
Deze wereld gaat voorbij, broeders en zusters. De wereld zoals hij aan ons verschijnt is niet eeuwig. Hij verdient ook niet eeuwig te zijn, want daarvoor is er te veel onvolkomenheid en ook te veel slechtheid in de wereld. Zolang als er mensen zijn op aarde verheft zich deze wereld tegen God. Dat de wereld nog steeds bestaat is een genade van God, een kans voor mensen om in die slechte wereld te kiezen voor God, voor een levenswandel die God welgevallig is. Ondanks alles geeft God de mensen een kans. Want God houdt niet op van mensen te houden. Hij blijft ze uitnodigen heel de heilsgeschiedenis lang. En definitief nodigde Hij hen uit, toen Hij zijn Zoon in de wereld stuurde. Deze is voor ons de weg, de waarheid en het leven. In Hem is het mogelijk kind van God te worden door geloof en doopsel; in Hem is het mogelijk via een christelijk leven sterk te staan in de bekoringen van de wereld en het eeuwig koninkrijk van God te bereiken. Zolang de wereld bestaat, kunnen mensen zich aansluiten bij Jezus en bij Gods toekomst. Dat is de grote genade. Jezus in het evangelie wijst op die genade. De apostel Paulus roept ons op deze tijd van genade te benutten. Want die genade is beperkt in de tijd. Er zal een einde komen aan de tijd van genade. Deze wereld zal in zijn voegen kraken en ten onder gaan. Dan is de genade voorbij: dan vindt het oordeel plaats over de mens en de wereld. Jezus spreekt vandaag over de tekens die aan het einde zullen voorafgaan: schrikwekkende tekenen, oorlogen, natuurrampen. Er zijn mensen die denken: o maar, als het zo erg wordt, dan heb nog wel tijd orde op zaken te stellen. Dan heb ik nog wel tijd voor een oefening van berouw. Maar zo eenvoudig ligt het blijkbaar niet. Jezus waarschuwt er juist voor: "laat die dag u niet onverhoeds grijpen als in een strik. Het kan blijkbaar zo plotseling komen, dat je nergens meer tijd voor hebt. Weest daarom altijd waakzaam en laat je niet afstompen door de zorgen voor zit aardse leven. De dag des Heren komt als een dief in de nacht. Maar hoe zit het dan met die tekens? Broeders en zusters, die zijn er al volop en die zijn er altijd geweest: de oorlogen en onlusten in de wereld dan hier dan daar; de aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, vliegtuigongelukken en ander rampen. Het zijn even zovele tekenen van de eindigheid van deze wereld. Als je dat ziet, moet je beseffen, dat het einde komt. Ze bedoelen ons te manen niet op te gaan in de wereld maar ons te richten naar de verlossing die nabij is. Betekent dat nu dat het einde meteen komt. Dat weten we niet. Dat weet de Vader alleen. Misschien komen er nog veel meer tekenen, misschien ook niet. Laat de tekenen je aanmanen als christen te leven en uit te zien naar de verlossing.
Misschien wordt het duidelijker als we het niet op de schaal van de wereld maar op de schaal van ons eigen leven bekijken. Ook daarin zijn telkens tekenen van het naderende einde: een sterfgeval in je naaste omgeving, een ernstige ziekte, de morele ontreddering die je om je heen ziet, je eigen grijze haren. het zijn even zovele tekenen van de eindigheid van ons aardse bestaan en zo moeten we ze ook verstaan. Het zijn in feite tekenen van genade: mens keer je tot God zolang het nog kan. En dan hoef je niet bang te zijn. Als je echt gewetensvol leeft als kind van God, met Christus verbonden, dan is je verlossing nabij. Wij weten niet wanneer ons einde komt. Maar als we de tekenen niet verstaan, doen en leven alsof ons leven hier altijd maar door zal gaan, dan zal het altijd plotseling zijn en het de vraag of we dan klaar zijn voor het oordeel.
Het zijn ernstige woorden die aan het begin van de advent klinken: weest altijd waakzaam en bidt, versta de tekenen van het einde dat nadert en weest bereid als de Mensenzoon als rechter in jouw leven komt. Bidt, dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon. Het zijn ook vreugdevolle woorden: uw verlossing is nabij. Als je met Christus leeft, Hem hier en nu in je leven toelaat, dan kunnen de tekenen je niet verontrusten, want er wacht een toekomst die stralend en hoopvol is. Die toekomst vieren we in het kerstfeest; op die lichtende toekomst bereiden we ons als waakzame mensen voor in de advent. Amen.



EERSTE ZONDAG VAN DE ADVENT C
Bij: Jer. 33, 14-16
1 Tess. 3, 12-4,4
Luc. 21, 25-28.34-36
jaar c