Rond het jaar 110 na Christus schrijft de heilige Ignatius, bisschop van Antiochië in Syrië, in een brief aan de christenen van Rome: «Ik beleef geen vreugde aan vergankelijke spijs en aan de genietingen van deze wereld. Ik verlang naar het Brood van God, dat is het vlees van Christus en als drank wil ik zijn Bloed, het onderpand van de onvergankelijke liefde.» Ignatius is, als hij dit schrijft een gevangene, die zijn marteldood ziet naderen. Hij beseft, dat vergankelijke dingen in zich opnemen geen enkele zin meer heeft: vergankelijk eten en drinken in de letterlijke zin, maar ook in overdrachtelijke zin dwz alle aardse dingen, die we zo graag in ons opnemen, genot in allerlei vormen. Dat alles verliest zijn zin en betekenis in het zicht van de dood. En meer dan ooit verlangt hij naar de spijs en drank, die eeuwig blijven; verlangt hij naar eeuwige liefde, die de dood overwint. En die eeuwige liefde, de blijvende spijs en drank vindt hij in Christus en in de eucharistie. Zijn wij, medechristenen, in wezenlijk andere omstandigheden dan bisschop Ignatius? Nee, we zijn niet gevangen, niet op weg naar onze marteldood en we eten en drinken nog volop van de dingen van deze aarde. Maar toch: ondergaan wij niet soms de martelingen van het leven: ziekte, ouderdom, tegenslag. En we schuiven in gedachte onze dood wel heel ver weg, maar wie garandeert ons, dat hij niet voor de deur staat? Telkens weer worden we geschokt door plotselinge sterfgevallen in onze omgeving. We zijn eigenlijk geen van alle in een wezenlijk andere situatie dan Ignatius. Maar hoe is onze houding? Gooien we alles, of toch wel het merendeel van aandacht en energie op de dingen, die voorbijgaan, op aardse spijs en drank of staat zoals bij Ignatius Christus in het centrum van ons leven? En Christus, dat zien we bij Ignatius, is voor een gelovige katholiek wezenlijk verbonden met de eucharistie. Immers in de eucharistie is Christus persoonlijk aanwezig en wil Hij het leven van de gelovigen voeden met zijn Lichaam en Bloed. En daarmee is de vraag of Christus het werkelijke voedsel van ons leven is, of Hij echt centraal staat in ons leven, heel gemakkelijk uit de praktijk van ons leven te beantwoorden. Het is het antwoord op de vraag of de eucharistie centraal staat in ons leven. Dat is de gewetensvraag, die we ons vandaag op sacramentsdag, op dag dat we Christus' aanwezigheid onder ons in brood en wijn vieren, moeten stellen. Staat de eucharistie centraal in ons levensritme; bouwen we ons leven op vanuit en naar de eucharistie, dwz vanuit en naar de levende Christus onder ons. Of is het de eucharistie, de mis, die het eerst wijkt voor allerlei aardse beslommeringen of genietingen. Wie niet trouw de eucharistie viert, kan wel met de mond beweren, dat Christus centraal in zijn leven en dat hij in Christus gelooft, maar ik ben bang, dat hij dan in de praktijk bewijst meer te geloven in zijn eigen kracht, in de voorbijgaande dingen, die hij op dat moment leuk vindt dan in Christus. Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven en dat de Mensenzoon u zal geven, zegt Jezus. En Hij voegt er in het evangelie vandaag aan toe: dat Hijzelf dat voedsel is: en wel heel concreet dat je zijn vlees moet eten en zijn bloed moet drinken in de eucharistie. Duidelijker kan toch niet door Jezus zelf de veelgehoorde kletspraat weerlegd worden: ik geloof in Jezus, maar daarvoor hoef je niet naar de mis. Dat is dezelfde onzin, als wanneer iemand zou zeggen: ik wil wel in leven en gezond blijven, maar daarvoor hoef je toch niet te eten.
Geloof in Christus, een waarachtige christelijke levenshouding en de eucharistie hangen ten nauwste samen. Eerbiedig naderen tot de eucharistie en tot de communie is de hoogste vorm van geloof. En alleen vanuit Christus, die in je leeft door de eucharistie, kun je echt christelijk omgaan met de mensen en met de dingen om je heen. Zo alleen ben je sterker dan de dood, omdat Christus in jou sterker is dan de dood. Amen.

Hoogfeest van Sacramentsdag
Bij:Deut. 8, 2-3. 14b-16a
1 Kor. 10, 16-17
Joh. 6, 51-58
PREKEN
feesten
jaar a