Reductie van een probleem
"In dit verband wil ik opmerken dat het echt nodig is dat wij zowel vanuit het bisdom als vanuit de parochies werken in harmonie me! elkaar. Alle werkers in het pastoraat hebben, juist in een tijd verandering, een goed werkklimaat nodig. Respect voor elkaar hebben is daarvoor een belangrijke randvoorwaarde. Het doen van publieke uitingen over personen, op internet, in gedrukte publicaties of in groepsverband, om deze personen of de Kerk in diskrediet brengen, zouden achterwege moeten blijven. Dit geldt zowel voor mensen die als conservatief of als progressief betiteld worden. Het is nodig dat wij allen leren onze tong c.q. pen te beheersen. Iemand zei mij: niet het zesde maar het achtste gebod is de grootste bedreiging voor de sfeer onder de priesters en anderen die meewerken in het pastoraat. Dit alles betekent niet dat wij niets meer mogen zeggen, geen eigen opvattingen meer mogen hebben en al evenmin dat we allemaal dezelfde woorden moeten gebruiken. Maar het betekent wel dat wij bij conflicten en meningsverschillen er allereerst met elkaar in alle openheid over moeten praten, waarbij interactie tussen de direct betrokkenen van groot belang is. We moeten met elkaar zoeken naar wat goed en vruchtbaar is voor de Kerk. Het kan niet zijn dat wij publiekelijk met elkaar in conflict zijn en daardoor de Kerk schade toebrengen. Wij zullen omgangsvormen moeten vinden die het communiceren met elkaar en het uitwisselen van meningen een positief verloop geven. Ik meen te mogen zeggen dat de gedragscode die wij hebben uitgegeven voor allen die werken in het pastoraat daar dienstbaar aan kan zijn. En het zal nodig zijn dat we daar elkaar op kunnen aanspreken en dat wij elkaar daaraan zullen moeten houden."
Het bovenstaande zijn twee alinea’s uit een brief van de bisschop van Den Bosch van 9 juli 2009 aan de “priesters, diakens, pastoraal werk(st)ers, pastoraal assistenten, vice-voorzitters, bestuurders en vrijwilligers in het pastoraat”.
Omdat ik met pastoor Mutsaerts bij mijn weten de enige ben die zich in columns in het internet uitlaat over personen en gebeurtenissen in de Kerk, voel ik mij door de bisschop in het publiek aangesproken en wil mij salva dignitatis epicopalis reverentia in het publiek verdedigen.
Ik ben het met de bisschop ten zeerste eens dat wij persoonlijke vetes en bijkomstige tegenstellingen ten aanzien van kerkelijk beleid niet publiek via internet of pers dienen uit te vechten. Daarmee wordt het welzijn van de Kerk onnodig geschaad. Ik geloof ook niet, dat ik dat ooit heb gedaan.
Er bestaan in onze Kerk echter momenteel - en dat reeds geruime tijd - fundamentelere tegenstellingen die het geloof en het Kerk-zijn zelf raken. Er zijn mensen en groeperingen die we met het traditionele woord “ketters” of minstens in aanleg “schismatiek” zouden kunnen betitelen. Er zijn in de 40 jaar dat ik priester ben binnen het normale kerkverband steeds priesters geweest die ongehinderd hun ketterse leerstellingen en hun afwijkende kerkvisie hebben kunnen uitdragen en die ook steeds weer gelovigen voor hun standpunten hebben kunnen winnen via kerkelijke leer- en preekstoelen. Ik moet eenvoudigweg constateren dat het aan bisschoppelijk toezicht dat je volgens het kerkelijk recht zou mogen veronderstellen volkomen heeft ontbroken, en dit bij alle successievelijke bisschoppen. Wel hebben bisschoppen documenten uitgevaardigd waarin de orthodoxe standpunten naar voren werden gebracht of waarin misbruiken werden afgekeurd. Maar er is nooit enig repressief beleid gevoerd. Iedereen kon ongestoord zijn gang gaan met alle funeste gevolgen voor de Kerk van dien. Er bestaan parochies waar de richtlijnen van de Kerk getrouw gevolgd worden, waar de liturgie volgens de liturgische boeken gevierd wordt, waar volgens de leer van de Kerk gepreekt wordt. Maar er bestaan ook parochies waar dit geenszins het geval is. Concreet betekent dat voor gelovigen dat ze in de ene parochie katholiek geestelijk voedsel krijgen, in de andere niet; dat vrijwilligers in de ene parochie gevormd worden volgens de katholieke beginselen, in de andere parochie naar het beeld en de gelijkenis van een heterodoxe pastoor, diaken of pastorale werker.
In deze context spreek de bisschop over “harmonie” en “respect voor elkaar”. Die zijn in deze situatie niet mogelijk. Er kan geen harmonie zijn tussen orthodoxie en heterodoxie. Ik heb geen respect voor mensen die zich in dienst van de Kerk van binnenuit in woord en praktijk tegen haar keren. Dat mag de bisschop ook niet van mij verwachten.
Waren het maar “meningsverschillen” waar we in “alle openheid over” konden “praten, waarbij interactie tussen de direct betrokkenen” iets zou oplossen. Het gaat niet over dingen waarbij we “met elkaar zoeken naar wat goed en vruchtbaar is voor de Kerk”. Moet ik met collega’s eindeloos discussiëren over de betekenis van de consecratie. Mag ik daarbij niet veronderstellen dat wij daar hetzelfde geloof over hebben, het geloof van de Kerk? Als zo’n collega dat niet blijkt te hebben, dan verwacht ik maatregelen van de bisschop die uiteindelijk afdoende blijken te zijn. Anders voel ik me geroepen de gelovigen over het hoofd van die collega heen te waarschuwen tegen zijn kerkondermijnende opvattingen en praktijken. Moet ik eindeloze discussies voeren met collega’s die weigeren de liturgische boeken te gebruiken? Ik denk het niet. Ook hier zou ik volgens het canonieke recht maatregelen van de bisschop mogen verwachten. Komen die er niet, dan is het internet het medium bij uitstek tegenwoordig om de gelovigen voor deze praktijken te waarschuwen.
Moet ik met collega’s eindeloos gaan bediscussiëren of de gelovigen in een parochie normalerwijze recht hebben op een dagelijkse mis of dat het voldoende is dat de priester in het weekend een Mis doet? Moet ik met collega’s eindeloos gaan bepraten of het zindelijk is dat een priester, zeker met de huidige priesterbezetting, een wekend per maand vrij heeft en de parochie overlevert aan een andersoortige zondagsviering? Moet ik me daarbij tot het oneindige inspannen hen over te halen tot het normale kerkelijke standpunt dat zonder die discussie al volmaakt helder is? Ik, in ieder geval, vind dit geen normale gang van zaken..Als de bisschop de problemen probeert terug te brengen tot de labels “progressief”en “conservatief”, dan is dat een simplificatie die hem misschien wel goed uitkomt, omdat dan het probleem voornamelijk bij de betrokkenen en niet bij hem ligt, maar die absoluut geen recht doet aan de werkelijkheid. Het gaat om geloofsverschillen en daarmee samenhangende praktijkverschillen die in de Kerk niet legitiem kunnen bestaan. En daarmee ligt het probleem op het bord van de bisschop en daar wil het ook nadrukkelijk op leggen. Neemt hij niet de noodzakelijke beleidsmaatregelen, dan ben ik genoodzaakt situaties en personen publiek aan te klagen zodat mensen van goede wil weten wat er aan de hand is. Ik ben het met bisschop eens dat wanneer wij publiekelijk met elkaar in conflict zijn dat de Kerk schade toebrengt. Maar de Kerk lijdt grotere schade als alles wordt toegedekt, als heterodoxe praktijken ongestoord en onbekritiseerd kunnen doorgaan zodat gelovigen in verwarring of van het geloof af gebracht worden.
Het voortdurend de nadruk leggen op “gemeenschap” en “communicatie” levert niets op, als de onderliggende fundamentele problemen niet worden opgelost. Ik zeg nadrukkelijk dat ik mij niet de mond wens te laten snoeren door een beroep op een gedragscode die mijns inziens op andere dingen betrekking heeft. Ik doe een beroep op mijn fundamentele recht dat gewaarborgd is in CIC c. 212 § 3: “Afhankelijk van de kennis, de deskundigheid en het aanzien dat zij genieten, hebben de gelovigen het recht (en soms ook de plicht), hun mening over wat het welzijn van de Kerk aangaat aan de gewijde Herders kenbaar te maken en deze met behoud van de zuiverheid van geloof en zeden en van eerbied jegens de herders, en rekening houdend met het algemeen nut en de waardigheid van de personen, aan de overige christengelovigen bekend te maken.”
Ik heb de indruk dat alle voorwaarden die de canon stelt door mij vervuld worden. Daarom zal ik, indien nodig voor het welzijn van de Kerk, doorgaan met het publiceren en aan de kaak stellen van leerstellige en liturgische mistoestanden waaraan anderszins geen einde wordt gemaakt.
12 juli 2009
Zie voor hetzelfde onderwerp de column van pastoor Mutsaerts.