Witte Donderdag 

A CHRISMAMIS
  -

-   Naast de gewone taken in een plechtige bisschopsliturgie hebben de diakens in deze eucharistie de zorg voor de hh. oliën. Assisteren er weinig diakens, dan nemen acolieten gedeeltelijk hun taak over met betrekking tot het reukwerk, de olie van de geloofsleerlingen en de ziekenolie. De zorg voor de vaten met het H. Chrisma nemen dan priesters op zich.

-    Na de voorbede gaat de groep die aan de offergavenprocessie deelneemt naar de plaats waar offergaven staan. Daar stelt zich de processie op. De volgorde is: - voorop de diakens (of acolieten) die de reukstoffen voor het chrisma dragen. - dan volgen de diakens (of acolieten) met de olie van de geloofsleerlingen. - dan volgen de diakens (of acolieten) met ziekenolie. - dan volgen de diakens (of priesters) met de olie voor het chrisma - tenslotte zij die brood en wijn en water dragen voor de eucharistie.  De diakens of de priesters die de chrisma-olie dragen brengen deze naar de bisschop en zeggen:  "Olie voor het heilig chrisma."  De bisschop neemt de olie aan en geeft hem aan een van de twee assisterende diakens, die de olie op de daarvoor bestemde tafel plaatsen. Hetzelfde gebeurt met de ziekenolie en met de olie voor de geloofsleerlingen. Men biedt het de bisschop aan met de woorden: "Olie voor de zieken" en "Olie voor de geloofsleerlingen".  De assisterende diakens brengen de oliën naar de bestemde tafel. De offergaven voor de eucharistie worden bij de bisschop gebracht, die ze aan de diakens geeft, die het altaar op de gebruikelijke wijze klaar maken.  - De zegening van de ziekenolie vindt plaats aan het einde van het eucharistisch gebed. Dat wil zeggen in het Eucharistisch Gebed I vóór de woorden: "In Hem hebt Gij al wat bestaat..", in de eucharistische gebeden II en III vóór de slotdoxologie. Een diaken (of acoliet) brengt het vat met ziekenolie naar het altaar en houdt het geopend vast. De bisschop spreekt het zegeningsgebed. Daarna wordt het vat op de tafel teruggeplaatst en de eucharistie gaat gewoon verder.  - Na het gebed na de communie worden de vaten met de olie van de geloofsleerlingen en de olie voor het chrisma door diakens op een tafel midden op het priesterkoor geplaatst. De bisschop gaat achter de tafel staan met naast zich aan beide zijden in een halve kring de concelebranten. De diakens staan iets achter hen en assisteren de bisschop zonodig. De concelebranten laten naast de bisschop zoveel ruimte vrij dat de assisterende diakens voldoende ruimte hebben. Voor het zegeningsgebed over de olie van de geloofsleerlingen doet een van hen het deksel van het vat en sluit het nadien weer. Daarna wordt het vat voor het chrisma geopend. De reukstoffen worden aangereikt. Dan zegt de bisschop het wijdingsgebed over het chrisma. 

-   Om pastorale redenen kan de zegening en de wijding van alle oliën ook plaats vinden na de voorbede. Dan worden ze in processie binnengedragen aan de bisschop aangeboden en meteen op een tafel midden op het priesterkoor geplaatst, waarna de zegening en de wijding plaats vindt. Daarna wordt het altaar op de gebruikelijke wijze klaar gemaakt en verloopt de eucharistie op de gewone wijze. 

-   Na de slotzegen en de wegzending door een diaken legt de bisschop, geassisteerd door een diaken wierook in het wierookvat. Voorop loopt de wierookdrager. Daarachter het kruis en meteen daarna de diakens (of acolieten) met de ziekenolie en de olie van de geloofsleerlingen en dan het chrisma gedragen door een diaken of een priester. Vervolgens de overige diakens twee aan twee, de priesters twee aan twee, de bisschop alleen met iets achter hem de twee assisterende diakens en als laatste de assistenten, die voor staf en mijter zorgden.   

B. MIS VAN HET LAATSTE AVONDMAAL


-   De diaken verricht de assistentie zoals in een gewone eucharistieviering. 

-   Als er een voetwassing wordt gehouden, helpt de diaken de priester bij het afleggen van het kazuifel en bij het wassen en het drogen van de voeten. Na de voetwassing wassen de celebrant en de diaken de handen. 

-   Na het uitreiken van de communie blijft de ciborie met hosties op het altaar staan.  Na het gebed na de communie helpt de diaken de celebrant bij het doen van wierook in het wierookvat. Dan knielt hij met hem neer voor de bewieroking van het Allerheiligste.  Daarna is hij de celebrant behulpzaam bij het omleggen van het velum.  De diaken gaat nu samen met de priester naar het altaar, knielt samen met hem, neemt de ciborie en draait zich een halve slag naar links. De celebrant gaat vóór hem staan en de diaken reikt hem de ciborie aan en helpt het velum over de ciborie te leggen. Bij de processie begeleidt de diaken de celebrant.  Bij het rustaltaar aangekomen neemt de diaken de ciborie uit handen van de celebrant en zet deze op het altaar of in het tabernakel terwijl de deurtjes open blijven. Bij het "Tantum ergo" of een andere eucharistische hymne wordt het Allerheiligste bewierookt waarna de diaken de ciborie in het tabernakel zet en/of de deurtjes sluit, na een kniebuiging te hebben gemaakt. 

2. Goede Vrijdag

- Bij de aanvang van de viering in volkomen stilte gaan de priester en de diaken plat ter aarde liggen (of knielen als dit wenselijker is) en bidden enige tijd in stilte. Daarna begeven zij zich naar de zetels vanwaar de celebrant het openingsgebed bidt. 

- Wat betreft het lijdensverhaal: zie palmzondag. 

- Bij de grote voorbede zegt de diaken telkens de intenties bij de ambo, waarna de priester het gebed bidt bij zijn zetel of bij het altaar. 

- Het tonen van het kruis kan op twee manieren gebeuren: 
a. De diaken draagt, begeleid door twee acolieten met brandende kaarsen, een omhuld kruis naar het altaar. Staande voor het altaar neemt de priester het kruis over en ontdoet het aan de bovenkant gedeeltelijk van de doek en zingt daarbij (eventueel samen met de diaken): "Aanschouwt dit kostbaar kruis.." Daarna knielt de hele gemeenschap samen met de diaken een ogenblik neer om het kruis te aanbidden. Vervolgens doet de priester, zonodig geholpen door de diaken, de doek van de rechterarm. En hij zingt opnieuw "Aanschouwt...." Tenslotte wordt de hele doek verwijderd. 
b. De diaken en de andere assistenten begeven zich naar de ingang van de kerk. De diaken neemt daar een kruis, niet bedekt met doeken, en draagt het tussen twee acolieten met brandende kaarsen de kerk in, terwijl hij achter in de kerk, halverwege en bij de ingang van het priesterkoor zingt: "aanschouwt dit kostbaar kruis..."

- Na het tonen plaatst de diaken het kruis aan de ingang van het priesterkoor of laat het daar vasthouden door twee acolieten, terwijl de kaarsen ernaast worden geplaatst.  De celebrant legt nu zijn kazuifel af en trekt eventueel zijn schoenen uit. Hij gaat naar het kruis en kust het. Nadat hij naar zijn zetel is teruggekeerd, bekleedt hij zich weer met het kazuifel en trekt eventueel zijn schoenen weer aan. Daarna vereren de diaken en de andere assistenten en vervolgens alle gelovigen en een soort processie het kruis op een of andere geschikte wijze (bv met een kniebuiging of een kus). Na de verering brengt de diaken het kruis naar de plaats bij het altaar waar het gewoonlijk staat. De brandende kaarsen worden naast het altaar of naast het kruis geplaatst. 

- Voor de heilige communie worden door acolieten een dwaal, een corporale en het missaal op het altaar gelegd. Daarna brengt de diaken, begeleid door twee acolieten met brandende kaarsen, het Allerheiligste vanaf de plaats waar het bewaard wordt langs de kortste weg naar het altaar. Nadat de diaken de ciborie heeft geopend komt de celebrant naar het altaar. Na het uitreiken van de communie brengt de diaken de overgebleven hosties naar een daarvoor klaargemaakte plaats buiten de kerk of naar het tabernakel, als de omstandigheden dat vragen. 

- Na het gebed na de communie eindigt de dienst met het gebed over het volk. Er is geen wegzending door de diaken.   

3. De Paaswake 

- Het openingswoord kan door de celebrant of de diaken gesproken worden.

- Na de zegening van het vuur en het klaarmaken van de paaskaars door de celebrant neemt de diaken de paaskaars in de hand en zingt bij de ingang van de kerk, halverwege en bij het altaar "Licht van Christus". Voorop loopt de wierookdrager, daarna de diaken met de paaskaars, daarachter de priester en de assistenten. 

- Wanneer de priester bij het altaar gekomen is, gaat hij naar zijn zitplaats. De diaken zet de paarskaars op de kandelaar. De priester legt wierook in het wierookvat. Daarna vraagt de diaken gebogen voor de priester de zegen: "Heer, zegen mij."  De priester geeft de zegen met de woorden:  "De Heer zij in uw hart en op uw lippen. Verkondig de vreugdeboodschap van Pasen in eerbied en naar waarheid. In de naam van de Vader, de Zoon + en de heilige Geest."  De diaken maakt een kruisteken en antwoordt met "Amen".  Hij bewierookt nu het boek waaruit hij zal zingen en de paaskaars.  Daarna zingt hij de paasjubelzang. 

- In de dienst van het woord leest de diaken op de gebruikelijke wijze het evangelie. In de paasnacht worden bij het evangelie geen brandende kaarsen gebruikt, wel wierook. 

- Is het doopvont voor iedereen zichtbaar, dan wordt daar de zegening van het doopwater verricht. Er gaat dan een processie naar het doopvont waarin de dopelingen met hun ouders, peters en meters meelopen. In dat geval gaat de diaken of een acoliet met de paaskaars voorop.  Is het doopvont voor de gelovigen niet zichtbaar, dan vindt de zegening in het priesterkoor plaats. Bij de zegening van het doopwater geeft de diaken op het geëigende moment de paaskaars aan de celebrant en helpt hem bij het eventueel neerlaten ervan in het doopwater. Bij het doopsel assisteert hij de priester. Bij de besprenkeling van alle gelovigen, gaat de diaken met de priester mee en houdt zonodig diens kazuifel op. 

- het verdere verloop van de viering is als gebruikelijk. De diaken lette er evenwel op, indien de Romeinse Canon wordt gebruikt, de gedeelten die eigen zijn aan het paasoktaaf voor de priester aan te wijzen. Na de zegen zingt of zegt de diaken, vanaf de paasnacht tot en met Beloken Pasen en op het hoogfeest van Pinksteren, "Gaat nu allen heen, alleluja, alleluja" of "Gaat in vrede heen, alleluja, alleluja."


HET PAASTRIDUUM
DIAKEN