
1. Viering met één assisterende diaken
Is er maar één diaken, dan assisteert hij de bisschop zoals hij een priester assisteert, zoals hierboven onder A beschreven is. Hij is ook degene, die de bisschop rechtstreeks iets aangeeft. Hij neemt van een assistent bv het wierookvat, de staf etc aan en reikt het de bisschop aan.
Na de lezing van het evangelie zijn er twee mogelijkheden:
- ofwel de diaken kust zelf het evangelieboek en zegt de woorden: "Mogen door de woorden van het heilig evangelie onze zonden worden uitgewist"
- ofwel hij draagt het evangelieboek naar de bisschop en deze kust het en zegt dan het gebed.
2. Viering met meerdere assisterende diakens
Het Caeremoniale Episcoporum beveelt aan, dat er bij een plechtige bisschoppelijke liturgie tenminste drie diakens assisteren.
Eén verricht dan de dienst van het Evangelieboek en de dienst aan het altaar (A), de andere twee (B en C) assisteren de bisschop.
Eventuele andere diakens kunnen de overige taken onder elkaar verdelen.
a. Intochtsprocessie
De volgorde van de intochtprocessie is:
- wierookdrager met brandend wierookvat
- kruisdrager tussen tenminste twee kaarsdragers
- diaken A die het evangelieboek draagt
- eventueel andere diakens twee aan twee
- eventueel concelebrerende priesters twee aan twee
- de bisschop alleen
- iets achter de bisschop de diakens B en C.
- daarachter de assistenten voor het boek, de mijter en de staf.
Na een buiging voor het altaar legt diaken A het evangelieboek op het altaar en kust het. Daarna gaat hij een weinig achter het altaar staan, zodat de anderen de gelegenheid hebben het altaar te vereren.
De eventuele andere diakens en daarna de concelebranten kussen twee aan twee het altaar en gaan naar hun plaats.
Vlak voordat de bisschop het altaar bestijgt neemt diaken B de staf aan en reikt die aan de assistent die voor de staf zorgt. Diaken C neemt de mijter af en reikt die aan de assistent die zorg draagt voor de mijter. Daarna kussen zij samen met de bisschop het altaar.
Diaken A helpt zonodig bij het opnieuw opleggen van wierook (scheepje openhouden) en reikt de bisschop het wierookvat aan. De diakens B en C assisteren de bisschop bij de bewieroking en lopen met hem mee rond het altaar.
De diakens B en C staan (zitten) naast de zetel van de bisschop, zodat ze hem zonodig kunnen assisteren. Zij wijzen de teksten aan in het boek, dat de acoliet voorhoudt, zij reiken de staf aan, zetten de mijter op en nemen die af, wanneer dit volgens de rubrieken wordt voorzien.
De bisschop draagt de mijter gewoonlijk wanneer hij zit, wanneer hij de homilie houdt, wanneer hij het volk zegent, in processies en wanneer hij een langere afstand moet lopen en wanneer hij sacramentele handelingen verricht (toediening van het doopsel, zalving bij het vormsel, handoplegging bij de wijding enz.)
De bisschop draagt de mijter niet: bij de inleidende gebeden, de oraties, de voorbede, bij het eucharistisch gebed, bij de lezing van het evangelie.
De staf draagt de bisschop gewoonlijk in processies, tijdens het luisteren naar de evangelielezing, als hij de homilie houdt en bij de zegen.
b. Boeteritus
Wordt de derde vorm van schuldbelijdenis gekozen, dan kunnen de drie aanroepingen door de bisschop zelf maar ook door een van de aanwezige diakens gezegd worden.
c. Woorddienst
Het evangelie wordt verkondigd door diaken A, die daartoe na het opleggen van de wierook, waarbij B en C kunnen assisteren aan de bisschop de zegen vraagt. Na de lezing van het evangelie kan hij zelf het evangelieboek kussen of het naar de bisschop dragen, zodat die het kan kussen.
d. Het bereiden van de gaven
Dit geschiedt op de normale wijze door diaken A. Als de bisschop naar het altaar gaat, wordt hij begeleid door B en C die hem assisteren bij de bewieroking van de gaven en het altaar.
A blijft wachten en bewierookt na afloop de bisschop, de concelebranten en de gemeenschap. Daarna gaat hij naar zijn plaats.
e. eucharistisch gebed
De diaken A heeft elders een plaats. De diakens B en C staat rechts en links achter de bisschop. Zij gaan slechts naast hem staan, als de bediening van de kelk, het missaal of de palla dit van hen vraagt. Anders staan zijn een weinig naar achter. Zij knielen vanaf de epiclese vóór de consecratie tot na de opheffing van de kelk. De diaken die het boek bedient staat alleen op als er een blad moet worden omgeslagen.
Voor de instellingswoorden legt een van de overige diakens wierook op en bewierookt het heilig Sacrament tijdens de opheffing.
f. Communie
Nadat de bisschop en de concelebranten gecommuniceerd hebben, reikt de bisschop zelf aan alle diakens de communie onder de gedaante van brood uit. Een van hen neemt het uitreiken van de communie onder de gedaante van wijn op zich. Deze diaken drinkt als laatste uit de kelk.
Na de communie brengt een van de diakens de overgebleven hosties naar het tabernakel. Een ander reinigt de hostieschalen en de kelk.
Als de bisschop bij het gebed na de communie naar het altaar komt vergezellen hem de assisterende diakens B en C.
g. Slotritus
Voor de plechtige zegen kan een van de diakens tot het volk zeggen:
"Buigt uw hoofd voor de zegen" of een andere passende oproep.
Na de zegen zegt een van de diakens: "Gaat nu allen heen in vrede."
Vervolgens kussen de bisschop en de twee assisterende diakens het altaar.
Bij de uittocht gaan allen in dezelfde volgorde als bij het binnenkomen.



DE DIAKEN IN DE EUCHARISTIE
ONDER LEIDING VAN EEN BISSCHOP