velen hun weg naar de ware godsdienst van Christus terugvinden. De periode van Vaticanum II is officieel in 1962 begonnen, en eindigde met de affaire McCarrick en Viganògate in 2018. Zesenvijftig jaar losbandig en lui leven veroorzaakten bij de menselijke gelijkenis van de Kerk een hartaandoening en zij stief van een plotselinge hartstilstand. Laten we haar begraven in ongewijde grond met de innige wens dat zij in de stilte van haar graf mag rusten en nooit weer mag opstaan.

Vertaling: C. Mennen pr

RIP HET KATHOLICISME VAN VATICANUM II (1962-2018)

door Peter Kwasniewski

Onderstaand stuk van de Amerikaans lekentheoloog Peter Kwasniewski is voor veel mensen erg heftig en radicaal, denk ik. Toch is het de moeite waard zijn gedachten serieus te nemen en te overwegen. Hij beschrijft een weg die ook ik heb doorgemaakt. Jarenlang heb ik het Concilie verdedigd tegen hen die het verkeerd uitlegden, de nieuwe liturgie verdedigd tegen hen die deze liturgie misbruikten. Die sacrosancte status die Vaticanum II voor mij had, heeft het ondertussen wel  verloren. Niet, omdat ik zou geloven dat Vaticanum II ketterijen zou verkondigen. Nee, maar wel dat er krachten achter het Concilie hebben gezeten die bewust hebben aangestuurd op de "pastorale" onhelderheid van formuleren die naderhand de mogelijkheid bood de ketterijen die men op het oog had te promoten op grond van de "totale nieuwheid van de leer van Vaticanum II" en de befaamde "geest van het Concilie". Leest u het stuk van Kwasniewski rustig en bedenk daarbij dat een louter pastoraal Concilie wel respect verdient maar geen onvoorwaardelijke instemming vraagt dan alleen met die waarheden die al eerder in de traditie gedefinieerd zijn. CM