Een uitgebloeide paardebloem staat op een windloze dag heel stil en bewegingsloos. Het is een brok vruchtbaarheid met zijn talloze pluimpjes en daaronder de zaadjes, die stuk voor stuk in de kiem weer nieuwe plantjes bevatten. Hij staat daar als een verstard stuk mysterie. En dan komt de adem van de wind als een bevrijding: het mysterie komt tot leven. Overal heen worden de zaadjes verspreid en op talloze plaatsen gaat het mysterie vrucht dragen in nieuwe plantjes.
Zo is het ook met Pasen en Pinksteren. Met Pasen hebben we gevierd, dat de Heer Jezus de dood heeft overwonnen. Hij leeft en geeft toekomst aan zijn mensen. Het mysterie is aanwezig in zijn volle omvang en de apostelen leren de werkelijkheid van het paasmysterie te beseffen. Het geloof groeit in hen. En op de veertigste dag zijn ze zover, dat ze net als die paardebloemen volgeladen staan met de vruchtbare paasgaven van de Heer. Maar ze zitten nog bewegingloos bij elkaar, de deuren gesloten uit vrees voor de Joden. Er ontbreekt nog iets aan. Weten van Pasen alleen is niet voldoende. Er moet nog een krachtige windstoot komen om de zaadjes de wereld in te blazen, zodat ze honderdvoudig vrucht kunnen dragen. Ze wachten erop, ze bidden erom. En dan plotseling gebeurt het op Pinkstermorgen: een krachtige windstoot, een heftige ademstoot van God zelf, die de apostelen die erop wachten meeneemt naar buiten, hen alle vrees voor de Joden doet vergeten en hen echte vruchtbare paasmensen maart, die niet langer kunnen zwijgen, maar in doen en spreken getuigen van de grote dingen die God in Christus gedaan heeft en die Hij bereid heeft voor allen die Hem liefhebben. En de vruchten zijn onmiskenbaar duidelijk: de kerk wordt geboren- op die dag lieten drieduizend mensen zich dopen. Ze namen het paasmysterie in zich op en lieten ook hun leven veranderen door de Adem van God. En ze bezaten alles gemeenschappelijk, braken het brood in een of ander huis en stonden bij het hele volk in de gunst. Zo wordt Pasen Pinksteren of nog liever: zo wordt het door Pinksteren pas echt Pasen. Medechristenen, ook voor ons is weten van Pasen alleen niet voldoende. Gedoopt zijn en de catechismus kennen is tegenwoordig al heel wat, maar op zich is gelovig zijn nog niks. Dat is de paardenbloem die bewegingloos staat. We hebben de Adem van God nodig, die ons in beweging brengt om vrucht te dragen. Zonder de heilige Geest die ons bezielt en vurig makt zijn we dood en verstard en nog geen mensen van Pasen. Het Pinksterverhaal leert ons, dat de heilige Geest niet overweldigt. Hij wil geld geworden. We moeten om Hem bidden, als we door Hem gedreven willen worden net als de apostelen net als Maria: kom, heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde en alles zal nieuw en herschapen worden.
De heilige Geest is ons beloofd, Hij is ons ,gegeven als de Paasgave van de verrezen Heer. In ons doopsel en in ons vormsel is die adem van God ons gegeven. Maar wij verstikken Hem zo vaak doordat we vaak liever  ademen op het ritme van de wereld, met de adem van de boze geest. Laten we op dit Pinksterfeest de deuren wijd open zetten voor de Adem van God, voor zijn heilige Geest opdat wij vruchtbare christenen mogen worden: mensen die door hun woorden en daden spreken van Jezus Christus in de taal van de liefde, die overal verstaanbaar en herkenbaar is als de taal van Jezus, als de taal van God. Laten we Gods grote daden in Christus bezingen en beleven in zijn kerk, de gemeenschap waaraan Hij zijn heilige Geest heeft toevertrouwd vanaf het eerste Pinksterfeest tot de dag van vandaag. En opdat we niet buiten adem raken, bidden we vandaag, morgen en steeds weer: Kom Schepper Geest, daal tot ons neer, houd Gij bij ons uw intocht Heer. Amen.

PINKSTEREN
Bij: Hand. 6, 1-7
1 Petr. 2, 4-9
Joh. 14, 1-12
PREKEN
paaskring
jaar a