
De onderlinge liefde moet het kenmerk zijn van een christelijke gemeenschap. Buitenstaanders moeten zich als het ware kunnen verwonderen omdat men in een christelijke gemeenschap anders met elkaar omgaat dan daarbuiten: dat men zich toelegt op de liefde. De liefde binnen de kerkgemeenschap is dus onze voornaamste opdracht.
Jezus zegt: om te weten wat liefde is, moet je naar Mij kijken: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad.
En als we dan naar het evangelie kijken, dan valt allereerst op: dat het een radicale liefde is; een liefde zonder voorbehoud. Niemand heeft groter liefde dan wie zijn leven geeft voor zijn vrienden. Voor het geluk van de ander heeft Jezus alles over, zelfs zijn eigen leven. Het kruis van Golgotha is het symbool van de radicaliteit van de liefde. We mogen als christenen geen voorbehoud maken in de liefde: zeggen tot hier en niet verder of dat kan toch niemand van me vragen. De liefde vraagt alles, je hele leven.
Dat heeft nogal wat consequenties:
- zoals Jezus in het evangelie al aangeeft: je moet steeds vergeven, zeventig maal zeven maal. Haatdragend zijn; mensen negeren, mensen een hak willen zetten omdat ze je iets misdaan hebben, is tegen de christelijke liefde.
- je moet goed zijn voor wie niet goed is voor jou; gloeiende kolen van liefde op iemands hoofd stapelen; goed doen aan degenen die niets terug kunnen doen; onbaatzuchtig geven. Dat is christelijke liefde.
- het heeft ook consequenties voor het christelijk huwelijk zoals Jezus zegt: de opdracht tot liefde voor de partner die je in het huwelijk aanvaard hebt, mag je niet niet opgeven. Ook in het huwelijk moet de liefde tot het uiterste gaan.
- het heeft consequenties voor het gezinsleven, waarin christelijk gehuwden alles ondergeschikt dienen te maken aan elkaars welzijn en het welzijn van de kinderen en bereid zijn daar offers voor te brengen.
- het heeft tot consequentie dat een christen iedere mens aanvaardt als kind van God en voor hem opkomt, ongeacht ras, huidskleur, leeftijd vanaf het ogenblik van de ontvangenis tot de laatste ademtocht.
De christelijke liefde is dus naar Jezus' voorbeeld radikaal en zonder voorbehoud. En dat is soms best moeilijk. Daar moet je je soms toe zetten. Dat is soms meer een kwestie van willen dan van voelen.
Naast de radicaliteit van de liefde is een kenmerk van Jezus' liefde, dat het Hem gaat om de hele mens, om zijn heil. De liefde van Jezus is gericht op de hele mens, op zijn tijdelijk en eeuwig geluk. Wat baat het een mens heel de wereld te winnen, als hij schade lijdt aan zijn ziel. Je alleen maar materieel inzetten voor je medemens is nog geen christelijke liefde. Er moet ook altijd de bezorgdheid zijn om het eeuwig heil van die mens. Een heel goed voorbeeld daarvan is de genezing van de lamme. Hij kwam naar Jezus toe om genezen te worden en het eerste wat Jezus doet is zeggen: uw zonden zijn u vergeven. De christelijke liefde vraagt dat we bezorgd zijn om heel de mens, om zijn eeuwig geluk. En ook dat is moeilijk.
- het is gemakkelijker in de zorg voor zieken allerlei materiele en lichamelijk zorg te geven. Maar de christelijke liefde vraagt meer: je in te zetten voor het totale heil van deze mens, ook zijn eeuwig heil. Een gebed met de zieke is misschien op een geveven moment belangrijker dan het opschudden van zijn kussen.
- liefde voor je kinderen betekent voor christenen, dat men zich tot het uiterste inspant om ze in het geloof, in de harmonie met God op te voeden. Daarbinnen pas is hun opleiding van belang.
Het zal duidelijk zijn, dat de liefde voor heel de mens vaak nogal een wat tact vraagt en nogal wat hoofdbrekens hoe je dat op de beste manier in het vat giet, zeker als mensen er niet zo voor open staan.
Christelijke liefde in navolging van Jezus moet radicaal zijn en gericht op het welzijn van heel de mens in het licht van zijn eeuwige bestemming. Zo moeten we voor elkaar zorgen binnen onze gemeenschap. Daarop moeten we aanspreekbaar zijn. Die liefde moeten we willen en daarvoor moeten we ons inspannen. Zo zal de wereld erkennen dat wij Jezus' leerlingen zijn. Amen.



5DE ZONDAG VAN PASEN C
Bij: Hand. 14, 21-27
Apok. 21, 1-5a
Joh. 13, 31-33a.34-35
PREKEN
paaskring
jaar c