De linkse kerk ziet spoken

Toen Jezus verrezen was, meenden de apostelen in hun schrik een spook te zien. Toegegeven, in bepaalde opzichten lijkt de herrezen Christus wel op een spook  uit de volksverbeelding. Op de manier van een spook verschijnt en verdwijnt Hij, vergrendelde deuren zijn voor hem geen belemmering. Anderzijds wijst Hij zelf met klem op zijn eigen tastbaarheid en eet Hij gebakken vis. Hier gaat de moderne mens zich ongemakkelijk voelen. Hij gaat zich nog ongemakkelijker voelen bij de woorden ‘Houd mij niet vast’, want ik ben nog niet opgevaren naar de Vader. Is Hij daar nog niet dan? Wij verwachten bij herrijzenis niet iets zintuiglijks waarneembaars, maar kennelijk vergissen we ons. Diep in ons hart hebben we de neiging om maar gauw aan de herrezen mens-zijn van Jezus voorbij te gaan, en ons voor te stellen dat Hij na de dood gewoon weer God werd, zodat de opstanding niets anders zou zijn dan het ongedaan maken van de menswording. Vandaar dat iedere vermelding van het herrezen lichaam een onbehaaglijk gevoel geeft. Maar het geeft ook aan dat je dan eigenlijk helemaal niet gelooft in de verrijzenis uit de dood van Jezus. En daarom hebben mensen moeite met de verrezene die vis eet en met de verrezen Jezus die kan worden aangeraakt.
Waar bleef Jezus toen de verschijningen ophielden? Alle berichten geven aan dat de verschijningen van het herrezen lichaam ophielden, sommigen melden een plotseling einde zes weken na het sterven. En dit plotselinge einde melden zij op een manier waarmee de moderne mens het nog moeilijker heeft dan met de fysieke verschijningen zelf: de verticale opwaartse beweging als van een ballon. Inderdaad, de Hemelvaart. Is dit onwaarschijnlijk? Is hier sprake van een metafoor en meer niet? Het antwoord daarop is, dat je dit alleen kunt als je de verschijningen na de verrijzenis beschouwt als spookverschijningen of hallucinaties. Een hersenschim kan immers gewoon vervagen. Maar iets objectiefs moet ergens blijven, er zal iets mee moeten gebeuren. En als het niet iets objectiefs was, zouden christenen moeten uitleggen waarom God  een visioen of een geest of spook stuurde of toeliet waarvan de hele bedoeling leek te zijn de leerlingen ervan te overtuigen dat het géén visioen of geest was maar een lichamelijk wezen.

Degenen die de lichamelijke verrijzenis van Jezus ontkennen geloven pas echt in spoken. Want ja, als het Jezus niet was, dan was het inderdaad een spook dat ze zagen. Een nog groter probleem is dat sommigen van een spook een Christus maken. Ik bedoel hiermee dat zij voor hun God houden wat niets anders is dan misleiding. Zij hebben zus en zo gedroomd en hebben die wensdroom verheven tot Jezus. Ze hebben al het mogelijke gedaan om zichzelf gerust te stellen met een bedrieglijk spook. En nu maken zij van hun verbeelding hun Christus, geschapen naar hun eigen waanbeeld en gelijkenis. Zij zijn geen gelovigen, maar menen dat zij dat wel zijn. Jezus kennen zij niet, het getuigenis van de apostelen aanvaarden zij  niet, maar creëren een spook hetwelk zij als Jezus beschouwen. Hun voorstelling van Christus is niets anders dan een spook, een illusie.

De verrezen Heer voor een spook aanzien, is begrijpelijk. Er was immers in heel de geschiedenis der mensheid nog nooit iemand uit de doden opgestaan. Een spook aanzien voor de verrezen Jezus, is een stuk merkwaardiger. Jezus wordt hiermee in de galerij van de mythen geplaatst. De consequenties van deze opvatting zijn diepgaand. De verrezen Heer is de bevestiging van al zijn beloften. Een spook kan geen verlosser zijn. Een spookachtige gedaante kan niet metterdaad de zonden vergeven. Het gaat hier nogal ergens om, daarom is het zaak te onderzoeken hoe het nu werkelijk zit, want alleen de werkelijkheid kan ons van enig nut zijn. Voor sprookjes, spoken en fantasieverschijningen koop ik niks. Die zijn van geen enkel nut. Wat is het nut van de schijn van brood en gelijkenis van water voor hongerigen en dorstende pelgrims in een echte woestijn? Of was dat ook maar een metafoor?  Wat is het nut van een spookachtige helper voor wezenlijke ellende? Met zulke hulp ben je er nog slechter aan toe. Als ik een reële last te dragen heb en een fictief spook waaraan ik allerlei krachten toedicht mij daarbij steun moet bieden, ben ik in werkelijkheid zonder enige bijstand. Dat is mijn bezwaar tegen de linkse kerk. Als Oosterhuis er prat op gaat de mythe van de transsubstantiatie als truc der trucs ontmaskerd te hebben, zegt hij dat brood brood is en blijft, heeft hij ons dus niets te bieden en maakt hij en passant alle kerkvaders tot fantasten, leugenaars of naïvelingen. Waarvoor heeft hij zelf al die jaren dan geknield na de consecratie? Voor een truc door hemzelf uitgevoerd? Als de deken van Eindhoven diep zucht: “ik accepteer de letterlijke betekenis niet, dat Christus fysiek in levende lijve aanwezig is in de hostie”, dan bevestigt hij zijn wat hij eerder al beweerde, namelijk dat het maar om een symbool gaat, om een metafoor. Wat hij aan de gelovigen uitreikt is dus in zijn ogen zeker niet ‘Lichaam van Christus’. Wat wel is niet geheel duidelijk, in elk geval niet de concrete aanwezigheid van Christus. Katholiek kun je dit standpunt in ieder geval niet noemen. Oosterhuis c.s. van de linkse kerk geloven ook niet in de verrijzenis van Jezus in de letterlijke zin, terwijl dat toch dè lakmoesproef van heel het geloof is. Ze noemen het ‘geloofstaal’, geen letterlijke taal. Terwijl de kern toch is dat Christus letterlijk verrezen is. Als Hij dat niet is, wat zijn die verrijzenisverhalen dan wel: Spookverhalen!

gedachtenis H. Petrus Canisius 27 april 2010