
Als we van mensen zeggen: ze praten niet met elkaar, dan bedoelen we meer dan dat ze letterlijk geen woord met elkaar wisselen. Dan betekent dat dat ze ruzie hebben met elkaar en niets meer met elkaar te maken willen hebben. De band tussen kennissen, die elkaar nooit spreken, nooit meer opbellen of schrijven verzwakt mettertijd en verdwijnt op de duur helemaal. Wij hebben woorden nodig om de band met elkaar te bewaren. Mensen die echt van elkaar houden bepraten alles met elkaar en fluisteren elkaar steeds dezelfde woordjes toe waarin hun liefde ligt uitgedrukt.
Zou het in de verhouding tussen God en mens anders zijn? Nee, zusters en broeders, de innigheid van de verhouding wordt uitgedrukt in woorden, in bidden. Als er niet gebeden wordt bestaat die innigheid, die verbondenheid, dat geloof niet. Wie niet bidt, gelooft niet. Wie weinig bidt, met diens geloof is het slecht gesteld.
Nu weet ik wel, en ik hoor het bijna dagelijks, dat mensen allerlei verontschuldigingen verzinnen om goed te praten waarom ze niet of nauwelijks bidden: geen tijd, werken is ook bidden, bidden moet je alleen als je behoefte aan hebt. O, dan zou ik niet zo graag met iemand getrouwd of bevriend: als hij alleen maar praat als hij er behoefte aan heeft, of tegen zijn partner zegt: moet ik nou ook nog zeggen, dat je er mooit uitziet, ik werk toch voor je en ik heb er nou even geen behoefte aan om zo iets te zeggen. Ziet u, hoe vreemd het is, als je zegt: ik ben een heel gelovig mens, maar ik bid niet zo veel. Ik houd heel van God, maar ik praat bijna nooit tegen; ik vertrouw op Hem en ik weet, dat ik van hem afhankelijk ben, maar ik vraag Hem bijna nooit iets en bedanken nee.
Niet of weinig bidden is meestal een uitdrukking van ongeloof: waarom zou ik iets vragen? De dingen lopen toch zoals ze lopen. Daar verandert God niets aan. God grijpt niet in in deze wereld. Waarom zou je God vragen, dat Hij je verstand en je hart verlicht, als je toch eigengereid je eigen weg wilt gaan en God eigenlijk niet nodig hebt of je moet helemaal geen uitkomst meer zien.
Bidden moet. Het is geen kwestie van zin of inspiratie. Het is een plicht van geloof en noodzakelijke voorwaarde om het geloof in stand te houden, en God in het middelpunt van je leven te laten staan.
Trouwens, als je van iemand zou denken, dat Hij niet zou hoeven te bidden, dan is het Jezus wel. Hij die in zijn Godheid één met de Vader was, in wie de heilige Geest in volheid woonde. En toch getuigt de heilige Schrift, dat Hij bad, soms uren lang. Dat Hij deelnam aan de synagogedienst. En vandaag horen we hoe Jezus zijn volgelingen biddend aanbeveelt bij de Vader. Jezus geeft ons in zijn menszijn een voorbeeld van hoe wij moeten bidden. Ook Jezus had het gebed nodig om als mens de wil van de Vader te kennen en in Hem te blijven. Hij spoort ons ook aan te bidden, vasthoudend te bidden, niet met omhaal van woorden maar met vertrouwen, in geest en waarheid. Hij leert ons ons het onze vader, als het gebed van de christen dat alles bevat.
En vandaag zien we de leerlingen bij elkaar in de zaal van het laatste avondmaal en ze blijven volharden in het gebed met Maria, de moeder van de Heer.
Bidden staat in het hart van het kerkelijke leven, bidden hoort in het hart van het leven van iedere gelovige, wil hij zich gelovig kunnen blijven noemen.
's Morgens dienen wij de Heer te prijzen om de nieuwe dag die ons geschonken wordt en Hem om hulp en bijstand te vragen opdat wij die dag leven volgens zijn wil. Aan tafel danken wij voor het voedsel dat Hij ons schenkt en waarmee Hij ons leven onderhoudt. Voor wij gaan slapen vragen wij vergeving voor alles wat fout was de afgelopen dag en bescherming voor het donker van de nacht. Dat zijn de dagelijkse gebeden. Met welke woorden we moeten bidden. Het kan met eigen woorden, maar het hoeft niet. Jezus bad de psalmen. Hij heeft waarschijnlijk op het kruis psalmen gebeden. Gebeden uit de schrift zoals de psalmen, het magnificat, het onzevader, gebeden uit de traditie van de Kerk zoals het weesgegroet, gebeden van heiligen, litanieën, heel bijzonder de rozenkrans, het zijn evenzovele mogelijkheden om ons met woorden van meer begaafde bidders dan wij, die we ons eigen maken, tot God te richten. Er zijn talloze gebeden die onze diepste gevoelen beter verwoorden dan wij hetzelf kunnen en soms is ook het fluisteren van lieve woorden, in weesgegroeten en schietgebeden een goede manier om bij God te zijn.
Volharden in het gebed, dat is het hart van ons gelovig zijn. God weet wat wij nodig hebben, maar Hij geeft het slechts als wij Hem erom vragen: dat geldt bovenal voor zijn Geest, de Geest van Pinksteren. Amen.
Zevende zondag van Pasen
Bij: Hand. 1, 12-14
1 Petr. 4, 13-16
Joh. 17, 1-11a
PREKEN
paaskring
jaar a