Traditioneel viert de Kerk op de zondag onder het octaaf van Kerstmis het feest van de heilige Familie en denkt ze na over het gezin. De Kerk hecht grote waarde aan het gezin en ziet het gezin aan het begin van de schepping staan als man en vrouw voor elkaar geschapen zijn en de opdracht krijgen zich te vermenigvuldigen. Ze ziet dat het gezin door de zonde is aangetast en daardoor te maken krijgt met verstoorde verhoudingen zoals echtbreuk en echtscheiding, en met verstoorde relaties tussen ouders en kinderen. Dat alles zien we ook in de geschiedenis van de Bijbel maar dat neemt niet weg dat God het gezin blijft zegenen en in de tien geboden is het eerste gebod dat over de tussenmenselijke verhoudingen gaat: eert uw vader en uw moeder en daarna: gij zult geen echtbreuk plegen. Twee geboden waardoor God het gezin probeert te beschermen. En als God aan de nieuwe heilsorde begint, als de definitieve fase van de herschepping en van de verlossing begint, staat daar een gezin: Ook God wordt mens in een gezin. Jezus wordt geboren binnen de liefdevolle warmte van Maria en Jozef. Hij leert wat een mens moet leren, Hij ontvangt zijn opvoeding, ook zijn godsdienstige opvoeding in het gezin van Nazaret. Zo wordt het gezin van binnenuit geheiligd.
En de Kerk aarzelt dan ook niet het gezin de hoeksteen van de menselijke samenleving te noemen. Mensen worden niet geschapen als losse individuen. Mensen dienen geboren te worden in een gezin. Dat is een fundamenteel recht. Alleen in een harmonisch gezin kan de mens optimaal uitgroeien tot een mens die verantwoordelijkheid kan dragen voor zichzelf en voor anderen. Aan de basis van een gezin ligt een stabiel huwelijk van een man en een vrouw die in liefde en onvoorwaardelijke trouw voor elkaar gekozen hebben. Belangrijk voor een gezin is dat men voldoende tijd voor elkaar maakt, dat men tijd en energie in elkaar investeert. Hier liggen al de eerste verleidingen van deze tijd: doordat beiden werken, lijkt men steeds minder tijd voor elkaar te hebben; men aarzelt steeds meer echt verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen. Trouwen is in dat perspectief niet nodig. Trouw lijkt steeds minder vanzelfsprekend. Ook christenen wonen samen zonder de consequenties daarvan te aanvaarden.
Volgens Gods scheppingsorde en bedoelingen zijn kinderen iets waar men in de liefde voor elkaar  op gericht moet zijn. Ook hier liggen in onze tijd allerlei verleiding op de loer. Om materiële redenen worden kinderen steeds opnieuw uitgesteld. En als ze er zijn, dan wordt er te weinig tijd en energie geïnvesteerd in de echte opvoeding tot verantwoordelijke mensen. In christelijke gezinnen wordt lichtzinnig omgesprongen met de christelijke opvoeding. Men heeft geen tijd of geen diepgang genoeg de fundamentele waarden van het leven door te geven. Ouders en gezin falen als ik bij de eerste communie de kinderen een kruisteken moet leren, als praktische niemand van de gedoopten met 8 jaar een onzevader of een weesgegroet kent.
Wil de maatschappij weer gezond worden, dan zullen weerstand moeten bieden aan de vrijzinnige criticasters die iedere keer als we opkomen voor het gezin, dat associëren met de spruitjeslucht uit de jaren vijftig. We zullen, ook in politiek opzicht, op moeten komen voor het normale gezin: vader, moeder en kinderen.
Wil de Kerk weer gezond worden, dan hebben we christelijke gezinnen nodig waarin het geloof beleefd binnen  het huwelijk van de ouders en doorgegeven wordt aan de kinderen. Dat kinderen niet alleen God leren kennen maar ook iets voor elkaar en voor de maat schappij over leren hebben; een gezin waarin men nog weet wat offer is; waar naar het kruis gewezen wordt als het moeilijk is. Op die christelijke gezinnen moeten we zuinig zijn. Zij zijn de toekomst van de Kerk en de enigen die effectief de verloedering van van de maatschappij kunnen tegengaan onder de bescherming van de H. Familie. Amen.
FEEST VAN DE HEILIGE FAMI LIE C
Bij: Sir. 3, 2-6.12-14
Kol. 3, 12-21
Luc. 2, 41-52
jaar c