In de eucharistie van Aswoensdag zegent de priester na de preek de as. Daarna geeft de diaken als eerste de celebrant een askruisje op het voorhoofd met de woorden: "Bekeert u en gelooft in het evangelie." of "Bedenk wel: stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren."
Daarna ontvangt de diaken van de celebrant het askruisje.
De diaken kan met de celebrant het askruisje aan de gelovigen uitdelen.
2. Palmzondag
- De diaken leest op de plaats waar de palmprocessie begint na de zegening van de palmtakken het evangelie van de intocht.
- Bij het begin van de processie nodigt hij de gelovigen uit met de woorden: "Broeders en zusters, laten wij nu het voorbeeld volgen van de menigte die Jezus toejuichte, en de processie beginnen."
- Het lijdensverhaal kan door drie diakens worden voorgedragen. In dat geval vragen zij op de gewone wijze samen vooraf aan de celebrant de zegen.
Is er slechts één diaken dan zal hij de rol van evangelist vervullen, de priester de rol van Christus en een lektor de overige rollen. In dit geval vraagt de diaken niet om de zegen.
Bij het lijdensverhaal worden geen kandelaars gebruikt; er is geen bewieroking, geen begroeting van de gelovigen en geen bekruising van het boek.