- Bij alle liturgische vieringen draagt de diaken (amict), albe, (cingel) en de stola afhangend van de linkerschouder dwars naar de rechterzijde.
- Alleen in de liturgie waarin de diaken de bisschop of de priester assisteert kan hij de dalmatiek daaroverheen dragen, tenzij in nieuwere uitgaven van de liturgische boeken anders is voorzien. Dit is bijv. het geval als de diaken een huwelijksplechtigheid leidt. Dan kan hij ook een dalmatiek dragen.
- Buiten de eucharistie kunnen albe en stola vervangen worden door toog, superplie en stola.
- Als de diaken zelf de liturgie leidt, draagt hij albe en stola of toog, superplie en stola.
Bij doopsel, huwelijk, begrafenis, getijden en uitstelling van het H. Sacrament kan hij bovendien een koorkap dragen.
- Bij het uitreiken van de h. communie of het viaticum aan zieken of bij zegeningen bij gelovigen thuis kan het voldoende zijn, dat de diaken slechts de stola draagt over zijn dagelijkse kleding.
DE LITURGISCHE KLEDING
VAN DE DIAKEN
DIAKEN