
Dat iemand deze of die voornaam gekregen heeft is niet zonder betekenis. Het meest oppervlakkige motief om iemand een naam te geven is dat hij mooi klinkt, dat hij leuk is. Dat is tegenwoordig in de mode. Maar men kan ook een zinvolle naam aan een nieuwe mens geven. Dat kan zijn als men een kind noemt naar een van zijn voorouders. Dan wil men zeggen, dat het in een traditie staat, dat het de familietraditie moet voortzetten. Een zinvolle naam kan ook zijn een kind te noemen naar een grote persoon uit de geschiedenis. Voor christenen zijn dat dan vanzelfsprekend de grote heiligen. Men wil dan zeggen: mag hij worden zoals zijn grote naamgenoot of moge die grote naamgenoot hem of haar in zijn leven beschermen.
Soms ligt het motief in de naam zelf, in de betekenis ervan: ook dan is de naam een soort levensprogramma. In de lezingen van vandaag is ook sprake van een naam, een zinvolle naam, een levensprogramma. En als die naam dan nog door God zelf gegeven wordt, dan is het een gegarandeerd programma: Immanuel is de Naam. En die naam betekent: God-met-ons. De profeet Jesaja voorspelt dat het kind met die naam met die naam geboren zal worden, juist als Jeruzalem belegerd wordt door vijandelijke legers. God wil koning Achaz in die moeilijke situatie bemoedigen en hem oproepen op Hem te blijven vertrouwen en niet alleen te denken aan zijn verdedigingswerken. “Huis van David”, zegt de profeet, “een jonge vrouw zal een kind krijgen en het zal heten: God-met-ons.” Het zal allemaal goed komen, want in dat kind zal God met zijn reddende macht heel dicht bij ons zijn. Achaz gelooft niet, hij is een slechte koning in Gods ogen maar toch zal God doorzetten. De voorspelling gaat in vervulling in de zoon van Achaz, Hizkia, die dan nog geboren moet worden. Hij blijkt inderdaad een goede koning die op God vertrouwt en in wie God weer dicht bij zijn volk komt.
Maar profetieën, woorden van God, blijken soms op den duur een grotere betekenis te hebben dan zelfs de profeet die ze uitspreekt kan vermoeden. Pas de evangelist Matteüs, honderden jaren later, ziet pas de meest diepe betekenis van de voorspelling over het Kind. Hij denkt niet meer aan Hizkia, de zoon van Achaz, maar hij ziet, dat de echte zoon van David, de echte Immanuel nu pas gekomen is in Jezus. De jonge vrouw is dan de maagd Maria. Want op een veel grotere wijze dan in een of andere koning van het oude Israël, is nu God de mensen nabij gekomen.
Het teken is ook veel groter geworden: niet zomaar een jonge vrouw, maar een maagd wordt moeder. Het is nu niet meer Emmanuel, God-met-ons bij wijze van spreken in zomaar een goede koning van Israël, maar in Jezus, die de Zoon zelf is van de Allerhoogste God. In Jezus is God werkelijk God-met-ons geworden. En wat de bedoeling is van dat God-met-ons zijn wordt duidelijk in de naam, die Jozef en Maria aan het Kind moeten geven: Jezus. En die naam betekent: God redt. Jezus is God-met-ons doordat Hij ons redt van onze zonde en van de dood die als een straf over ons leven ligt. Namen met een goddelijk program, dat met goddelijke zekerheid uitgevoerd wordt. Jezus is God-met-ons, Jezus is degene die ons redt. Maar om Jezus waar te nemen als Emmanuel, om Hem als Redder te zien, is geloof nodig. Geloof, dat God vroeg van Achaz en dat deze Hem weigerde. Hij vertrouwde liever op zichzelf en zijn leger. Hetzelfde geloof dat God vroeg van Jozef. Maar Jozef geloofde wel, ook al kon hij Gods plannen niet volledig begrijpen. Laten we ons aansluiten bij Jozef en Maria, die geloofden. Laten we met een groot geloof naar kerstmis toegaan om opnieuw onze God-met-ons, onze Redder en Verlosser te ontmoeten en nog meer toe te laten in ons leven. Amen.



Vierde Adventszondag jaar a
bij: Jes. 7, 1-14; Rom. 1, 1-7; Mt. 1, 18-24
JAAR A