
IIn het evangelie horen we het verhaal van het lege graf. En we hebben wel eens de neiging om te zeggen: waren we daar maar bij geweest, hadden we het ook maar gezien, dan zouden we gemakkelijker kunnen geloven. Ik weet niet of dat waar is, zusters en broeders. Kijk maar naar Maria van Magdala. Kijk maar naar de leerlingen. Het lege graf was voor hen helemaal geen bewijs, dat Jezus was opgestaan. Het lag meer voor de hand aan te nemen, wat Maria van Magdala dacht: ze hebben de Heer uit het graf genomen en we weten niet waar ze Hem hebben neergelegd. De leerlingen van Emmaüs en Thomas wisten van het lege graf, wisten zelfs van engelen en dat sommigen de Heer gezien hadden en zij geloofden niet. Het lege graf is geen bewijs, het is een teken en tekens kun je alleen verstaan als .je geloof hebt. Om de betekenis van het lege graf te zien, moet je geloven. In die zin was het voor de leerlingen en voor Maria Magdalena even moeilijk als voor ons. Het zijn veel meer de verschijningsverhalen, waarin de leerlingen de levende Heer ontmoeten die hen tot geloof brengen. Ja maar, zult u misschien zeggen: had ik dan maar zo'n verschijning van de levende Heer. Dat zou het veel gemakkelijker maken. Maar ook in de meeste verschijningsverhalen wordt het duidelijk, dat het geen overweldigende openbaringen zijn: Maria meent een tuinman te zien, de Emmaüsgangers zien een vreemdeling die met hen meeloopt en het oude testament uitlegt naar Jezus toe. Steeds weer een aanvankelijk niet herkennen of de vraag: is Hij het nou of is Hij het niet? Jezus aanwezigheid is voortaan van een andere orde dan voorheen. Hun ogen moeten opengaan om Hem te herkennen, er is geloof om nodig om Hem herkennen. Niet anders dan bij ons: met name het verhaal van de Emmaüsgangers is ons verhaal: zij hebben niets anders dan het Woord van schrift dat hen door de vreemdeling wordt uitgelegd. Toen ging hun hart branden. Wij hebben de Schriften die door de Kerk van alle eeuwen worden uitgelegd. Zij zien een vreemdeling die het brood breekt, net als bij het laatste avondmaal. Wij hebben de Kerk die voor ons het brood breekt. Dat zijn de herkenningspunten: schrift en eucharistie. Daarin gingen hun de ogen open, werden ze gelovig, herkenden ze de levende Heer. Zo putten wij ons geloof uit de Schrift, uit de eucharistie, uit ons gebed en ontmoeten we de levende Heer. En in die ontmoeting met Hem wordt ons leven anders. Want als je gelooft in de levende Heer, dan wordt je leven door Hem beheerst. Dan zie je alle dingen nieuw, dan zie je dieper. Dan zie je Gods goedheid aan het werk in jou en in de wereld. Dan zijn kruis en lijden, verdriet en tegenslag, dan is de dood geen zinloos iets waar je je dan maar in doffe berusting, omdat het niet anders kan bij moet neerleggen. Nee, voor een christen die weet, dat Heer verrezen is, zijn lijden en verdriet en dood een deelname aan het kruis van Christus, dat de wereld overwint. Daarom hebben christelijke martelaren de dood soms zelfs zingend aanvaard in plaats van Christus af te zweren. Want de vrijheid zonder Christus is geen cent waard, maar het kruis, met Christus gedragen, brengt de overwinning en het leven. Het zien van het lege graf vervangt het geloof niet. Pas als je gelooft, is het lege graf een verwijzing naar de verrijzenis. Pas het geloof laat je de dingen van God zien. Alleen met de antenne van het geloof kunnen we Pasen begrijpen. Gebeurtenissen op zich zijn nooit overtuigend. Een ongelovige kan een genezingswonder in Lourdes zien en even ongelovig blijven. Hij zal talloze andere verklaringen bij de hand hebben. Je moet gelovig zijn om te kunnen erkennen: het is een teken van Gods goedheid. Laten wij met geloof kijken naar het lege graf op deze Paasmorgen; laten we openstaan voor de ontmoeting met de levende Heer, die hier aanwezig is en herkend wil worden in Schrift en eucharistie. Laten we met geloof kijken naar onszelf en ons zien zoals we werkelijk zijn: mensen die in de verrezen Christus gedoopt zijn, vol van zijn eeuwig leven, kinderen van God door Hem, levend door en van Hem in zijn heilige Geest, in zijn Lichaam de Kerk. Zo zijn wij opgenomen in het grote mysterie van God, dat ons omgeeft. We zijn, via de levende Heer sacramenteel, maar werkelijk verbonden met God. Dat geeft ons diepe innerlijke vrede temidden van alle kommer en verdriet van dit leven, totdat we eens in Hem voltooid zullen worden in het eeuwige Pasen van Christus. Mogen de ogen van het geloof openstaan en zien wat God voor ons doet in Jezus Christus, die verrezen is en die ons als we in geloof aan Hem vasthouden, zal meevoeren naar zijn eeuwige heerlijkheid. Een zalig paasfeest.
Pasen overdag
Bij: Hand. 10. 34a.37-43;
Kol. 3, 1-4;
Joh. 20, 1-9
PREKEN
paaskring
jaar a