Als je de kerk van de geboorte in Bethlehem binnengaat moet je diep bukken. Want de toegangsdeur is in de middeleeuwen zo laag dichtgemetseld dat de islamitische soldaten er niet op paarden konden binnenrijden. Maar in die noodmaatregel zit een diep symboliek: men moet zich bukken, men moet zich klein maken, wil men de boodschap van deze nacht kunnen verstaan en in zich opnemen. Wij mensen zitten vaak hoog te paard. We voelen ons zelfbewust. We hebben het idee dat we met onze wetenschap en techniek, met ons geld, alles kunnen. We zitten als mensen hoog te paard.
Als je niet van dat trotse paard naar beneden komt en je bukt, kun je de geboortekerk niet binnen, kun je het Kind in de kribbe niet bereiken, zul je vrede waarvan de engelen zingen nooit echt in je hart kunnen ervaren.Wij mensen zitten vaak hoog te paard: trots willen we ons eigen leven regelen en inrichten. We weten zelf wel hoe het moet. Daar hebben we God niet voor nodig en zeker de Kerk niet. We laten God en de Kerk praten zoveel als ze willen. Het gaat langs ons heen. Dat is passé. Wij gaan zelfbewust onze eigen gang. Sommigen gaan niet helemaal zover. Ze hebben er een foefje op gevonden om God te laten zeggen wat ze zelf willen horen: ze luisteren niet meer naar de God, zoals Hij zich in de Bijbel en de Kerk openbaart, maar maken zich een eigen God, die precies vindt wat zij vinden, die hun levenswijze en moraal goedkeurt. Ik vind... en God vindt dat natuurlijk ook. Het is natuurlijk vervelend, dat de Kerk steeds weer andere dingen zegt. Maar ja, wij zijn verder, wij zijn met de tijd meegegaan. En we blijven trots te paard zitten. We doen het allemaal zo goed en we hebben eigenlijk geen redding nodig. We redden onszelf wel. Medechristenen, als je zo leeft en handelt, kan het niet echt Kerstmis worden. De boodschap van Kerstmis is immers: Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer. Er is iemand die jou wil redden. Maar Hij kan jou niet redden, als je hoog te paard blijft zitten en vindt dat je jezelf wel kunt redden. En wees nou eens eerlijk: kun je jezelf echt redden? Kun je uit jezelf tegen ziekte en dood op? Kunnen we met zijn allen de wereld tot een paradijs maken? Zolang als mensen bestaan maken we er al een puinhoop van, waarin moord en doodslag aan de orde van de dag zijn, waarin mensen elkaar tot wanhoop brengen, omdat ze elkaar als wegwerpartikelen beschouwen. We moeten van het paard af en ons bukken en zeggen tegen God: kom en help ons; verlos ons uit de zonde. Herstel de band tussen U en ons. Vorm ons hart om en vervul het met uw liefde. Pas als je dat van harte zegt; als je eigengereidheid opgeeft; als je je eigen naaktheid ziet en je openstelt voor Gods redding, ben je in staat te bukken en de plaats van de geboorte binnen te gaan om het geheim van die redding te zien en te aanvaarden. Dan mogen we zien, dat God zich ook gebukt heeft naar ons toe; dat Hij Emmanuel, God-met-ons geworden is in een kind in een kribbe, in  een man aan een kruis, in de Verrezene, die de Kerk gesticht heeft om ook ons te redden. God buigt zich naar ons toe in Christus, werkelijk God en werkelijk mens. Hij heeft in zijn persoon een reddende brug geslagen tussen God en ons. Niet uit onszelf, niet  hoog te paard, maar nederig ons hoofd buigend kunnen we over die brug, die Christus, is naar God toe. Je moet dan bij Hem blijven in je leven, dichtbij Hem: dicht bij het Kind in de kribbe, dicht bij prekende Jezus, dicht bij de stervende Jezus. Dan moet niet ik leven, zegt Paulus, ik in mijn eigengereidheid en mijn trots, maar Christus in mij. Wij kunnen niet meer met de herders en de wijzen mee naar de stal. Maar de Redder van Kerstmis is nu bereikbaar voor mij, maar ook nu moet ik heel concreet mijn hoofd buigen: immers Hij spreekt door de Kerk. De stal binnengaan betekent nu je hoofd buigen voor het gezagvolle woord van de Kerk; vergeving ontvangen betekent nu je hoofd buigen voor het vergevende woord van de priester van de Kerk; Christus ontmoeten betekent nu je hoofd buigen voor de schamele tekenen van brood en wijn, waarin Hij bij ons wil zijn met zijn persoon en met zijn verlossingswerk. Heden is u een Redder geboren. Laten we die redding aanvaarden in ons leven. Nederig ons hoofd buigen voor de reddende God-met-ons, die eens als een Kind, armzalig en goddelijk tegelijk, verschenen is en nu nog aan ons verschijnt in die vaak armzalige Kerk, die tegelijk vol is van Christus reddende gaven. Laten het hoofd buigen, neerknielen voor het geheim van God in ons midden, niet even, in het voorbijgaan, maar met heel ons leven. Zalig Kerstfeest.
KERSTNACHT
bij: Jes. 9, 1-3.5-6
Tit. 2, 11-14
Lc. 2, 1-14
Jaar B