We horen vandaag in het evangelie, hoe de twaalf tot geloof komen in de verrezen Heer. In een potdicht huis zitten ze angstig bijeen uit vrees voor de Joden, heel begrijpelijk, want wat hadden ze de afgelopen dagen niet meegemaakt. Van volgelingen van een gevierde rabbi waren ze ineens staatsgevaarlijk geworden, volgelingen van een gekruisigde. Ze waren bang en teleurgesteld. En we kunnen ons de gesprekken die ze met elkaar hebben wel enigszins voorstellen: waarom moest dit nou gebeuren, wat is de zin van dit alles. Hoe kan God dit toelaten. Ze komen er niet uit. Net zo min als wij eruit komen, als we ons dergelijke vragen stellen. Er blijft dan alleen angst, droefheid,  verslagenheid. Het niet meer zien zitten. En al is dan het graf leeg volgens de vrouwen, dat verandert niet veel aan de zaak. Daar zal wel een natuurlijke verklaring voor zijn. Geloof komt er pas, als Jezus werkelijk aanwezig komt in hun midden. Als Hij plotseling midden tussen hen in blijkt te staan en de heilige Geest over hen uitademt. De ervaring dat Jezus in hun midden is, brengt hen tot geloof, de stuwkracht van zijn Geest duwt hun ongeloof omver. Tot twee keer toe zegt Jezus: vrede zij u. Dat is niet zomaar een simpele begroeting, nee, zijn aanwezigheid brengt vrede: geeft rust en zekerheid. Niet de omstandigheden, niet de vijandigheid van de Joden wordt veranderd, niet de moeilijkheden van het menselijk bestaan: de apostelen worden veranderd doordat ze tot geloof komen. Ze staan anders temidden van de werkelijkheid, die hetzelfde blijft. Ze kunnen de werkelijkheid aan. Met Jezus die de dood en daarmee de hardheid van het menselijk bestaan heeft overwonnen, kunnen ze voortaan tegen het leven op, weten ze dat ze met Jezus ook al die moeilijkheden kunnen overwinnen. Het geloof in Jezus verrijzenis is voortaan het wapen, waarmee men alles ter wereld kan overwinnen.
Thomas, een van de twaalf, is er niet bij. En Hij komt niet tot geloof. Met dit verhaal wil de evangelist St. Jan ons, denk ik, twee dingen duidelijk maken. Op de eerste plaats:  uit het verwijt van Jezus aan het adres van Tomas: "Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben" blijkt, dat hij eigenlijk had moeten geloven op het getuigenis van de elf. Jezus heeft hen gezonden: zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend ik u. Het afwijzen van het getuigenis van de apostelen, is het afwijzen van Jezus. Wie u hoort, hoort Mij. Het apostolisch getuigenis moet voldoende zijn om tot geloof te komen. Geloven is voor ons niet gebaseerd op zien, maar op getuigenis van mensen die gezonden zijn, van de apostelen en in onze tijd van hun opvolgers in het apostolisch ambt, de paus en de bisschoppen. Wat zij te samen zeggen is geloofwaardig en wie daaraan twijfelt, twijfel taan de Heer zelf. Maar Thomas was zelf een van de twaalf. Het getuigenis van het college was niet oompleet. En dat verklaart waarom Jezus 8 dagen later opnieuw in hun midden staat en Thomas’ twijfel wegneemt. Het getuigenis moet eenstemmig zijn. Dat verklaart ook waarom Jezus niet aan Thomas apart verschijnt. Jezus laat zich ervaren, als het college als de groep, als de kerk bij elkaar is. En dat is denk het tweede wat St. Jan ons wil laten weten in dit verhaal: twijfel is een individuele zaak, tot geloof kom je in de groep, in de kerk. Geloven in Jezus, Hem ervaren kun je alleen in de gemeenschap van de Kerk. Aan die groep is zijn Geest gegeven. Hoe merken de eerste bekeerlingen, dat Jezus leeft? Dat merken ze ook aan de kerkgemeenschap, zoals die beschreven wordt in de eerste lezing. Ze waren één van hart en één van ziel. Ze bezaten alles gemeenschappelijk en er was geen enkele noodlijdende onder hen. Jezus leefde heel duidelijk in hen en liefde was het resultaat. Een Paaskerk om jaloers op te zijn. Als wij werkelijk geloven in de verrezen Heer, moet het ook in onze tijd mogelijk zijn, een gemeenschap te vormen, waarvan de anderen zeggen: ziet hoe ze elkaar liefhebben. En omgekeerd zal het in een dergelijke gemeenschap gemakkelijker zijn te geloven, dat de Heer in ons midden is, dat zijn Geest ons bezielt. Thomas moet naar de gemeenschap terug, dan vindt Hij geloof. In de gemeenschap, daar leeft de Heer, daar vind je zijn Geest, daar wordt je geloof gesterkt daar wordt je liefde verwacht. Amen.
2de ZONDAG VAN PASEN B
bij: Hand. 4, 32-35
1 Joh. 5, 1-6
Joh. 20, 19-31
PREKEN
paaskring
jaar b