
Op de zondag na Kerstmis vieren we traditiegetrouw het feest van de heilige Familie, van Jezus Maria en Jozef. De Kerk houdt het ideaal van die heilige Familie aan haar gelovigen voor. Nu kunnen we op dat ideaal heel sceptisch en cynisch reageren. Immers de werkelijkheid is vaak zo anders. Zeker in onze maatschappij met zijn vele echtscheidingen, met zijn vele, soms bizarre, alternatieve samenlevingsvormen, lijkt het zinloos te spreken over het ideale gezin. Dat is door velen ook niet gewenst, want dat lijkt een veroordeling - en dat is het in zekere zin ook - van hun manier van leven of van de manier van leven van hun kinderen. Toch zien ook velen dat wat onze maatschappij ziek maakt, de incidenten die ons telkens weer opschrikken, zijn oorzaak vindt in het ontbreken van een normaal en gezond gezinsleven. Daarom blijft de Kerk tegen de keer in de normale idealen van het gezinsleven voorhouden in het besef dat idealen, hoe moeilijk ook, uiteindelijk nooit hun aantrekkingskracht verliezen in tegenstelling tot de realiteit die vaak plat en ontmoedigend is.
In de tweede lezing zegt Paulus: “Vrouwen, weest uw man onderdanig zoals het christenen betaamt. Mannen, hebt uw vrouw lief en weest niet humeurig tegen haar. Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is de Heer welgevallig. Vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij de moed niet verliezen.” In deze tekst worden de beide basisrelaties opgevoerd die het gezin uitmaken: de relatie tussen de echtgenoten en de relatie tussen ouders en kinderen. Van die twee relaties is de eerste, die tussen de echtgenoten, veruit de belangrijkste omdat de tweede, die tot de kinderen, voornamelijk van de eerste afhangt. Bij die woorden van Paulus is er meteen een moeilijkheid voor moderne oren: Paulus vraagt de man zijn vrouw te beminnen, en dat is natuurlijk goed, maar dan vraagt hij van de vrouw dat ze onderdanig is aan haar man. Hier lijkt Paulus door de mentaliteit van zijn tijd beïnvloed en in een tijd waarin man en vrouw gelijk zijn, is dit niet te verteren. Toch bestaat de oplossing niet in het feit het woord “onderdanig” te laten vallen in de verhouding tussen man en vrouw. Die onderdanigheid moet meer in wederkerigheid bestaan zoals ook de liefde wederkerig moet zijn. Met andere woorden: niet alleen de man moet zijn vrouw liefhebben, maar ook de vrouw haar man. Een niet alleen de vrouw moet haar man onderdanig zijn maar ook de man de vrouw. Die onderdanigheid is immers een eigenschap van de liefde. Voor degene die liefheeft is het geen schande onderdanig te zijn aan het voorwerp van zijn liefde. Juist dat maakt gelukkig. Onderdanig zijn betekent in dit geval in alles rekening te houden met de echtgenoot; alles te bespreken, niets volledig alleen te beslissen; het betekent soms je eigen inzichten opgeven. Onderdanig zijn aan elkaar betekent dat liefde geven is en niet nemen. Zo is de mensen juist als man en vrouw in gevende liefde beeld van God die liefde is.
Paulus roept de kinderen op tot gehoorzaamheid aan de ouders. Het grote voorbeeld daarbij is Jezus van wie geschreven staat: “Hij was hun onderdanig.” In de gehoorzaamheid waarin kinderen dienen te worden opgevoed leren ze ook gehoorzamen aan de zedelijke orde, leren ze in de praktijk wat normen en waarden zijn, leren ze zich te schikken, leren ze sociaal zijn.
Dat alles moet gebeuren in liefde. De kinderen worden opgenomen in de liefde van de ouders. Ouders dienen tegenover hun kinderen te handen uit echte liefde. Dat wil zeggen met het oog op hun echte welzijn. Liefde betekent niet toegeeflijkheid. Dat is vaak gemakzucht. Liefde betekent zorgend verder kijken dan het kind op dat moment kan. Kinderen worden gevraagd deze ouderlijke liefde en bezorgdheid te aanvaarden.
Dit is het christelijke gezinsideaal: man en vrouw die zich in liefde onvoorwaardelijk aan elkaar binden in het sacrament van het huwelijk. Man en vrouw die hun liefde voor elkaar verbonden weten met het verlangen naar kinderen. Die hun liefde en hun kinderen aanvaarden als geschenk van God en als een levensopdracht van Hem. Die hun kinderen in grote liefde maar tegelijk met grote ernst en vasthoudendheid leren wat de eisen zijn van het christelijk leven en dat zelf beleven.
Het is een ideaal dat je jammer genoeg maar weinig verwezenlijkt ziet in onze maatschappij met alle funeste gevolgen van dien. Maar we blijven het ideaal voorhouden aan allen die volgens Gods bedoelingen willen leven. Amen.



H. Familie
bij: Sir. 3. 2-6.12-14; Kol. 1, 13-21; Mt. 2, 13-15.19-23
JAAR A