



1. Algemeen
Zoals bij de eucharistie verricht de diaken bij andere liturgische plechtigheden die taken, die hem krachtens zijn wijding toekomen:
- De diaken begeleidt de celebrant en helpt hem bij alle handelingen waar dit dienstig is.
- De diaken leest altijd het evangelie en als er geen lector aanwezig is, verricht hij ook de andere lezingen uit de H. Schrift.
- Op verzoek van de celebrant kan de diaken ook de prediking verzorgen.
- Hij zegt de intenties van de voorbede, indien de lector dit niet doet.
- De diaken richt uitnodigingen tot de gemeenschap zoals "Knielt nu allen neer" of "Staat op"; "laat ons in vrede gaan" (bij processies) of aan het einde: "Gaat nu allen heen in vrede."
- Bij het vormsel stelt hij de kandidaten aan de bisschop voor;
bij de wijdingen roept hij de kandidaten op;
bij een huwelijk kan hij de getuigen uitnodigen naar voren te komen.
- Bij het doopsel zorgt de diaken voor een ordelijk verloop van de viering en kan hij bij een groot aantal dopelingen op uitnodiging van de celebrant mee het doopsel toedienen, de prebaptismale zalving en de zalving met chrisma (alleen bij de kinderdoop) mee verrichten en helpen bij het opleggen van het witte kleed.
2. Uitstelling en zegen met het H. Sacrament
- De celebrant knielt onder aan het altaar waarop het Allerheiligste wordt uitgesteld. De diaken gaat naar het tabernakel, opent het, maakt een kniebuiging en plaatst de Hostie in de monstrans. Daarna plaatst hij de monstrans op het altaar. Als de diaken een langere weg moet gaan, draagt hij een schoudervelum. Daarna helpt de diaken de celebrant bij het opleggen van de wierook en het bewieroken van het Allerheiligste.
- Voor de zegen met het H. Sacrament wordt nogmaals wierook opgelegd en het Allerheiligste bewierookt. Als besluit van de viering wordt een sacramentshymne (tantum ergo of een andere hymne) gezongen. Daarna volgt het afsluitend gebed, dat de priester staande bidt, terwijl alle anderen, ook de diaken, geknield blijven.
Dan helpt de diaken de celebrant bij het omleggen van het schoudervelum.
- De priester en de diaken betreden nu beiden het altaar, knielen en de diaken reikt de monstrans aan de priester en schikt het velum om de voet van de monstrans. Dan knielt de diaken op de (bovenste) tree van het altaar. De priester keert zich nu naar het volk en geeft de zegen. Na de zegen gaat de diaken weer naar de priester toe, neemt de monstrans van hem over en plaatst die op het altaar. Beiden vereren het Sacrament met een kniebuiging. De priester gaat naar beneden. De diaken plaatst het Sacrament terug in het tabernakel waarvoor hij knielt alvorens het te sluiten.
ASSISTENTIE BIJ ANDERE LITURGISCHE PLECHTIGHEDEN
DIAKEN