Gebed na de communie
1.
Laat ons bidden.
Heer Jezus Christus,
in dit wonderbaar sacrament
hebt Gij ons de gedachtenis nagelaten
van uw lijden en sterven.
Wij bidden U:
laat ons de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed
met zo grote eerbied vieren
dat wij de genade van uw verlossing
voortdurend in ons ervaren.
Gij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
2.
Laat ons bidden.
God, door het mysterie van Pasen
hebt Gij de verlossing van de mens voltooid.
Geef dat wij, die in de eucharistie
de dood en de verrijzenis van Christus verkondigen,
steeds sterker uw heil mogen ervaren.
Door Christus onze Heer.
Amen.
3.
Almachtige eeuwige God,
in Christus' verrijzenis herstelt Gij ons;
Gij wekt ons op tot eeuwig leven:
laat het Paasmysterie
in ons overvloedig vrucht dragen
en vervul ons van de kracht van dit heilzame voedsel.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Naar Laatste Aanbeveling ten Afscheid
Naar Openingsritus
Naar Woorddienst deel 1
Naar Woorddienst deel 2
Naar Woorddienst deel 3



COMMUNIE
Praeceptis salutaribus moniti en divina institutione formatie audemus dicere:
Pater noster, qui es in caelis: sanctificetur nomen tuum; adveniat regnum tuum; fiat voluntas tua, sicut in caelo, et in terra. Panem nostrum cotidianum da nobis hodie; et dimitte debita nostra, sicut et nos dimittimus debitoribus nostris; et ne nos inducas in tentationem; sed libera nos a malo.
Aangespoord door een gebod van de Heer en door zijn goddelijk woord onderricht durven wij zeggen:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome,
uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven; en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.
Uitnodiging tot de communie
Zalig zij, die genodigd zijn aan de Maaltijd des Heren.
Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.
Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt.
maar spréék en ik zal gezond worden.
Communiezang
Lux aeterna luceat eis Domine:
cum sanctis tuis in aeternum quia pius es.
De profundis clamavi ad te, Domine; * Domine, exaudi vocem meam.
Fiant aures tuae intendentes, * in vocem deprecationis meae.
Si iniquitates observaveris Domine, *
Domine,quis sustinebit?
Quia apud te propitiatio est, *
ut timeamus te.
Sustinui te, Domine, *
sustinuit anima mea in verbo eius.
Het eeuwige licht verlichte hen, Heer,
voor eeuwig bij uw heiligen, want Gij zijt liefdevol.
Uit de diepte roep ik, Heer,
luister naar mijn stem.
Wil aandachtig horen
naar mijn smeekgebed.
Als Gij zonden blijft gedenken,
Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij U vind ik vergeving,
daarom zoekt mijn hart naar U.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Nu spreidt de diaken het corporale uit op het altaar. Daar na begeeft hij zich naar het tabernakel, hij neemt de ciborie uit het tabernakel en gaat terug naar het altaar. Hij plaatst de ciborie op het corporale, neemt het deksel van de ciborie en knielt (ondertussen kan een gezang ter eren van het Allerheiligst Sacrament gezongen worden). Daarna zegt of zingt hij: