KATHOLIEKE REORGANISATIE?

Door de ontkerkelijking en de daarop volgende ontkerstening, ook in ons Brabantse land, zit de Kerk hier in een veel te ruime jas. Tot de jaren zestig van de vorige eeuw was bijna de totale bevolking van Brabant katholiek en lag het percentage van praktiserenden rond de 90 %. Ik weet niet hoeveel mensen zich nu nog katholiek noemen maar het praktiseringspercentage ligt in ieder geval onder de 10 % waarbij het op sommige dorpen iets beter kan zijn dan in verstedelijkte gebieden. De parochie-indeling die op de situatie tot 1965 was aangepast, voldoet eigenlijk al lang niet meer. Wat is het geval?

1.   We hebben veel te veel kerkruimte. We hebben veel grote, vaak monumentale gebouwen die veel geld aan onderhoud kosten, maar die in het weekend, verspreid over vaak meerdere vieringen, slechts door een handjevol mensen bezocht worden. Vieringen met 40 à 60 mensen zijn geen uitzondering.

2.    We hebben te weinig geschikte vrijwilligers om de parochies draaiende te houden. Daarbij denk ik dat het toch normaal zou mogen heten dat vrijwilligers, zeker zij die bij de kerntaken betrokken zijn, zondags de eucharistie komen meevieren. Als je die norm handhaaft, is het in de meeste parochies heel moeilijk geschikte mensen voor alle taken te vinden. Je ziet dan ook dat vaak kerkbesturen, doopwerkgroepen, eerste-communie- werkgroepen, gezins- vieringsgroepen ook en soms vooral bestaan uit leden die maar sporadisch praktiseren, hetgeen uiteraard voor de kwaliteit van hun werk negatieve gevolgen heeft.

3.    De weinige jongeren en jonge gezinnen die nog echt bij de Kerk betrokken zijn, zitten in de vieringen van de meeste parochies “verloren”. Concentratie zou bemoedigend en inspirerend werken.

4.  We hebben dus te weinig gelovigen om de huidige parochiestructuur te kunnen handhaven. De vergrijzing laat zien dat het aantal gelovigen, tenzij er wonderen gebeuren, nog zeer drastisch zal verminderen. We moeten constateren dat het katholieke geloof uit de jongere generaties progressief is verdwenen. Een opleven van een ingeslapen geloof hoeven we niet te verwachten, omdat het geloof bij de jongste generatie helemaal verdwenen is door een totaal ontbreken van de geloofsoverdracht door de ouders en ook door de scholen die weliswaar nog steeds de naam “katholiek” dragen maar alle gebed en catechese, ja zelfs alle kruisbeelden uit de klaslokalen verwijderd hebben. Missionering van de grond af aan zal nodig zijn vanuit de kleine, heldere geloofsgemeenschappen die uit de concentraties moeten voortkomen.

5.   Het is niet verwonderlijk dat we in de boven geschetste situatie weinig priesters hebben, in ieder geval te weinig om de oude parochiestructuur te bemannen. Ook dat zal binnen afzienbare tijd niet veranderen, ook al importeren we priesters vanuit het buitenland.

Bovenstaande feiten worden gecompliceerd door het feit dat er verschillende soorten parochies zijn in ons bisdom, afhankelijk van de priester die ze hebben of hebben gehad. Er zijn parochies waar men zich aan de leer en de liturgie van de katholieke Kerk houdt en geen concessies doet aan allerlei afwijkende stromingen. Deze parochies staan loyaal ten opzichte van bisschop en bisdom. Er zijn ook parochies die zich van de leer en de liturgie van de katholieke Kerk niets aantrekken. Deze parochies staan meestal ook kritisch ten aanzien van bisschop en bisdom. In de ene parochie worden vrijwilligers zo veel mogelijk geselecteerd op hun loyaliteit aan het katholieke geloof en gevormd in dat katholieke geloof. In een naburige parochie is er geen selectie op loyaliteit aan het geloof en worden ze bovendien nog vergiftigd met verkeerde theologische opvattingen en een foutieve liturgie. Er zijn parochies waar iedere dag een heilige Mis is en er zijn parochies waar door de week nooit een heilige Mis is, zelfs niet op een feestdag. Misschien zou je simpelweg kunnen zeggen: sommige parochies zijn Christocentrisch (Christusgericht), andere meer anthropo- centrisch (mensgericht). In sommige parochies staat de eucharistie, de aanbidding, de sacramenten, het getijdengebed centraal. In andere parochie gaat het vooral over de mens; men spreekt daar voortdurend over wij-samen. Het leven van de parochie speelt zich hier meer buiten de kerk (in groepen) af dan in de kerk.

Hoe men de oplossing van de structurele problemen ziet, is sterk afhankelijk van de manier waarop men  de parochie ziet: katholiek of wat afwijkend. De eerste groep zal sterk hechten aan de eucharistie en dus ook aan de daarvoor benodigde priester. Zij zullen hechten aan de liturgische en andere voorschriften van de Kerk. De andere groep legt de nadruk op de gemeenschap ter plaatse, al zijn dat nog maar 40 mensen. Zij vindt het samenkomen met die 40 mensen belangrijker dan de eucharistie, gecelebreerd door een priester. Zij vinden de eigenheid van de groep wat dat ook zijn moge belangrijker dat de voorschriften van de Kerk.

De Bisschop van Den Bosch kiest voor de katholieke oplossing: voor de eucharistie op zondag in iedere parochie Hij wil dus grotere streekparochies, bestaande uit vijf tot zeven huidige parochies. Binnen die parochie is er dan één centrale parochiekerk waar de totale liturgie, ook de dagelijkse mis wordt gevierd. Daarnaast zijn er nog kerken in de parochie waar in het weekend nog een eucharistie is. De kerken waar heel weinig mensen komen worden gesloten of krijgen in kleine dorpen een kapelfunctie waar zondags geen viering meer is, ook geen alternatieve. De woord- en communievieringen moeten structureel verdwijnen als niet passend bij de zondag.

Dit is een zeer ingrijpende maar voor de Kerk vitale ingreep: kleiner worden, concentreren om de kracht te vinden opnieuw te groeien.

Voorwaarde bij dit alles is, dat de nieuw te vormen parochie in hart en nieren katholiek is. Allereerst zal het pastorale team van priesters, diakens, pastorale werkers en pastoraal assistenten doordrongen moeten zijn van wat de katholieke Kerk van hen vraagt. Zij vraagt van priesters dat zij de liturgie celebreren, ook de niet sacramentele liturgie. Zij zijn vanuit hun wijding de voorzitters van de liturgische gemeenschap. Diakens zijn dienaars aan het altaar en zij preken en dopen op verzoek van de priester. Pastorale werkers en pastoraal assistenten hebben geen eigen liturgische taak. Hun taak is voorbereidend, catechetisch en sociaal-charitatief.
De liturgie zal uitsluitend volgens de liturgische boeken dienen te worden gecelebreerd. Het sacrament van boete en verzoening zal zijn duidelijke plaats in de kerk en de gemeenschap krijgen. De catechese en de prediking zal volop katholiek zijn.
Ook de kerkrechtelijke voorschriften rond de toelating en viering van de sacramenten, rond de oecumene zullen zonder reserve in acht genomen moeten worden. Dit klinkt allemaal vanzelfsprekend maar dat is het niet als je kijkt naar de feitelijke situatie nu in vele parochies.
Als in de te vormen teams, besturen en werkgroepen niet uitdrukkelijk instemming met deze uitgangspunten wordt gevraagd, zal het een bron worden van veel ruzie of van heilloze compromissen die in ieder geval niet katholiek zullen zijn. Daarom pleit ik voor het ondertekenen door alle betrokkenen van de nieuwe parochie van een handvest waaraan iedereen gebonden is en dat onvoorwaardelijk en ondubbelzinnig katholiek is. Wie dat niet wil onderschrijven, doet maar niet mee.

Niet ten aanzien van de noodzaak van de reorganisatie heb ik vragen. Alleen ten aanzien van dit belangrijke uitgangspunt. En die vragen zijn niet kleiner geworden bij de benoeming van de nieuwe dekens die toch een sleutelrol zullen spelen in de reorganisatie. Sommigen van hen zullen een hele bekering moeten doormaken om de katholieke uitgangspunten te kunnen onderschrijven. Ze hebben in het verleden alleen van het tegendeel blijk gegeven. Anderen zijn altijd zo zwak geweest dat de allerlei mistoestanden in hun eigen parochies geduld hebben, niet omdat ze het zo wilden maar omdat ze er niet tegen opgewassen waren. Als deze groep dekens in hun regio concessies gaat doen, zullen dan de anderen hun rug recht houden, wetend  dat de regionale pers er als de kippen bij is om je voor onmenselijk of achterlijk katholiek uit te maken?


C. Mennen pr

17 maart 2009