8. Van het Pater Noster tot het Agnus Dei

Pater noster:
Men gaat nu verder met luide en duidelijke stem. Voeg na het antwoord van de misdienaar de handen samen, buig het hoofd naar de Hostie terwijl u zegt: “Oremus”. Dan heft u het hoofd op, houdt de handen samen en zeg: “Praeceptis salutaribus … dicere”. Dan strekt u de handen uit voor de borst en met de ogen gericht op de Hostie zegt u het Pater Noster. Als de misdienaar heeft geantwoord “sed libera nos a malo” zegt u in stilte “Amen”.

Met de rechterhand maar zonder de duim en de wijsvinger vaneen te doen, haalt u de pateen onder het corporale uit. Leg de pateen net buiten het corporale en terwijl het tegenhoudt met de tweede en de derde vinger van de linkerhand veegt u het holle oppervlak af met het purificatorium en u gebruikt daarbij de tweede en de derde vinger van de rechterhand. Vervolgens neemt u de pateen tussen de wijs- en middelvinger van de rechterhand, houd hem onder uw handpalm terwijl u hem op zijn rand laat rusten net buiten het corporale met de holle kant naar het corporale toe. U zegt dan in stilte “Libera nos… et sanctis”. De linkerhand rust ondertussen op het corporale. Buig het hoofd naar het missaal als de naam van Onze Lieve Vrouw of van de heilige van de dag voorkomt.

Na de woorden “et omnibus sanctis” legt u uw linkerhand onder de borst en maak met de bovenkant van de pateen een kruisteken over uzelf bij de woorden “da propitius pacem in diebus nostris”. Hierna kust u de pateen op de rechterrand boven. Vervolgens schuift u bij de woorden “ut ope misericordiae…” de pateen onder de Hostie ervoor zorgend dat de Hostie niet over het gedeelte schuift dat u zojuist hebt gekust. U zorgt dat de Hostie in het midden van de pateen ligt. Plaats de pateen met de rechterhand (of met beide handen) zo dat hij een beetje rust op de voet van de kelk en een weinig helt.. neem de palla van de kelk en na een kniebuiging neemt u de Hostie tussen duim en wijsvinger van de linkerhand, houd haar boven de kelk. Breek haar eerbiedig van boven naar onder middendoor bij de woorden “Per eundem”. Bij de naam van onze Heer buigt u naar de Hostie. Na het breken van de Hostie legt u het rechterdeel op de pateen.

Dan breekt u met de duim en wijsvinger van de rechterhand van het onderste deel van de overblijvende helft van de Hostie een klein deeltje bij enkel de woorden “Qui tecum vivit et regnat”. U houdt dit deeltje boven de kelk en legt ondertussen met de linkerhand het ander deel van de Hostie naast en tegen het gedeelte dat al op de pateen ligt en ondertussen zegt u “in unitate Spiritus Sancti Deus”. Vervolgens pakt u de nodus van de kelk vast met nog steeds het partikel boven de kelk en zegt met luide en duidelijke stem “per omnia saecula saeculorum”.

Pax Domini: Maak drie keer een kruisteken met het partikel van rand tot rand over de kelk en zeg daarbij luid en duidelijk “Pax + Domini sit + semper vobis + cum.”

De vermenging: Na het antwoord van de misdienaar laat u het partikel in de kelk vallen wanneer u in stilte zegt “Haec commixtio … vitam aeternam. Amen. “ Buig het hoofd bij de naam van de Heer en reinig na het gebed duim en wijsvinger boven de kelk. Leg de palla op de kelk en kniel.

Agnus Dei: Bid nu staande met de handen bijeen voor de borst en hoofd gebogen naar de Hostie luid en duidelijk het Agnus Dei. U slaat op de borst bij “miserere nobis” en “dona nobis pacem”. Uw linkerhand ligt ondertussen op het corporale. Let er wel op dat uw duim en wijsvinger steeds tegen elkaar blijft houden.

Gebeden vóór de communie: Vervolgens zegt u licht gebogen en met de ogen gericht op de Hostie in stilte de drie gebeden voor de communie “Domine Iesu Christe qui dixisti...”, “Domine Iesu Christe, Fili Dei…” en “Perceprio…” [op het middelste canonbord] Hierbij houdt u de handen tegen elkaar en laat ze rusten op het altaar waarbij de pinken de voorkant van het altaar beroeren.

9. De communie van de priester

Voorbereiding tot het ontvangen
van de Hostie:
Neem eerbiedig de twee helften van de Hostie van de pateen en houdt de tussen duim en wijsvinger van de linkerterhand zo dat de delen de oorspronkelijke ronde vorm van de Hostie hebben. Dan neemt u met de rechterhand de pateen en schuif tussen wijs- en middelvinger van de linkerhand terwijl de rest van de vingers hem aan de onderkant steunen. Houdt de linkerhand op deze wijze ongeveer 15 cm boven het corporale, buig een weinig en zeg drie keer luid en duidelijk “Domine, non sum dignus” terwijl u zich ondertussen op de borst slaat met de rechterhand, met nog steeds duim en wijsvinger tegen elkaar. De woorden “ut intres…..anima mea” zegt u telkens in stilte. Dit stil gebed gaat door tot de communie van de gelovigen.

Het ontvangen van de Hostie:
Rechtstaande brengt u de twee helften van de Hostie over van de linker- naar de rechterhand terwijl u de rechterhelft op de linker legt. U blijft de pateen in de linkerhand houden en u maakt een verticaal kruis met de Hostie ervoor zorgend niet buiten de pateen te gaan, terwijl u zegt Corpus Domini…virtam aeternam. Amen.” U buigt daarbij bij de naam van onze Heer. Dan buigt u naar voren met de onderarmen op het altaar en zo ontvangt u het allerheiligst Sacrament. Ga na de communie recht staan, leg de pateen op het corporale, reinig de duim en wijsvinger boven het midden van de pateen, voeg ze weer samen en blijf daarna een korte tijd mediteren over het allerheiligst sacrament met de handen tegen elkaar dicht bij het gezicht.

Voorbereiding tot het
ontvangen van de Kelk:
U doet de handen van elkaar en zegt “quid retribuam..”.

Doe ondertussen de palla van de kelk, kniel en neem de pateen tussen duim en wijsvinger van de rechterhand. Kijk de corporale na en verzamelel met de pateen alle partikels die erop liggen. Daarna brengt u de pateen boven de kelk, neem hem over met de linkerhand tussen duim en wijsvinger en houd hem een beetje schuin boven de kelk. Dan reinigt u met de duim en de wijsvinger het oppervlak van de pateen. Zorg ervoor dat alle partikeltjes in de kelk vallen.

Daarna plaatst u de linkerhand terwijl u de pateen bolijft vasthouden op het corporale en u neemt de kelk bij of onder de nodus en u zegt “Calicem salutaris … salvus ero.”

Het ontvangen van de Kelk: Vervolgens heft u, terwijl u de pateen blijft vasthouden, de kelk omhoog en maak een verticaal kruisteken met de kelk terwijl u zegt “Sanguis Domini….vitam aeternam. Amen,” U buigt het hoofd bij de naam van onze Heer. Dan brengt u de pateen onder uw kin, en ontvangt rechtstaande eerbiedig het allerheiligst Bloed met de partikels van de Hostie die u er voorheen in hebt laten vallen. Het is het beste dat de inhoud van de kelk in één teug wordt genuttigd. Leg dan de palla op de kelk en plaats deze aan de evangeliezijde op het corporale. Er is geen meditatiepauze na het ontvangen van het kostbaar Bloed.

10. De communie van het volk

Ecce Agnus Dei: Nu wordt alles weer luid en duidelijk gezegd.
Als de heilige Communie moet worden uitgereikt met hosties die in dezelfde Mis geconsacreerd zijn, dan doet u het velum en het deksel van de ciborie. Als de communie moet worden uitgereikt met hosties uit het tabernakel, doet u het van het slot en opent het, u knielt en neemt de ciborie uit het tabernakel en plaatst deze op het corporale, u doet het tabernakeldeurtje dicht maar maakt het niet op slot. U neemt het velum en het deksel van ede ciborie. In beide gevallen houdt u met de linkerhand de ciborie vast bij de nodus, neemt een Hostie, houdt die boven de ciborie en u keert zich naar het volk. Dan zegt u eenmaal “Ecce Agnus Dei…” met drie keer erachter aan “Domine non sum dignus…”.

De communie van het volk: Ga naar beneden naar de epistelkant van de rij communicanten en ga met de Hostie nog steeds boven de kelk voor de eerste communicant staan. Maak met de Hostie een verticaal kruisteken boven de ciborie. U blijft daarbij binnen de diameter van de ciborie. U zegt daarbij “Corpus Domini nostri… vitam aeternam. Amen.” en u geeft de heilige communie aan de eerste communicant.. Ga naar rechts, neem een andere Hostie en ga te werk als tevoren. Aan het eind van rij keert u terug naar de epistelzijde.

Na de communie: Na de communie van de gelovigen keert u naar het altaar terug, zet de ciborie op het corporale en pak de communiepateen aan van de misdienaar (of de misdienaar legt hem op het corporale). Kniel nu tenzij de ciborie leeg is. Als de ciborie terug in het tabernakel gezet moet worden, doet u er eerst het deksel op en het velum erover heen; daarna zet u haar in het tabernakel, u knielt en sluit de deur af. Het heilige Sacrament mag om geen enkele reden buiten het corporale worden geplaatst.

14. De abluties

Eerste ablutie:
Zet de kelk terug in het midden van het corporale, verwijder de palla en drink alle druppels van het kostbaar Bloed die zich wellicht op de bodem van de kelk verzameld hebben. Daarbij houdt u de pateen met de linkerhand onder uw kin. Dan houdt u, zonder van het midden van het altaar weg te gaan, de kelk boven de altaartafel in de richting van de epistelzijde naar de misdienaar toe. Ondertussen zegt u in stilte “Quod ore sumpsimus…. sempiternam”. (de hoeveelheid wijn moet ongeveer hetzelfde zijn al wat geconsacreerd was). Daarna reinigt u de ciborie, die op het corporale moet blijven, en zonodig ook de communiepateen boven de kelk. Doe deksel en velum op de ciborie en zet het met de communiepateen buiten het corporale. Draai zo met de kelk dat de ablutiewijn over de binnenkant van de kelk gaat die in aanraking is geweest met het kostbaar Bloed. Drink dan met de pateen in uw linkerhand onder uw kind de ablutiewijn.

Tweede ablutie: Leg de pateen op het corporale aan de evangeliekant. Leg dan de duim en de wijsvinger van beide handen op de cuppa van de kelk en pak met de andere vingers de cuppa vast. Ga naar de epistelkant en laat de kelk op het altaar rusten maar blijf hem vasthouden zoals voorheen. Wanneer u in stilte zegt “Corpus tuum, Domine..” wast u duim en wijsvinger van beide handen (niet alleen de toppen) terwijl de misdienaar eerst wij en dan water erover uitgiet. U blijft de duim en de wijsvinger boven de kelk houden terwijl u deze naast het corporale plaatst. U schudt voorzichtig uw vingers af boven de kelk. Neem het purificatorium en droog duimen en wijsvingers af. Van nu af aan houdt u duim en wijsvinger niet langer tegen elkaar. Dan houdt u met uw linkerhand het purificatorium onder uw kin, neemt met de rechterhand de kelk en drinkt de ablutie. Tenslotte plaatst u de kelk weer op het altaar, u veegt zachtjes uw lippen af met het purificatorium. Dan houdt de kelk met uw linkerhand vast en droogt u met de rechterhand de kelk met het purificatorium.



Het bedekken van de kelk: Na het afdrogen van de kelk legt u het gevouwen purificatorium over de kelk en daarna de pateen erboven op en tenslotte de palla. Met de linkerhand zet u de kelk naast het corporale aan de evangeliekant. Vouw het corporale op. neem de bursa. Houd haar vast met de linkerhand die op het altaar rust terwijl u met de rechterhand de palla erin doet. Doe het kelkvelum over de kelk en leg de bursa op het velum met de opening van u vandaan. Neem tenslotte met de linkerhand de kelk bij de nodus, houdt hem in evenwicht met de rechterhand bovenop de bursa en plaats hem midden op het altaar. Set de ciborie erachter een beetje naar de epistelkant van de kelk.

12. Van de Communioantifoon tot het Ite Missa est.

Communioantifoon:
Ga met gevouwen handen naar de epistelzijde van het altaar, zoek de betreffende plaats in het missaal en lees de communioantifoon luid en duidelijk. Luid en duidelijk wordt hierna alles gezegd totdat anders wordt aangegeven. Vervolgens gaat u nog steeds de handen gevouwen voor de borst terug naar het midden van het altaar.

Postcommunio: Met de handen van elkaar, de palmen naar beneden kust u het altaar inn het midden. Dan voegt u de handen samen voor de borst en met neergeslagen ogen keert u zich rechtsom naar het volk en terwijl u zegt “Dominus vobiscum” breidt u de handen uit en voegt ze weer samen. Keer u linksom weer naar het altaar en ga naar het misssaal. Wanneer u zegt “Oremus” breidt u de handen uit voor de borst, buigt uw hoofd naar het kruis en voegt de handen weer samen. Strekt de handen weer uit en zeg de Postcommunio.

Het sluiten van het missaal: Na het gebed sluit u het missaal van rechts naar links zodat de opening naar het kruis ligt en keer met de houden samen terug naar het midden van het altaar.

Ite Missa est: Met de handen van elkaar, de handpalmen omlaag kust u het altaar in het midden. Dan doet u de handen samen voor de borst en keer u met neergeslagen ogen rechtsom naar het volk terwijl u zegt “Dominus vobiscum”. Na het antwoord zegt u, de handen samen en nog steeds gekeerd naar het volk: “Ite missa est”. Na het antwoord van de misdienaar keert u zich weer linksom naar het altaar.

13. De zegen en het laatste evangelie

Placeat:
Staande voor het midden van het altaar met handen samen op de rand van het altaar terwijl de pinken de voorkant van het altaar raken, zegt u licht gebogen in stilte het gebed “Placeat tibi…. Dominum nostrum. Amen.” [Op het middelste canonbord].

De zegen:
Daarna met de handen apart, de handpalmen naar beneden kust u het altaar in het midden. Van nu af wordt helder en duidelijk gesproken voor de rest van de Mis. Recht staande voegt u de handen even samen, strekt ze uit, heft ze omhoog tot schouderniveau en tegelijk slaat u uw ogen op naar het kruis als u zegt “Benedicat vos”. Vervolgens voegt u de handen samen, laat ze zakken en buig met uw hoofd voor het kruis, als u zegt “Omnipotens Deus”. Vervolgens keert u zich met de handen samen voor de borst en neergeslagen ogen rechtsom naar het volk. Als u naar hen toe staat maakt u eenmaal kruisteken over hen met de rechterhand zo omhoog geheven dat de pink naar het volk is gericht. Tegelijk houdt u uw linkerhand onder de borst. daarbij zegt u de woorden “Pater et Filius en Spiritus Sanctus.”. Dan voegt u de handen samen en keert u weer rechtsom naar het altaar. dan gaat u naar de evangelie kant van het altaar om het Laatste Evangelie te lezen.

Het Laatste Evangelie: Aan de evangeliekant zegt u, gedeeltelijk gekeerd naar het volk zoals bij het eerste evangelie: “Dominus vobiscum”. Bij deze groet zijn de handen niet zoals gewoonlijk uitgestrekt maar blijven samen; evenmin keert u zich verder naar het volk. Maak een kruis teken met de rechterduim, eerst op de altaartafel als u zegt “Initium”. Ondertussen laat u de linkerhand met handpalm naar beneden op het altaar rusten. Vervolgens legt u de linkerhand onder de borst en maakt u een kruisteken op voorhoofd, mond en borst terwijl u voortgaat met “sancti Evangelii secundum Johannem”. Daarna leest u met handen samen het Laatste Evangelie. [Op het linker canonbord]. Bij de woorden “et Verbum caro factum est” knielt u met de handen op het altaar. Aan het eind van het laalste evangelie antwoordt de misdienaar met “Deo gratias” en daarmee is de Mis ten einde.



14. De gebeden na de Mis voorgeschreven door paus Leo XIII

De gebeden na de Mis:
Het is de gewoonte na de Mis de gebeden van Leo XIII te zeggen. Ga dan onmiddellijk na het laatste evangelie naar het midden van het altaar, buig het hoofd voor het kruis en daal dan af naar de voet van het altaar, kniel neer in het midden op de onderste tree en zeg luid en duidelijk:drie keer weesgegroetWees gegroet, Koningin Moeder
God, onze toevlucht en onze kracht
het gebed tot de heilige Michaël
driemaal de aanroeping tot het H. Hart
Bisdom Den Bosch: aanroeping Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch.

Vertrek uit het priesterkoor: Na de gebeden beklimt u weer het altaar, neemt u de kelk in de linkerhand, houdt de bursa vast met uw rechterhand, daal af tot voor de onderste tree en neem de bonnet aan van de misdienaar, plaats deze voor een ogenblik boven op de bursa, kniel naar het altaar (of buig diep), zet de bonnet op uw hoofd en keer naar de sacristie terug terwijl u ondertussen het kantiek Benedicite reciteert. In de sacristie nog met gedekt hoofd buigt u naar het kruisbeeld, keer u dan naar de misdienaar en buig naar hem.

Requiemmis

Requiemmis:
Het is gebruikelijk een Requiemmissaal te gebruiken omdat dit gemakkelijk. De volgende weglatingen en veranderingen dienen in acht genomen te worden.

Begin van de Mis: De psalm “Judica me” wordt weggelaten. na de antifoon “Introibo” en het antwoord van de misdienaar zegt u onmiddellijk “Adjutorium nostrum”. Daarbij maakt u een kruisteken als gewoonlijk.

Introitus: Maak geen kruisteken als u begint met de introitus maar maak in plaats daarvan een kruisteken tien cm boven het missaal.

Gloria: Het “Gloria” wordt weggelaten.

Evangelie: “Munda cor meum…” wordt normaal gezegd maar “Jube Domine…” en “Dominus sit” worden weggelaten. Aan het eind van het evangelie kust u het evangelieboek niet en u zegt ook niet “per evnagelica dicta…”.

Credo: wordt weggelaten

Bij het water: Het kruisteken over de waterampul wordt niet gemaakt.

Lavabo: De psalm “Lavabo…” wordt gewoon gebeden maar het “Gloria Patri…” en “Sicut erat…” worden weggelaten.

Agnus Dei: Er is een speciale vorm van het Agnus Dei. Er wordt niet op de borst geklopt en de handen blijven bijeen vóór de borst

Gebeden vóór de communie: Er zijn maar twee gebeden vóór de communie in plaats van de normale drie. Het eerste “Domine Jesu Christe, qui dixisti…” wordt weggelaten.

Ite Missa est: “Ite missa est” wordt vervangen door “Requiescant in pace”. (Het meervoud wordt altijd gebruikt ook al zijn de gebeden van de mis in het enkelvoud)

De zegen: De zegen wordt weggelaten. Na het gebed “Placeat tibi..” gaat u naar de evangeliezijde om het laatste evangelie te lezen.

Absoute: Als er een absoute plaats vindt wordt het laatste evangelie weggelaten.


terug naar deel 1
Vervolg rubrieken missaal 1962