
Vandaag is het het feest der feesten. Met bijzondere glans viert de Kerk vandaag op Pasen wat ze iedere zondag viert: de verrijzenis van haar Heer. Immers zonder de verrijzenis is de Kerk en het christelijk geloof ondenkbaar; zonder verrijzenis is, zoals Paulus zegt, het geloof in Christus zinloos. Waarom is de verrijzenis zo belangrijk in het evangelie van Christus?
Om dat te begrijpen moeten we ons heel erg bewust zijn van dat andere bijbelse verhaal, dat verhaal waarin ons de treurigheid van het menselijk bestaan geschilderd wordt; de treurige positie waarin Adam, de mens, zich heeft gemanoevreerd. Hij heeft zich immers door zijn hoogmoed, door aan God gelijk te willen zijn, zich van de bron van het leven, van God zelf afgesneden en de vrucht daarvan zien we om ons heen, lezen we in de krant, merken we ook in onszelf, als we het goede, dat we willen niet doen en het kwade, dat we niet willen, toch doen. Dat merken we, als we in de wereld zien, dat mensen, die allemaal vrede willen, elkaar plotseling gaan uitmoorden; dat mensen die gesteld zijn op goede verhoudingen, toch in jarenlange ruzies volharden. Dat is de situatie van Adam, de mens; van ons allemaal en we kunnen daar niet bovenuit stijgen; we zijn de gevangenen van kwade machten en de bijbel ziet dat ten diepste bevestigd in de heerschappij van ziekte en dood. En de bijbel is heel duidelijk: uit eigen kracht kan de mens niet bij God en dus net bij het eeuwig leven komen. Daarvoor is verlossing van Godswege nodig. En wat het evangelie ons duidelijk maakt, is dat Christus die Verlosser is van Godswege. Hij heeft van binnenuit de mensheid weer op God gericht en hem de de mogelijkheid van eeuwig leven gegeven. Hij is de tweede, de nieuwe Adam, die in de door zonde en doodsgeur bedorven wereld, gedaan heeft waarin de eerste Adam faalde: de wil van God in het middelpunt van zijn leven plaatsen, zelfs al kostte Hem dat zijn leven. De ongehoorzaamheid van de eerste Adam leidde tot het verlies van het paradijs en tot de dood. De gehoorzaamheid van de nieuwe Adam, Christus, overwon de dood. En dat is Pasen. Het doorbreken van een nieuwe schepping, waarin mensen weer op God gericht kunnen staan en leven kunnen vinden, zelfs dwars door lijden en dood heen. Om aan die nieuwe schepping deel te krijgen vraagt God te geloven in de nieuwe Adam en opnieuw geboren te worden tot een leven in Hem. Om aan het Paasleven deel te krijgen, moet je herboren worden uit water en Geest, zoals Jezus zelf zegt, moet je je laten dopen. Dan ben je een nieuwe schepping. Pasen en herboren worden in het doopsel horen bij elkaar. Leven in de nieuwe Adam, christen zijn betekent zoals Paulus vandaag zegt: zoeken wat boven is. Het oog gericht houden op het hemelse, op God, op Christus, niet op het aardse, in zover het getekend is door de oude Adam en ons probeert af te trekken van God.
Om ons dat niet te laten vergeten, om ons op God gericht te houden, roept Christus ons op iedere zondag het paasfeest, ons gedoopt zijn te vieren in het paasmaal van het nieuwe verbond, de eucharistie, waarin wij steeds opnieuw deel krijgen aan zijn bevrijdend handelen aan ons, waarin we ons met Hem in waarachtige eredienst richten tot God en waarin Hij ons voedt met spijs en drank van eeuwig leven, zijn Lichaam en Bloed.
Pasen is het feest der feesten. Dat wat we iedere zondag als de wekelijkse dag van de verrijzenis, van de nieuwe schepping, vieren, vieren we nu met extra luister: het mysterie van onze bevrijding uit zonde en dood, het mysterie, dat we in de doop opnieuw zijn aangenomen als Gods kinderen. En het middelpunt van dit mysterie is de verrezen Christus, de nieuwe Adam, in wie wij mogen leven; wiens woord ons de weg wijst, wiens Geest ons bezielt, wiens gaven ons voeden. Laten we bij alles wat we doen, in leven en sterven, ons belangrijkste streven zijn in Christus te zijn. Hij is immers ons leven en verrijzenis. Hij is voor ons de weg, de waarheid en het leven. Amen.



HOOGFEEST VAN PASEN
Bij: Hand. 10, 34a.37-43
Kol. 3, 1-4
Joh. 20, 1-9
PREKEN
paaskring
jaar c