Het geloof in de verrezen Heer is geen vanzelfsprekende zaak. Toch komt het op dat geloof aan. Om gered, om zalig te worden moet je geloven in het paasmysterie ook al heb je geen keiharde bewijzen. Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben. Het verhaal van de verschijning van de Heer aan Thomas heeft Johannes voor ons opgetekend om dat duidelijk te maken. Tomas zit fout door geen gehoor te geven aan het getuigenis van zijn broeders, door bewijzen te eisen. We moeten geloven op grond van het getuigenis van de apostelen die Hem gezien hebben en die met Hem gegeten en gedronken hebben nadat Hij uit de doden was opgestaan. De apostel Petrus legt in zijn eerste brief ook alle nadruk op het geloof waarin we moeten leven: we hebben nu al deel aan het heil van de Verrezene als we leven in geloof. En dat heil zal eens op het eind van de tijd volledig openbaar worden. Dan zal de blijdschap volledig zijn. Nu in de tijd dat we moeten leven in geloof zijn er nog beproevingen, gaat het niet altijd van een leien dakje, wordt ons geloof soms aangevochten. Denken we misschien wel eens bij onszelf: hoe kan dat nou. zou het wel waar zijn. En we denken dat met name als het ons niet bepaald voor de wind gaat. Maar die beproevingen, die aanvechtingen, zegt Petrus, zijn nodig om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen. En dan maakt hij een vergelijking met goud. Om goud zuiver te krijgen wordt het gesmolten, door vuur gelouterd. Welnu geloof is toch zeker belangrijker dan goud. Moet dat dan zeker niet gelouterd worden, beproefd en uitgezuiverd worden. Blijf geloven, zegt Petrus, wat er ook gebeurt, dan zal uiteindelijk wanneer Christus zich openbaart. de heerlijkheid uw deel zijn. Wij moeten Christus, hoewel we Hem niet gezien hebben lief hebben onder alle omstandigheden van het leven. Dan groeien we in geloof toe naar de voltooiing. Geloof, daar komt het uiteindelijk op aan. De verrezen Heer redt ons van dood en ondergang en verbindt ons met de levende God. Maar alleen door het geloof hebben we deel aan die redding, aan die verlossing. Zalig worden zij die niet gezien en toch geloofd hebben. Mocht iemand zeggen: nou, het geloof, dat is allemaal zo moeilijk. Als ik maar goed leef, dan zien we wel. Het zijn de werken waar het op aan komt. Dan denk ik dat het duidelijk is dat dat niet het evangelie is. Het beslissende is: geloven in Jezus als de Verlosser, als verrezen levende Heer. Dat geloof is noodzakelijk om gered te worden. Ook Paulus benadrukt dat steeds weer en met name in zijn Romeinenbrief. We moeten daar wel. meteen bijzeggen wat Jakobus ons leert: dat het geloof dat zich niet in daden uit dood en waardeloos is. Geloof, levend geloof vraagt om daden. En welke die daden zijn horen we in de eerste lezing van deze zondag: je ernstig toeleggen op de leer van de apostelen: ernst maken in de praktijk van alle dag met wat de kerk leert. De christelijke beginselen op alle terreinen van het leven in praktijk brengen, in huwelijk, gezin, in je werk.  Trouw blijven aan het gemeenschappelijk leven: gelovige zijn betekent aan het leven van de kerk deelnemen. Daarin uit zich je geloof. En met name komt dat tot uitdrukking in het gezamenlijk vieren en van de eucharistie en in het samen bidden. Het komt tot uitdrukking in het opkomen voor elkaars noden, in het elkaar helpen, ook materieel. Zusters en broeders, hoewel wij niet gezien hebben, geloven wij. Laten we de deugdelijkheid van ons geloof bewijzen in een goed kerkelijk en maatschappelijk leven. Laten we ons door beproevingen en aanvechtingen niet van de wijs brengen, opdat onze vreugde hemels moge zijn, als we het einddoel van ons geloof, onze redding bereikt hebben. Amen.
Tweede zondag van Pasen (Beloken Pasen)
Bij: Hand. 2, 42-47
1 Petr. 1.3-9
Joh.20, 19-31
PREKEN
paaskring
jaar a