
Vandaag, zusters en broeders, aanvaardt Jezus de taak waartoe Hij geboren is en waartoe de Vader Hem roept. En dat begin vat eigenlijk al als het ware zijn hele leven en zijn hele zending samen. Hij laat zich door Johannes dopen in de Jordaan. En terecht protesteert Johannes, als Jezus zich voor de doop aanbiedt: ik heb uw doopsel nodig en Gij komt tot mij? Jezus heeft geen doopsel van bekering nodig. Hij hoeft geen zonden van zich af te laten spoelen. Terecht zegt Johannes samen met ons: waarom wilt U, de Heilige, zich laten dopen.
Dat is toch ongerijmd. Laat het nu zijn, zegt Jezus, want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen. De Vader heeft het in zijn liefde voor de mensen zo vastgesteld, dat de Zoon volledig mens werd met de mensen, in alles aan ons gelijk behalve in de zonde. Hij deelt vanaf de kribbe in de stal ons weerbarstige leven, dat aan alle kanten getekend is door de gevolgen van de zonde, door pijn en leed. Zover gaat de liefde van God, dat Hij wil dat zijn Zoon volledig ondergedompeld wordt in het menselijke bestaan om het van binnenuit door de kracht van de gehoorzame liefde te verlossen en op het niveau van Gods liefde te brengen. Het is Gods wil dat de Zoon gedoopt wordt, niet omdat hij gezondigd zou hebben, maar omdat Hij als zondeloze het bestaan van zondaars wil delen en naast hen wil gaan staan om hen zo mee te kunnen trekken naar het eeuwig geluk bij de Vader.
De onderdompeling in het water symboliseert de menswording van Christus en zijn volledig onderduiken in het menselijk bestaan. Zo wordt Hij door de hemelse stem bevestigd als de veelgeliefde Zoon van God en openbaart zich de heilige Geest die over Hem uitgestort is. Ik denk, dat het de boodschap is van dit feest, dat we niet hoeven te geloven in een God hooghartig op ons neerziet, maar mogen geloven in een God, die in ons bestaan onderduikt en het van binnenuit heiligt, zelfs de donkerste momenten van leed verdriet en dood, hebben sinds de menswording en vooral sinds de doop van Jezus ook met God van doen. Want zo heeft Christus ons verlost tot nieuw en eeuwig leven.
Pijn, lijden, dood zijn van zinloze dingen geworden tot middelen van verlossing en heil. Dat Jezus zich laat dopen door Johannes in de Jordaan geeft zijn bereidheid aan die andere, die grote doop te ondergaan, de doop van lijden en kruisdood, het toppunt van zijn zelfgave in liefde en gehoorzaamheid aan de Vader. Doelend op zijn lijden en dood zal Hij later aan zijn apostelen vragen, die zo graag met Hem willen heersen in zijn koninkrijk: zijn jullie bereid met het doopsel gedoopt te worden waarmee ik gedoopt word. Zijn jullie bereid je tot het uiterste te geven in liefde en gehoorzaamheid aan de Vader. Dan pas mag je met mij heersen in mijn Rijk. En zo herinnert de doop van Jezus in de Jordaan ons ook aan onze eigen doop als christen. Wij zijn gedoopt, wij hebben ons laten onderdompelen in Jezus' dood, in zijn gehoorzame zelfgave; wij zijn ondergedoken in zijn volmaakte liefdesantwoord aan de Vader en we hebben met Christus en van Christus de belofte van de verrijzenis ontvangen en deel gekregen aan zijn Geest. En daarmee hebben we de bereidheid uitgesproken vanuit die Geest te leven, de gerechtigheid en de liefde te beoefenen, Gods wil te laten geschieden, vol hoop en vertrouwen te leven als dienaren van God onder alle omstandigheden van het leven naar het voorbeeld van Jezus. Laten we vandaag opnieuw de opdracht van ons doopsel ter hand nemen, serieuzer nemen, verdiepen. Stellen we ons open voor de heilige Geest, die ons stuwt tot grotere liefde, tot grotere gehoorzaamheid aan Gods geboden, tot meer overgave aan zijn wil. Want alleen zo blijven we in de Zoon, in Hem worden we gered. Want alleen door Hem heeft de Vader ook welbehagen in ons. Amen.



Doop des Heren
bij: Jes. 42, 1-4.6-7; Hand. 10, 34-38; Mt. 3, 13-17
JAAR A