
Als wij, christenen, tegen Joden zeggen: Jezus is de Messias, dan zeggen ze: hoe kan dat nou? De wereld is nog precies hetzelfde als vóór de komst van Jezus. Als de Messias komt, moet de wereld in een klap veranderen. Dan zal alles goed en rechtvaardig worden. Dat is niet gebeurd. Dus Jezus kan de Messias niet zijn. Kijk maar naar de profeten: als de Messias komt, zal de wereld een paradijs worden. Ik denk dat Johannes de Doper in de gevangenis met dezelfde vraag zit. Hij heeft gepreekt, dat de Messias dichtbij was. Dat de mensen zich moesten bekeren, zich op het rijk van de Messias moesten instellen. Hij heeft zelfs Jezus als Messias aangewezen. Om zijn prediking zit hij nu in de gevangenis. Maar naar wat hij hoort, treedt Jezus weinig voortvarend op. De macht van God, zijn oordelende kracht ziet hij in Jezus niet zo geweldig aan het werk. De wereld is nog niet aan het veranderen, zoals de profeten voorspeld hebben. En daarom die twijfelende vraag van Johannes aan Jezus: bent U het nou, de Messias, of moeten we op iemand anders wachten? En Jezus zegt heel duidelijk: Ik ben de Messias. Kijk maar wat er gebeurt. De profetie van Jesaja wordt vervuld: blinden zien, lammen lopen. Maar Jezus voelt de moeilijkheid van Johannes de Doper wel aan en daarom voegt Hij eraan toe: gelukkig hij die aan Mij geen aanstoot neemt. Het is dus mogelijk aan de Messias aanstoot te nemen. En dat gebeurt ook: de Joden nemen aanstoot aan Hem: een Messias, die zegt dat zijn rijk niet van deze wereld is. Dat kan toch niet. Een Messias, die machteloos aan een kruis hangt. Dat kan niet. Dat is in tegenspraak met zichzelf. Dat is het tegendeel van een Messias. En hoeveel christenen zijn er niet, die eigenlijk verwachten, dat Jezus het voor de wereld beter moet maken. Als Hij de Verlosser is, dan moet Hij mij toch van mijn ziekte genezen; dan moet Hij toch zorgen, dat ik weer werk krijgt. Dan moet Hij zorgen, dat mijn kinderen op het rechte pad blijven. Hoe kan het dan, dat goede mensen vroeg sterven en zoveel slechte mensen overal doorheen rollen? Christenen, die opstandig worden en die vraagtekens gaan zetten bij de verlossing. Ook voor hen klinkt het woord van Jezus: gelukkig is hij, die aan Mij geen aanstoot neemt. Jezus is de Messias. De tekenen van het Godsrijk (de blinden die zien, de lammen die lopen) zijn er, maar niet op een overweldigende manier, waardoor alles met een tour de force van God ineens rechtgezet wordt. De wereld blijft voorlopig nog gewoon doordraaien en toch is de Messias gekomen. Dat is voor Johannes en vaak ook voor ons de moeilijkheid. Betekent die Messias dan niets? Hij betekent juist meer dan de Joden verwacht hadden. Immers de Messias is Gods Zoon. In Hem wordt God mens, treedt binnen in onze gebrekkige wereld, in ons zwakke menselijke bestaan. God neemt ons mensen, onze vrije wil zo serieus, dat Hij ons zelfs in zijn wil ons te verlossen niet overweldigt, maar naast.ons gaat staan. God is onze broeder geworden, die zelf arm is, die lijdt en sterft en ons zo een weg baant en wijst naar de uiteindelijke overwinning. Het Rijk Gods komt niet plompverloren uit de lucht vallen. Het groeit als een mosterdzaadje in mensen die Jezus erkennen als hun Heer en Messias en die zijn weg gaan, een weg dwars door armoede, lijden en verdriet en alles wat een mens maar kan overkomen. Als je bij Hem hoort, als je zijn weg gaat, dan heb je de zekerheid en de vrede in je, dat je staat binnen het rijk Gods en eens met Hem zult overwinnen. Zijn Pasen staat dan altijd aan de horizon van je bestaan. God-met-ons is werkelijkheid geworden. God is werkelijk helemaal met ons armzalige mensen. Hij is mens geworden om ons via ons menselijke bestaan te vergoddelijken, kinderen van God te maken. Zo is Hij Messias, zo wil Hij steeds in ons leven komen. Niet om de omstandigheden te veranderen, maar om onszelf te veranderen naar zijn beeld. We moeten worden zoals Hij: geduldig, nederig, liefdevol en vol geloof en hoop. Dat is de weg van de verlossing. Laten we die Verlosser in ons leven toe tijdens deze advent, die een beeld is van ons leven. Dan kunnen we blij Kerstmis vieren als het feest van de eindoverwinning, wanneer Christus komen zal en zegt tot zijn, broeders: komt gezegenden van mijn Vader en ontvangt het rijk dat voor u gereed is van de grondvesting der wereld af. Amen.



Derde Adventszondag jaar a
bij: Jes. 35, 1-6a.10; Jak. 5, 7-10; Mt. 11, 2-11
JAAR A