LITURGISCHE KLEDING
NAAR DEEL 2
NAAR DEEL 2
Amict

Dit is een schouderdoek die met linten wordt vastgemaakt. Hij dient om de gewone kleding aan de hals te bedekken. Tegenwoordig is hij niet meer voorgeschreven als de albe goed sluitend is.
Cingel

Dit is een koord waarmee de albe rond het middel bijeen gebonden wordt. In de huidige ritus is de cingel niet verplicht als de albe passend is.
Albe

Dit is een lang wit (albus=wit) kleed dat alle civiele kleding bedekt
Stola (priester)

Een om de hals gedragen langwerpig stuk stof (shawl) in de liturgische kleur van de dag. In de vroegere ritus droeg de priester tijdens de Mis de stola gekruist voor de borst waarbij deze op zijn plaats gehoudenw erd door de singel
Stola (diaken)

De diaken draagt de stola schuin over de linker schouder.
Manipel

Facultatief (en in de nieuwe ritus praktisch verdwenen) is de manipel: een stuk stof in de liturgische kleur van de dag, hangend aan de linker arm
Kazuifel

Het gewaad dat de priester draagt over de albe en de stola. Het is de kleur van de dag en vaak versierd. Het is kleed zonder mouwen waar in het midden een ruimte is uitgespaard waardoor het hoofd kan. De naam is afkomstig van casula=huisje.
Dalmatiek

Een gewaad dat door de diaken gedragen wordt. Het heeft mouwen en heeft net als het kazuifel de liturgische kluer van de dag.
In de oude ritus droeg de subdiaken een soortgelijk gewaad dat tunike genoemd wordt en dat iets minder versierd is dan de dalmatiek.
Koorkap/koormantel

Buiten de viering van de Mis kan de priester een koormantel dragen. Dat is cape die onder de kin gesloten wordt met een gesp. De koormantel heeft de liturgische kleur van de dag.
Soutane en superplie

Buiten de Mis, bv onder de koormantel kan de priester/diaken een superplie dragen/ Dat is een halflang wit gewaad. Deze wordt alleen op een soutane of toon gedragen. Dat is het niet liturgische gewaad van de priester: lang zwart en van voren met knoopjes gesloten.
Cingel

Over de soutane/toog kan om het middel een brede cingel met kwasten worden gedragen. Zwart voor de priester, paars voor de bisschop en rood voor de kardinaal.