
Het feest van de doop van de Heer hoort bij de kersttijd maar toch zijn we in de tijd dertig jaar verder. De stal van Bethlehem, de herders en de wijzen liggen al dertig jaar achter ons. Wat heeft de gebeurtenis van de doop in de Jordaan nu eigenlijk met Kerstmis te maken?
Welnu, Kerstmis is het feest van de menswording van God, van de incarnatie. Maar belangrijk is dat het feit van de menswording en de betekenis van die menswording aan de wereld bekend gemaakt wordt. Die openbaring van de menswording vierden we vorige week al in de komst van de wijzen uit het Oosten. God openbaarde de menswording van zijn Zoon aan de heidenvolkeren door een ster en zij erkennen die openbaring en aanbidden het Christuskind. Na het verborgen leven van Jezus in Nazaret vindt in de gebeurtenis van vandaag een nieuwe openbaring plaats. Bij de doop in de Jordaan scheurt de hemel open en de stem van de Vader weerklinkt: “Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” En op hetzelfde moment daalt de heilige Geest, de liefde tussen de Vader en de Zoon als een bevestiging van de woorden van de Vader op Jezus neer. De drie-ene God openbaart zich bij de doop in de Jordaan waarbij Jezus wordt aangewezen als de Zoon van God, vol van de heilige Geest.
Wel is het steeds onder christenen de vraag geweest: waarom liet Jezus zich dopen? Dopen is immers een symbool van het afwassen van schuld. Zo doopte Johannes ook: tot vergeving van zonden. Hoe kan Jezus, die toch als Gods Zoon volkomen zonder zonde is, zich dan laten dopen? Het evangelie van Matteüs getuigt al van die moeilijkheid. Want daar zegt Johannes de Doper: “Ik heb uw doopsel nodig en Gij komt tot mij?” Waarop Jezus zegt: “Laat het nu zo zijn want het past ons al wat is vastgesteld te volbrengen.” Dat is het eerste antwoord wat het evangelie al geeft: Jezus duikt helemaal onder het menselijk bestaan, zo zelfs dat Hij als zondeloze heel de zonden van de wereld op zich neemt: Hij wordt het Lam dat de zonde van de wereld wegdraagt. De doop is dan het symbool van die onderdompeling in de diepten van het menselijk bestaan, ja zelfs in de dood.
Maar de kerkvaders hebben altijd ook nog een belangrijke tweede betekenis van de doop van Jezus verbonden. Volgens hen heeft Jezus zich laten onderdompelen in het water om zo van binnenuit het aardse water te heiligen en het geschikt maken voor de christelijke doop, die werkelijk de zonden afwast en werkelijk eeuwig leven geeft. De heilige Maximus van Turijn vergelijkt rond 450 het water met Maria. Maria baarde de Zoon van God en zij is zuiver. Het water waste Christus bij de doop en is heilig. Toch, zegt hij, was de gave aan het water groter dan de gave aan Maria. Want Maria ontving de zuiverheid alleen voor zichzelf maar het water deelde zijn heiligheid ook aan ons mee. Maria verkreeg dat zij niet zou zondigen, het water verkreeg dat het ons werkelijk van zonden zou reinigen. “Want vanaf het ogenblik dat de Verlosser in het water werd ondergedompeld, heeft Hij alle stromen en alle bronaders geheiligd door het mysterie van zijn doop. Sindsdien geldt voor ieder die in Christus’ Naam gedoopt wil worden: het is geen gewoon water dat hem schoon wast maar hij wordt gereinigd door het water van Christus. Daarom wilde de Verlosser worden gedoopt, niet om zelf rein te worden, maar om voor ons het water te reinigen.”
Doordat Christus mens werd, is de mensheid van binnenuit gereinigd. Is ook de heilige Geest als een gave aan de mensen geschonken. Dat gebeurt door de menswording met als hoogtepunt het lijden en sterven van Jezus, dat Hij zelf trouwens een doopsel noemt. Wij krijgen aan die reiniging en aan dat eeuwig leven deel door het doopsel met water en heilige Geest. Dat wordt ons vandaag geopenbaard. Dat is de diepe betekenis van Kerstmis. Amen.



DOOP VAN DE HEER B
bij: Jes. 42, 1-4.6-7
Hand. 10, 34-38
Mc. 1, 7-11
Jaar B