Twee weken voor Pasen houdt de Kerk ons in de liturgie de apostel Paulus voor die zegt: Bij Christus vergeleken beschouw ik alles als verlies. Wie van ons kan hem dat nazeggen en toch zou dat eigenlijk moeten voor een christen. Wie van ons kan zeggen: dat Christus de voornaamste plaats in zijn leven inneemt. Er zijn van zoveel andere dingen, die niet bij Christus passen en toch een belangrijke rol in ons leven spelen. Hoe vaak ruilen we zogenaamde plezierige dingen van het leven in tegen gebed en kerkgang. Hoeveel tijd maken we vrij om Christus te kennen, om de gemeenschap met zijn lijden en de kracht van zijn opstanding gewaar te worden: voor gebed en bezinning, voor de viering van de eucharistie. Als we Paulus horen zeggen: "Om Christus heb ik alles prijsgegeven en houd ik alles voor afval als het er om gaat Hem te winnen en één te zijn met Hem." Staan wij daar niet allemaal erg ver van af. Natuurlijk Christus heeft een plaats in ons leven. We geloven in Hem, anders waren we niet hier. Maar Hij staat meestal tussen de  vele andere dingen, en dreigt soms door die andere dingen, dat drukke leven van ons met zijn bezigheden en zijn pleziertjes ondergesneeuwd te worden. Hij is vaak niet degene die ons leven beheerst, wiens gezelschap we zoeken zo vaak het maar kan; die onze beslissingen leidt. Toch wil de Kerk ons vandaag door heilige Paulus daarop wijzen: dat we, nu op Pasen af gaan, naar Pasen toeleven, ook ons leven meer op pasen moeten richten. Dat we ons de woorden van de apostel Paulus zouden moeten eigen maken: "Ik vergeet wat achter mij ligt, ik reik naar wat voor mij ligt. Ik storm af op het doel: de prijs van Gods heerlijke roeping. Deze vastentijd, en speciaal deze laatste periode, de passietijd roept ons op: het verleden, waarin Christus vaak op het tweede plan lag, achter ons te laten en het oog gericht te houden op Pasen de overwinning waartoe God ons roept. Ons vastberaden te richten op Christus, want alleen met Hem verbonden kunnen we dat basen bereiken. Dat klinkt heel mooi in theorie, maar in de praktijk van het leven van alledag is dat moeilijk; vergt dat bekering en zelfdiscipline om dat door te zetten. Voornemens maken we vaak genoeg, maar wat komt er van terecht in de praktijk van alledag: je dwingen om meer te bidden, om meer naar de kerk te gaan; jezelf dwingen te vasten. Komt dat ervan, of laten we ons weer meeslepen door dingen die niet veel met christen zijn te maken hebben, maar die gemakkelijker en plezieriger zijn. Hebben we tot nog toe iets van de vasten gemaakt? En beheerst Christus mijn hele leven, bepaalt Hij ons omgaan met ons medemensen, in huwelijk, gezin, werk? Hebben we ons geoefend in de naastenliefde. Vanzelf gaat het niet. Vanzelf blijven we steken in ruzies, in eigen gelijk. Vanzelf praten we over de fouten van anderen en zien onze eigen fouten over het hoofd. Vanzelf wijzen we net als de schriftgeleerden en de Farizeeën naar de vrouw en zegen: het is ongehoord. Als we bij Jezus willen horen moeten we ons inspannen om te vergeven, wat er ook gebeurd is of wat men ons ook heeft aangedaan. Anders staan we schuldig tegenover Hem. Medechristenen, nog maar twee weken en het is Pasen. We kunnen alleen echt Pasen vieren, als Christus in ons leeft. Als Hij ons leven beheerst, als Hij ons, ondanks onze gebrekkigheid levend mag maken. De hele christelijke traditie leert ons, dat er nogal wat versterving, nogal wat offer, nogal wat zelfdiscipline nodig is om Christus in je °' leven echt te kunnen toelaten. Er zit namelijk nog heel wat de oude mens van egoïsme en zonde in ons. Laten we wat ons nog rest van de vastentijd benutten om ons vrij te maken voor Christus, om zijn levenswijze meer de onze te doen zijn, zodat we Paulus werkelijk kunnen nazeggen: Ik beschouw alles als verlies, want mijn Heer Jezus Christus kennen gaat alles te boven. Amen.
5DE ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD
Bij: Jes 43, 16-21
Fil. 3, 8-14
Joh. 8, 1-11
PREKEN
paaskring
jaar c