In de Dienst van het Woord kan men kiezen voor twee of drie lezingen. Minstens één van de lezingen moet uitdrukkelijk over het huwelijk handelen. Die staan hieronder met een * aangegeven. Men dient dus minstens één lezing met een * te kiezen.

Er zijn twee mogelijke schema's:

A. Met twee lezingen

- Eerste lezing

- Antwoordpsalm of een ander gezang

- Evangelielezing

- Homilie (preek)

Voor de eerste lezing kan men kiezen uit hierna volgende serie eerste lezingen of uit de serie tweede lezingen. Het evangelie kiest men uiteraard uit de serie evangelies. Wel dient men er op te letten, dat óf de eerste lezing óf het evangelie uitdrukkelijk over het huwelijk dient de handelen. Deze lezingen zijn gemarkeerd met een *.

B. Met drie lezingen

- Eerste lezing

- Antwoordpsalm of een ander gezang

- Tweede lezing

- Alleluja en vers voor het evangelie of een ander gezang
In de veertigdagentijd alleen: Vers voor het evangelie of een ander gezang.

- Evangelielezing

- Homilie (preek)


NB: In sommige lezingen staan gedeelten tussen haakjes afgedrukt. Indien men wil kan men deze stukken weglaten. Laat men ze niet weg, dan dient men de haakjes te verwijderen.


Eerste lezing buiten de paastijd

1*
Uit het boek Genesis
          
1, 26-28.31a

In het begin, bij de schepping van hemel en aarde,
sprak God, toen Hij de dieren had geschapen:
"Nu gaan Wij de mens maken,
als beeld van Ons,
op Ons gelijkend;
hij zal heersen over de vissen van de zee,
over de vogels van de lucht,
over de tamme dieren,
over alle wilde beesten
en over al het gedierte dat over de grond kruipt."
En God schiep de mens als zijn beeld;
als het beeld van God schiep Hij hem;
man en vrouw schiep Hij hen.
God zegende hen, en God sprak tot hen:
"Weest vruchtbaar en wordt talrijk;
bevolkt de aarde en onderwerpt haar;
heerst over de vissen van de zee,
over de vogels van de lucht,
en over al het gedierte dat over de grond kruipt."
God bezag alles wat Hij gemaakt had,
en Hij zag dat het heel goed was.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

2*
Uit het boek Genesis
              
2, 18-24

In het begin, bij de schepping van hemel en aarde,
na de schepping van de eerste mens,
sprak God de Heer:
"Het is niet goed dat de mens alleen blijft.
Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past."
Toen boetseerde God de Heer uit de aarde
alle dieren op het land
en alle vogels van de lucht,
en bracht die bij de mens,
om te zien hoe hij ze noemen zou:
zoals de mens ze zou noemen,
zo zouden ze heten.
De mens gaf dus namen
aan al de tamme dieren en aan al de vogels van de lucht
en aan al de wilde beesten;
maar een hulp die bij hem paste,
vond de mens niet.
Toen liet God de Heer de mens in een diepe slaap vallen;
en terwijl hij sliep,
nam Hij één van zijn ribben weg
en zette er vlees voor in de plaats.
Daarna vormde God de Heer uit de rib
die Hij bij de mens had weggenomen,
een vrouw,
en bracht haar naar de mens.
Toen sprak de mens:
"Eindelijk been van mijn gebeente
en vlees van mijn vlees!
Mannin zal zij heten,
want uit de man is zij genomen."
Zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat
en zich zo aan zijn vrouw hecht,
dat zij volkomen één worden.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

3*
Uit het boek Genesis
             
24, 48-51.58-67

In die dagen sprak de dienaar van Abraham tot Laban:
"Ik heb de Heer gezegend,
de God van mijn meester Abraham,
die mij langs de juiste weg heeft geleid,
zodat ik voor de zoon van mijn meester
de dochter van diens broer mocht vinden.
Als u mijn meester uw vriendschap en trouw wilt betonen,
zeg het mij dan;
zo niet, zeg het dan eveneens;
dan kan ik ergens anders gaan zoeken."
Daarop antwoordde Laban en diens familie:
"Dit is een beschikking van de Heer,
wij kunnen er niets tegen inbrengen.
Rebekka staat voor u gereed;
neem haar met u mee
als vrouw voor de zoon van uw meester,
zoals de Heer beschikt heeft."
Zij riepen dus Rebekka en vroegen haar:
"Wil je met deze man meegaan?"
Zij antwoordde: "Ik ga mee."
Toen lieten zij hun zuster Rebekka vertrekken,
samen met haar voedster,
en met de dienaar van Abraham en zijn mannen.
Zij namen afscheid van Rebekka en wensten haar toe:
"Zuster, moogt u worden tot duizendmaal tienduizend
en moge uw nageslacht
de poort van zijn vijanden bezitten!"
Toen maakten Rebekka en haar slavinnen zich gereed;
zij bestegen hun kamelen en volgden de man.
De dienaar begaf zich met Rebekka op reis.
Isaak was teruggekomen van de bron Lachai-Roï;
hij woonde toen in de Negeb.
Bij het vallen van de avond
ging hij buiten wat afleiding zoeken;
toen hij zijn ogen opsloeg,
zag hij ineens kamelen aankomen.
Ook Rebekka keek op,
en toen zij Isaak zag,
liet zij zich van haar kameel glijden
en vroeg aan de dienaar:
"Wie is die man daar,
die over het veld naar ons toekomt?"
De dienaar antwoordde:
"Dat is mijn meester."
Toen deed zij haar sluier voor.
De dienaar vertelde aan Isaak
alles wat hij gedaan had.
Daarop bracht Isaak Rebekka in zijn tent
en nam haar tot vrouw.
Isaak kreeg haar lief
en vond troost voor het verlies van zijn moeder.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

4*
Uit het boek Tobit
                                  
7, 6-14

In die dagen
kwam Tobias met Azarias bij Raguël in Ekbatana.
Raguël sprong op, viel hem om de hals,
brak in tranen uit en prees hem gelukkig met de woorden:
"Jij bent de zoon van een nobel en voortreffelijk man."
Maar toen hij hoorde dat Tobit blind geworden was,
werd hij tot tranen bewogen.
Ook zijn vrouw Edna en zijn dochter Sara schreiden.
Tobias en Rafaël werden met grote hartelijkheid opgenomen.
Men slachtte een schaap
en zette hun een welvoorziene tafel voor.
Toen zei Tobias tot Rafaël:
"Broeder Azarias, als je nu eens ter sprake bracht
waar je het onderweg over gehad hebt.
De zaak moet haar beslag krijgen."
Rafaël deelde Raguël mee wat ze besproken hadden.
Daarop richtte deze zich tot Tobias met de woorden:
"Eet en drink en laat het je goed smaken.
Jou komt het immers toe
om mijn dochter tot vrouw te krijgen.
Maar ik moet je wel de waarheid vertellen.
Ik heb mijn kind al aan zeven mannen gegeven.
Maar in de nacht dat ze tot haar wilden gaan,
zijn ze om het leven gekomen.
Maar kom, doe je nu te goed."
Doch Tobias antwoordde:
"Ik zal hier niets meer van gebruiken,
voordat de zaak haar beslag gekregen heeft."
Daarop zei Raguël:
"Neem haar dan nu tot je vrouw, overeenkomstig de wet.
Jij bent aan haar verwant, zij behoort aan jou.
Moge de God van de hemel
jullie deze nacht voorspoed schenken, jongen,
jullie barmhartig zijn en vrede geven."
Toen riep hij zijn dochter Sara, nam haar bij de hand
en gaf haar aan Tobias tot vrouw met de woorden:
"Hier is mijn dochter,
neem haar volgens de wet van Mozes tot vrouw
en ga met haar naar je vader."
En hij zegende hen.
En nadat hij ook zijn vrouw Edna erbij geroepen had,
nam hij een blad papier
en maakte de huwelijksovereenkomst op,
die zij met hun zegel bekrachtigden.
Toen begonnen zij aan de maaltijd.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

5*
Uit het boek Tobit                              
  8, 4b-8

Toen Tobias en Sara in de huwelijksnacht
in de kamer alleen waren,
zei Tobias tot haar:
"Sta op, zuster, laten we bidden
dat de Heer zich over ons ontfermt."
En Tobias bad:
"Gezegend zijt Gij, God van onze vaderen,
en gezegend is uw heilige en heerlijke Naam
door de eeuwen heen.
Mogen de hemelen en alle schepselen U prijzen.
Gij hebt Adam gemaakt
en hem Eva, zijn vrouw, tot hulp en stut gegeven.
Uit hen is het menselijk geslacht voortgekomen.
Gij hebt gezegd:
het is niet goed dat de mens alleen is;
laten we een hulp voor hem maken die bij hem past.
Welnu, Heer, als ik mijn zuster hier tot me neem,
ga ik geen ongeoorloofde verbinding aan,
maar ben ik trouw aan de wet.
Betoon mij uw barmhartigheid
en laat mij aan haar zijde oud worden."
En Sara zei: "Amen."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

6
Uit het boek Spreuken
3, 3-6

Laat liefde en trouw u niet verlaten!
Bind ze om uw hals,
schrijf ze op de tafel van uw hart:
dan wordt gij bemind en als verstandig gewaardeerd
door God en de mensen.
Vertrouw op de Heer met heel uw hart
en verlaat u niet op uw eigen inzicht.
Denk aan Hem op al uw wegen
en Hij zal uw paden effenen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

7*
Uit het boek Spreuken
  
31, 10-31 of 31, 10-13.19-20.30-31

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?
Haar waarde gaat die van koralen ver te boven!
Het hart van haar man vertrouwt op haar
en het zal hem aan winst niet ontbreken.
Zij brengt hem geluk, geen ongeluk,
alle dagen van haar leven.
Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit
en doet ermee wat haar handen aangenaam vinden.
Zij is als een schip van een koopman
en haalt van verre haar voedsel.
Zij staat op terwijl het nog nacht is
en deelt leeftocht uit aan haar gezin
en geeft haar dienstmaagden het deel dat hun toekomt.
Zij slaat het oog op een akker en koopt die,
van de vrucht van haar handen plant zij een wijngaard.
Zij omgordt haar lenden met kracht
en maakt haar armen sterk.
Zij merkt dat haar ondernemingen slagen:
's nachts gaat haar lamp niet uit.)
Zij strekt de handen uit naar het spinrokken
en houdt de weefspoel in haar vingers.
Zij opent haar hand voor de behoeftige
en strekt haar armen uit naar de misdeelde.
Zij vreest voor haar gezin geen sneeuw,
want heel haar gezin is in scharlaken gekleed.
Zij vervaardigt dekens;
zij is in fijn linnen en purper gekleed.
Haar man is vermaard in de poorten,
als hij daar zetelt met de oudsten van het land.
Zij vervaardigt linnen kleren en verkoopt ze;
zij levert gordels aan de koopman.
Kracht en luister zijn haar gewaad
en zij ziet lachend de komende dag tegemoet.
Zij opent haar mond en zij spreekt wijsheid;
van haar tong komen lieflijke lessen.
Zij gaat de gangen van haar gezin na
en eet haar brood niet in ledigheid.
Haar zonen staan op en prijzen haar gelukkig,
haar man staat op en roemt haar:
"Veel vrouwen hebben zich flink gedragen,
maar gij overtreft ze allen!"
Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig,
maar een vrouw die de Heer vreest, moet geroemd worden.
Bejubelt haar om de vrucht van haar handen
en roemt haar in de poorten om haar werken.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

8
Uit het Hooglied                 
2, 8-10.14.16a; 8, 6-7a

(De stem van de bruid:)
Hoor, daar is mijn lief!
Kijk, daar komt hij aan:
springend komt hij over de bergen,
over de heuvels komt hij aangesneld.
Mijn lief is als een gazel,
het lijkt wel het jong van een hert.
Daar staat hij achter de muur van ons huis.
Hij ziet door het venster
en kijkt door de tralies naar binnen.
Nu roept mijn lief en zegt tegen mij:
"Sta op mijn liefste, kom toch, mijn schoonste.
Mijn duif, verscholen in de spleten van de rots,
in de holten van de bergwand,
laat mij je gezicht zien,
laat mij je stem horen,
want je stem is zo mooi,
je gezicht zo lieftallig!"
Mijn lief is van mij
en ik ben van hem.

(De stem van de bruidegom:)
Draag mij als een zegel op uw hart,
als een zegel aan uw arm:
want sterk als de dood is de liefde,
met de onverbiddelijkheid van het dodenrijk
sluit zij ieder ander buiten.
Haar vonken zijn bliksemschichten,
vlammen van de Heer.
Geen stortvloed van water kan de liefde blussen,
geen rivier spoelt haar weg.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

9*
Uit de Wijsheid van Jezus Sirach
         
26, 1-4.13-16

Een goede vrouw maakt haar man gelukkig
en het getal van zijn dagen wordt dubbel zo groot.
Een flinke vrouw is een vreugde voor haar man
en zij laat hem al zijn jaren in vrede doorbrengen.
Met een goede vrouw is men goed bedeeld;
wie God vrezen, krijgen haar als hun deel.
Rijk of arm, hun hart is gelukkig
en hun gezicht staat altijd opgewekt.
De bekoorlijkheid van de vrouw verblijdt haar man
en haar vaardigheid geeft merg aan zijn gebeente.
Een zwijgzame vrouw is een geschenk van de Heer
en beschaving is iets onbetaalbaars.
Een ingetogen vrouw is dubbel bekoorlijk
en niets weegt op tegen haar zelfbeheersing.
De zon die opgaat aan de hoge hemel van de Heer:
zo is de schoonheid van een goede vrouw
in haar welgeordend huis.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

10
Uit het boek van de profeet Jeremia
 
31, 31-32a.33-34a

"Er komt een tijd - godsspraak van de Heer -
dat Ik met Israël en Juda een nieuw verbond sluit;
geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb,
toen Ik hen bij de hand heb genomen
om hen uit Egypte te leiden.
Dit is het nieuwe verbond
dat Ik in de toekomst met Israël sluit:
Ik schrijf mijn wet in hun binnenste,
Ik grif ze in hun hart.
Ik zal hun God, en zij zullen mijn volk zijn.
Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden:
leer de Heer kennen.
Want iedereen, groot en klein,
kent Mij al"
- godsspraak van de Heer.
Wij danken God.

11
Uit het boek Hosea
2, 21-22

Dit zegt de Heer:
"Ik neem u als mijn bruid, voor altijd,
als mijn bruid, in recht en gerechtigheid,
in goedheid en erbarming,
als mijn bruid, in onverbrekelijke trouw:
dan zult gij de Heer leren kennen."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

Eerste lezing in de paastijd

1
Uit het boek van de Openbaring van de heilige apostel Johannes                      
19, 1.5-9a

Ik, Johannes, hoorde iets
als de machtige stem van een grote menigte uit de hemel.
En zij riepen:
"Alleluia!
Het heil en de eer en de macht zijn van onze God."
En een stem ging uit van de troon en sprak:
"Looft onze God, al zijn dienstknechten,
gij die Hem vreest, gij kleinen en groten."
Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte
en als het gedruis van vele wateren
en als het dreunen van zware donderslagen,
en zij riepen:
"Alleluia!
De Heer, onze God, de Albeheerser,
heeft zijn koningschap aanvaard.
Laat ons blij zijn en juichen en Hem de eer geven:
de tijd is gekomen voor de bruiloft van het Lam
en zijn bruid heeft zich al klaargemaakt.
Voor haar bruidskleed kreeg ze
smetteloos, blinkend lijnwaad,
zinnebeeld van de goede daden van de heiligen."
En de engel zei tot mij:
"Schrijf op:
zalig zij die genodigd zijn
tot het bruiloftsmaal van het Lam."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

TWEEDE LEZING

1
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome             
8, 31b-35.37-39

Broeders en zusters,
indien God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard,
voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd.
En zou Hij ons na zulk een gave
ook niet al het andere schenken?
Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen?
God die rechtvaardigt?
Wie zal hen veroordelen?
Christus Jezus misschien, die gestorven is,
meer nog: die is opgewekt
en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit?
Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?
Verdrukking wellicht of nood,
vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard?
Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk,
dank zij Hem die ons heeft liefgehad.
Ik ben ervan overtuigd
dat noch de dood noch het leven,
noch engelen noch boze geesten,
noch wat is noch wat zijn zal,
en geen macht in den hoge of in de diepte,
noch enig wezen in het heelal
ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods,
die is in Christus Jezus onze Heer.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

2
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome    
12, 1-2.9-18 of 12, 1-2.9-13

Broeders en zusters,
ik, Paulus, smeek u bij Gods erbarming:
wijdt uzelf aan Hem toe
als een levende, heilige offergave,
die Hij kan aanvaarden.
Dat is de geestelijke eredienst die u past.
Stemt uw gedrag niet af op deze wereld.
Wordt andere mensen, met een nieuwe visie.
Dan zijt ge in staat
om uit te maken wat God van u wil,
en wat goed is,
wat zeer goed is en volmaakt.
Uw liefde moet ongeveinsd zijn.
Haat het kwaad, houdt vast wat goed is.
Bemint elkander hartelijk met broederlijke genegenheid.
Acht anderen hoger dan uzelf.
Laat uw ijver niet verflauwen,
weest vurig van geest,
dient de Heer.
Laat de hoop u blij maken,
houdt stand in de verdrukking,
volhardt in het gebed.
Draagt bij voor de noden van de heiligen,
beoefent de gastvrijheid.
(Zegent hen die u vervolgen;
ge moet hen zegenen in plaats van hen vervloeken.
Verblijdt u met de blijden
en weent met hen die wenen.
Weest eensgezind.
Schikt u zonder hooghartigheid
in de omgang met gewone mensen.
Weest niet eigenwijs.
Vergeldt niemand kwaad met kwaad.
Hebt het goede voor met alle mensen.
Leeft voor zover het van u afhangt
met alle mensen in vrede.)
Zo spreekt de Heer
Wij danken God.


3
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome                       
13, 8-10

Broeders en zusters,
zorgt dat gij niemand iets schuldig zijt.
Uw enige schuld blijve de onderlinge liefde.
Wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld.
Want de geboden:
gij zult niet echtbreken,
gij zult niet doden,
gij zult niet stelen,
gij zult niet begeren,
en alle andere geboden
kan men samenvatten in dit ene woord:
'Bemin uw naaste als uzelf'.
De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad.
Liefde vervult de gehele wet.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.


4
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome                      
15, 1b-3a.5-7.13

Broeders en zusters,
wij moeten geen rekening houden met onszelf.
Laat ieder van ons bedacht zijn
op het welzijn en de stichting van zijn naaste.
Ook Christus heeft geen rekening gehouden met zichzelf.
God die de volharding en de vertroosting schenkt,
verlene u ook eensgezindheid
in de geest van Christus Jezus,
opdat gij één van hart
en uit één mond
de God en Vader van onze Heer Jezus Christus
moogt verheerlijken.
Aanvaardt daarom elkander als leden van één gemeenschap,
zoals ook Christus ons in zijn gemeenschap heeft opgenomen
ter ere Gods.
Moge de God van de hoop u vervullen
met alle vreugde en vrede in het geloven,
zodat gij overvloeit van hoop,
door de kracht van de heilige Geest.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.


5
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte     
6, 13c-15a.17-20

Broeders en zusters,
het lichaam is er niet voor de ontucht maar voor de Heer,
en de Heer voor het lichaam.
God heeft niet alleen de Heer opgewekt uit de dood,
Hij zal ook ons doen opstaan door zijn kracht.
Gij weet toch
dat uw lichamen ledematen zijn van Christus?
Wie zich met de Heer verenigt,
is met Hem één geest.
Onthoudt u van hoererij.
Elke andere zonde die een mens bedrijft,
gaat buiten het lichaam om,
maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam.
Gij weet het:
uw lichaam is een tempel van de heilige Geest,
die in u woont, die gij van God hebt ontvangen.
Gij zijt niet van uzelf.
Gij zijt gekocht en de prijs is betaald.
Eert dan God met uw lichaam.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

6
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte      
12, 31-13, 8a

Broeders en zusters,
gij moet naar de hoogste gaven streven.
Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles.
Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen:
als ik de liefde niet heb,
ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.
Al heb ik de gave van de profetie,
al ken ik alle geheimen en alle wetenschap,
al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet:
als ik de liefde niet heb,
ben ik niets.
Al deel ik heel mijn bezit uit,
al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood:
als ik de liefde niet heb,
baat het mij niets.
De liefde is lankmoedig en goedertieren;
de liefde is niet afgunstig,
zij praalt niet, zij beeldt zich niets in.
Zij geeft niet om de schone schijn,
zij zoekt zichzelf niet,
zij laat zich niet kwaad maken
en rekent het kwade niet aan.
Zij verheugt zich niet over onrecht,
maar vindt haar vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt zij, alles gelooft zij,
alles hoopt zij, alles duldt zij.
De liefde vergaat nimmer.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

7
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze   
3, 14-21

Broeders en zusters,
ik, Paulus, buig mijn knieën voor de Vader
naar wie alle vaderschap genoemd wordt
in de hemel en op aarde:
moge Hij u in zijn onmetelijke heerlijkheid geven
dat uw diepste wezen
machtig door zijn Geest wordt gesterkt
dat Christus door het geloof woont in uw hart
en dat gij geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.
Moogt gij in staat zijn, mèt alle heiligen, te vatten
wat de breedte en de lengte en de hoogte en de diepte is,
en te kennen de liefde van Christus
die alle kennis te boven gaat.
Moogt gij de volheid bereiken
die de volheid van God zelf is.
Aan Hem
die door de kracht welke in ons werkt,
bij machte is oneindig meer te volbrengen
dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden,
aan Hem zij de heerlijkheid
in de kerk en in Christus Jezus,
tot in alle geslachten,
van eeuwigheid tot eeuwigheid!
Amen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.


8
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze                    
4, 1-6

Broeders en zusters,
ik, Paulus, de gevangene in de Heer,
vraag u met aandrang:
leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping
die gij van God ontvangen hebt,
in alle deemoed en zachtheid,
in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend.
Beijvert u de eenheid van de Geest te behouden
door de band van de vrede:
één lichaam en één Geest,
zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop
waarvoor Gods roeping borg staat.
Eén Heer, één geloof, één doop.
Eén God en Vader van allen,
die is boven allen en met allen en in allen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

9
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze               
  4, 23-24; 32-5, 2

Broeders en zusters,
geheel uw denken moet zich vernieuwen.
Bekleedt u met de nieuwe mens,
die naar Gods beeld is geschapen
in ware gerechtigheid en heiligheid.
Weest goed voor elkaar en hartelijk.
Vergeeft elkaar
zoals God u vergeven heeft in Christus.
Weest navolgers van God
zoals geliefde kinderen past.
Leidt een leven van liefde
naar het voorbeeld van Christus,
die ons heeft bemind
en zich voor ons heeft overgeleverd
als offergave en slachtoffer,
God tot een lieflijke geur.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

10*
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efe           
5, 2a.21-33 of 5, 2a.25-32

Broeders en zusters,
leidt een leven van liefde
naar het voorbeeld van Christus,
die ons heeft bemind
en zich voor ons heeft overgeleverd.
(Weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus.
Vrouwen, weest onderdanig aan uw man als aan de Heer.
Want de man is het hoofd van de vrouw,
zoals Christus het hoofd is van de kerk.
Hij is ook de Verlosser van zijn lichaam,
maar zoals de kerk onderdanig is aan Christus,
zo moet ook de vrouw haar man in alles onderdanig zijn.)
Mannen, hebt uw vrouw lief,
zoals Christus de kerk heeft liefgehad:
Hij heeft zich voor haar overgeleverd
om haar te heiligen,
haar reinigend door het waterbad met het woord.
Hij heeft de kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid,
zonder vlek of rimpel of fout,
heilig en onbesmet.
Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben,
zoals ze hun eigen lichaam liefhebben.
Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf.
Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat;
integendeel, hij voedt en koestert het.
En zo doet Christus met de kerk,
omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam.
'Daarom zal de man vader en moeder verlaten
om zich te hechten aan zijn vrouw,
en die twee zullen één vlees zijn.'
Dit geheim heeft een diepe zin.
Ik voor mij betrek het op Christus en de kerk.
(Hoe dit ook zij,
ieder van u moet zijn vrouw beminnen als zichzelf
en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.)
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.


11
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi                        
      4, 4-9

Broeders en zusters,
verheugt u in de Heer te allen tijde.
Nog eens: verheugt u!
Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn.
De Heer is nabij.
Weest onbezorgd.
Laat al uw wensen bij God bekend worden
in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging.
En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.
Tenslotte, broeders en zusters,
houdt uw aandacht gevestigd
op al wat waar is, al wat edel is,
wat rechtvaardig is en rein,
beminnelijk en aantrekkelijk,
op al wat deugd heet en lof verdient.
En brengt in praktijk wat u geleerd is en overgeleverd,
en wat gij van mij hebt gehoord en gezien.
Dan zal de God van vrede met u zijn.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.


12
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse                       
3, 12-17

Broeders en zusters,
bekleedt u als Gods heilige en geliefde uitverkorenen
met tedere ontferming,
goedheid, deemoed, zachtheid en geduld.
Verdraagt elkander en vergeeft elkander,
als de een tegen de ander een grief heeft.
Zoals de Heer u vergeven heeft,
zo moet ook gij vergeven.
Voegt bij dit alles de liefde als de band der volmaaktheid.
En laat de vrede van Christus heersen in uw hart;
daartoe zijt gij immers geroepen als leden van één lichaam.
En weest dankbaar.
Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen.
Leert en vermaant elkander met alle wijsheid.
Zingt voor God met een dankbaar hart
psalmen, hymnen en liederen,
ingegeven door de Geest.
En al wat gij doet in woord of werk,
doet alles in de naam van Jezus de Heer,
God de Vader dankend door Hem.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.



13
Uit de brief aan de Hebreeën           
13, 1-4a.5-6b

Broeders en zusters,
de broederlijke liefde hoort bij de dingen
die altijd moeten blijven.
En vergeet de gastvrijheid niet;
door haar hebben sommigen zonder het te weten
engelen onthaald.
Denkt aan hen die gevangen zijn
als waart ge met hen in de gevangenis,
en aan hen die mishandeld worden,
want ook gij hebt een lichaam.
Het huwelijk is iets kostbaars;
laten we het allen in ere houden
en de trouw respecteren.

Leeft niet alleen voor geld,
weest tevreden met wat ge hebt.
God zelf heeft gezegd:
"Ik laat u niet alleen,
Ik zal u nooit in de steek laten."
Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen:
"De Heer is mijn helper,
ik heb niets te vrezen."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.



14*
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus
                                                                        
   3, 1-9
Dierbaren,
gij, vrouwen, moet het gezag van uw mannen aanvaarden;
dan worden ook mannen
die nog gehoorzaamheid weigeren aan het woord van God,
zonder woorden gewonnen
door het gedrag van hun vrouw,
als zij getuigen zijn
van uw reine en godvruchtige levenswijze.
Zoekt uw schoonheid niet in uiterlijke dingen,
zoals kunstige kapsels, gouden sieraden en mooie kleren,
maar veeleer in de innerlijke hoedanigheden van het hart,
in het onvergankelijke sieraad
van een zacht en gelijkmatig gemoed
dat kostbaar is in het oog van God.
Zo tooiden zich eertijds de heilige vrouwen
die hun hoop hadden gesteld op God
en aan hun man onderdanig waren,
zoals Sara,
die gehoorzaam was aan Abraham
en hem haar heer noemde.
Gij toont u haar dochters,
als gij deugdzaam leeft en geen verschrikking vreest.
Evenzo gij, mannen,
toont in het huwelijk begrip voor uw vrouwen;
bewijst hun de eer die het zwakkere geslacht toekomt,
want met u zijn zij erfgenamen van de genade des levens;
dan zullen uw gebeden geen belemmering ondervinden.
Tenslotte, weest allen eensgezind
in meegevoel, broederliefde, barmhartigheid en ootmoed.
Vergeldt geen kwaad met kwaad;
als men u uitscheldt, scheldt dan niet terug.
Integendeel, zegent elkander,
opdat gij de zegen verwerft waartoe gij geroepen zijt.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

15
Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes
                                                             
3, 18-24

Kinderen,
wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen
maar met concrete daden.
Dat is onze maatstaf;
daardoor krijgen wij de zekerheid
dat wij thuishoren bij de waarachtige God.
Dan mogen wij ook vóór zijn aanschijn
ons geweten geruststellen,
ook als het ons veroordeelt,
want God is groter dan ons hart
en Hij weet alles.
Dierbare vrienden,
daar ons geweten ons niet hoeft te veroordelen,
mogen wij vrijmoedig met God omgaan;
wij krijgen van Hem alles wat wij vragen,
omdat wij zijn geboden onderhouden
en doen wat Hem aangenaam is.
En dit is zijn gebod:
van harte geloven in zijn Zoon Jezus Christus
en elkaar liefhebben, zoals Hij ons bevolen heeft.
Wie zijn geboden onderhoudt,
blijft in God,
en God blijft in hem.
En dat Hij in ons woont,
weten we door de Geest die Hij ons gegeven heeft.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.


16
Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes
                                                              
4, 7-12

Vrienden, laten wij elkander liefhebben,
want de liefde komt van God.
Iedereen die liefheeft,
is een kind van God, en kent God.
De mens zonder liefde kent God niet,
want God is liefde.
En de liefde die God is,
heeft zich onder ons geopenbaard,
doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft
om ons het leven te brengen.
Hierin bestaat de liefde:
niet wij hebben God liefgehad,
maar Hij heeft ons liefgehad,
en Hij heeft zijn Zoon gezonden
om door het offer van zijn leven
onze zonden uit te wissen.
Vrienden,
als God ons zozeer heeft liefgehad,
moeten ook wij elkander liefhebben.
Nooit heeft iemand God gezien,
maar als wij elkaar liefhebben,
woont God in ons,
en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.


Vervolg woorddienst

LITURGIE VAN HET WOORD
HUWELIJK