De dictatuur van de decadentie

Van mijn middelbare-schooltijd kan ik mij uit de geschiedenislessen het begrip “decadent” herinneren. Bepaalde periodes in de geschiedenis werden als decadent (letterlijk: neergaand) beschouwd, dat wil zeggen een tijd zonder normen en waarden, een tijd gericht op zinnelijk genot, een tijd van zedelijke verslapping, een tijd waarin cultureel geen hoogstaande dingen tot stand gebracht werden. Wij leerden als kenmerken van die decadentie: weinig of geen aandacht voor het huwelijk en de huwelijkstrouw, geen hecht gezinsleven, praktiseren en soms verheerlijken van homoseksualiteit en andere perversiteiten (zo noemde men dat nog gewoon in die tijd).

Vanuit de opvoeding die ik genoten heb en waarvoor ik nog steeds dankbaar ben, beoordeel ik dit tijdsgewricht in onze Westerse samenleving als duidelijk decadent. Kijk maar simpel naar het feit dat bijna niemand trouwt en als men trouwt lijkt het meer om de dure buitenkant dan om het wezenlijke te gaan. Het grote aantal echtscheidingen spreekt voor zichzelf. Het groeiend aantal kinderen en jongeren dat verknipt opgroeit neemt toe. Het is vrij gewoon dat grote groepen zich te barsten zuipen, promiscue gedrag vertonen en hun gehoor voor het leven beschadigen door excessief dom dreunend discogeweld. We zijn met zijn allen niet in staat om deze dingen aan te pakken omdat onze maatschappij geen echt fundament meer heeft waarin men gelooft en van waaruit men leeft. En dat is de oorzaak van decadentie of misschien wel de  decadentie zelf
Nog erger is dat op bepaalde terreinen onze samenleving zelfs agressief en dwingend decadent is. De decadentie wordt tot norm, ja tot een mensenrecht verheven. Daarbij moeten vooral een instituut als de katholieke Kerk en haar vertegenwoordigers die tegen de verdrukking in de rug recht houden, het ontgelden. Immers hoewel zij ook in haar leden te lijden heeft onder de decadentie (ook katholieken zijn mensen van een bepaalde tijd), blijft zij de evangelische waarden verdedigen die tegelijk de waarden zijn van een gezonde menselijkheid en een gezonde menselijke samenleving. Zij doet dat in onze samenleving praktisch als enige. Voor de protestanten blijkt het woord van God zo flexibel en manipuleerbaar dat men zich in overgrote meerderheid al lang aan de tijd, dus aan de decadentie heeft aangepast. Van politieke partijen, ook van christelijke, hebben we in deze niets te verwachten. Immers de decadentie heeft zich genesteld in alle geledingen. En wie stemmen verwacht van decadente kiezers, zal zelf niet boven de decadentie kunnen uitstijgen.
In deze dagen moet de katholieke Kerk het weer ontgelden in de persoon van pastoor Luc Buijens in Reusel. Hij is het slachtoffer van de boven genoemde agressieve en dwingende decadentie. Wat is het geval?

Het is volkomen duidelijk dat het standpunt van de katholieke Kerk ten aanzien homoseksueel samenleven en homoseksueel handelen afwijzend is. De Kerk beschouwt deze handelingen als tegennatuurlijk en daarmee als ernstig zondig. Het bevorderen en propageren van homoseksueel gedrag beschouwt zij als decadent en ondermijnend voor een gezonde menselijke samenleving. De Kerk verwacht van haar leden dat ze ook door hun manier van leven de moraal van de Kerk onderschrijven. Als ze dat willens en wetens niet doen, plaatsen ze zichzelf min of meer buiten de gemeenschap (communio) van de Kerk. Die communio wordt het meest intens beleefd en uitgedrukt in de communie (communio) tijdens de Mis. Hetzelfde Latijnse woord (communio) geeft al aan hoe nauw gemeenschap in leer en leven en de communie in de Mis met elkaar samenhangen. Iemand die ernstig misdoet tegen die normen van de Kerk kan en mag niet te communie gaan voordat hij het in het sacrament van boete en verzoening met God en de Kerk heeft goedgemaakt. Dat geldt ook voor iemand die homoseksuele handelingen verricht. Tot zover zijn we nog in het geweten van de individuele mens. Hij kan het zelf niet verantwoorden te communie te gaan. Wordt het echter een publieke zaak: de zonde is voor iedereen duidelijk, iedereen weet het, dan is de priester verplicht zo iemand de communie te weigeren. De Kerk raadt aan voordat men dit doet een pastoraal gesprek met de betreffende persoon te hebben. Het weigeren van de communie heeft niet alleen de bedoeling heiligschennis te voorkomen maar is ook een bescherming van de kerkelijke gemeenschap tegen het langzaam insluipen van zaken die volledig ingaan tegen de kerkelijke leer en moraal zodanig dat mensen het gewoon gaan vinden en ook gemakkelijke tot dezelfde zonden overgaan.

Nu had pastoor Buijens in Reusel te maken met een jonge prins Carnaval (24 jaar) die openlijk en overtuigd en praktiserend homoseksueel is. Hem tijdens de Carnavalsmis de communie geven zou een soort kerkelijke goedkeuring zijn van dit gedrag. Daarom heeft de pastoor in een pastoraal gesprek de prins (die overigens al niet erg praktiserend katholiek was) gevraagd niet communie te gaan. Deze heeft dat toegezegd. Later heeft hij er met anderen over gesproken en toen waren de rapen gaar in decaland. Het is stuitend in de krant te moeten lezen op welke manier over de communie gesproken wordt als “een hostie geven” alsof het om een snoepje zou gaan waar iedereen binnen het kerkgebouwd recht op zou hebben. De meeste reacties getuigen van minachting voor de Kerk en haar moraal en van de idee dat het recht van de decadentie zou moeten prevaleren op het recht op godsdienstvrijheid.  En vanuit Nuenen klonk de roze pvda-oproep: “nichten aller landen, verenigt u tegen de pastoor van Reusel en dwingt hem zijn excuses aan te bieden aan prins Carnaval”. En morgen zullen ze optrekken met roze driehoeken om hun gelijk tegen de Kerk te behalen.

Maar gelukkig is de Kerk al wat ouder en heeft ze al veel vervolgingen meegemaakt en doorstaan. Het evangelie is nog nooit erg enthousiast onthaald. Dictaturen hebben het er allemaal moeilijk mee gehad: het Romeinse keizerrijk, het nationaalsocialisme, het communisme. Dat is ondertussen in het Westen opgevolgd door de dictatuur van het libertinistisch en  hedonistisch individualisme. Daarin overheerst het gevoel en de zinnelijkheid terwijl het verstand en de daarmee gepaard gaande zedelijkheid het onderspit dreigen te delven. Maar de Kerk die de verdedigster is van de ware vrijheid, van redelijkheid en daarmee gepaard gaande zedelijkheid, heeft al die vroegere dictaturen glansrijk overwonnen. Op den duur verdwijnen ze, een spoor van vernieling achterlatend, maar de Kerk blijft en zal opnieuw een kracht zijn waaruit een frisse cultuur kan ontspruiten zoals in het verleden telkens weer gebleken is.

Maar dat zal de azijnpissende oud-hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, Tony van der Meulen (waarom gaat hij eigenlijk niet echt met pensioen?) als geharnaste ex-katholiek (dat zou je tenminste uit zijn columns kunnen afleiden) niet kunnen begrijpen. Hij is in zijn column van 20 februari de spreekbuis van hen die denken dat de Kerk nog slechts een achterhoedegevecht voert terwijl alle praktiserende homofielen, alle euthanaserende en aborterende artsen en ander vrijgevochten volkje het ware licht van de toekomst hebben gezien.  Och, Heer, vergeef het hem. Hij weet waarschijnlijk niet precies wat hij doet. Hij loopt gewoon mee met de grote hoop, zoals in de meeste dictaturen gebruikelijk is.

Ernstiger vind ik het als zogenaamde dienaren van de Kerk zoals ex-abt Baeten en zijn ordegenoot Dennis Hendrickx hun collega-priester in Reusel afvallen als hij gewoon zijn zeer ongemakkelijk plicht doet. Zij hoeven geen priester van de katholieke Kerk te zijn maar als ze het zijn en blijven is het hoogst ongepast en onethisch je bij de tegenpartij aan te sluiten. Maar ja, ook dat soort heeft de Kerk altijd gekend, ook onder het nationaalsocialisme en het communisme.
Ook lafheid van of mensen in de buurt van bisschoppen, is iets wat we maar al te goed kennen. Ook nu weer in de reactie van de kerkprovincie. Daar heeft Tony Vermeulen volkomen gelijk in. Kan het laffer dan: “natuurlijk mogen publieke zondaars niet communie, maar de situatie in Reusel kunnen wij op afstand niet beoordelen.”
De pastoor aan het front staat in de kou terwijl hij doet wat de Kerk van hem vraagt. Of zijn er toch nog moedige bisschoppen? Laten ze opstaan!

zaterdag 20 februari 2010

Preek pastoor Luc Buijens op zondag 21 februari