De Traditie

Ieder jaar ontvlucht ik het Carnavalsrumoer en trek me dan terug in een abdij in de Provence. De gebouwen zijn nieuw maar opgetrokken in typisch Provençaalse trant. De abdijkerk die pas in 1989 is geconsacreerd is gebouwd in een sobere, robuuste romaanse stijl. Het klooster wordt bevolkt door een vijftigtal meest jongere monniken onder leiding van de energieke, ook nog jonge abt Dom Louis-Marie. De abdij is nog jong. Dom Louis-Marie is pas de tweede abt. De stichter, Dom Gérard Calvet, vestigde zich eind jaren zestig, in de woelige jaren na het Concilie, met verlof van zijn abt als kluizenaar in Bedoin bij Carpentras. Juist toen alles losser werd bleef hij trouw aan het monniksideaal en aan de overgeleverde liturgie van Kerk. Zonder dat hij er moeite voor deed, kreeg hij jonge mannen bij zich die eenzelfde leven wilden leiden. De groep werd zo groot en de kluis in Bedoin kon niet worden vergroot. Met behulp van weldoeners werd een stuk grond aangekocht op een heuvel bij het naburige Le Barroux. Daar bouwde men en nieuwe abdij en als laatste de kerk. Jarenlang maakte men voor de officies gebruik van de huidige crypte. De abdij groeide gestadig. Men heeft nu al weer geruime tijd een nieuwe stichting, de priorij Notre Dame de la  Garde in het bisdom Agens, een 300 km naar het Westen. Deze priorij moet uitbreiden omdat ze nieuwe novicen niet kunnen herbergen en ze zal binnenkort uitgroeien tot een echte abdij. Wat is de aantrekkingskracht van deze abdij? Dat is het vasthouden aan de oude Benedictijnse tradities en vasthouden aan de overgeleverde liturgie. Men is in Le Barroux niet meegegaan met veel vernieuwingen na het Concilie. Men viert de liturgie in het Latijn met de gregoriaanse zang volgens het missaal van 1962. Ze gebruiken ook de traditionele boeken voor de getijden. Dom Gérard zag vanaf het begin heel duidelijk dat de meeste veranderingen in de liturgie geen verbeteringen waren. Meestal waren ze toegevingen aan zwakte en luiheid zoals de verkorting van de getijden in de abdijen. Er zijn maar weinig abdijen meer waar men de 150 psalmen in één week bidt, de meeste doen het nu in twee weken maar er zijn er ook die ze over vier weken uitsmeren. Dit laatste is een terechte hervorming van het Concilie geweest voor seculiere priesters voor wie het brevier naast hun pastorale werk lichter moest worden, maar nooit bedoeld voor monniken die dat toch hier en daar hebben ingevoerd. De veranderingen in de liturgie van de Mis zijn vaak versimpelingen gebleken die afbreuk hebben gedaan aan de sacraliteit van de vieringen. Het is niet toevallig dat de vernieuwde liturgie de deur open heeft gezet naar talloze misbruiken die we in onze parochies nog iedere dag kunnen constateren. Het is nu een liturgie die met haar vele mogelijkheden de suggestie van maakbaarheid geeft aan wat sacraal en onaantastbaar zou moeten zijn. Het is niet toevallig dat de nieuwe liturgie overal in de wereld (en in Nederland het eerst) geleid heeft tot vieringen die niet meer de eer van God en het door Christus bemiddelde heil van de mens centraal stellen, maar die gewoon “leuke” vieringen moeten zijn: van heiligschennende Carnavalsmissen tot kneuterige gezins- en eerstecommunievieringen, van huwelijksmissen met de eeuwige “Rose” tot een uitvaartmis met “I did it my way” of “Je ne regrette rien (ik heb nergens spijt van)”. Onder leiding van hun pastoors (die nu rond of boven de 70 zijn) hebben de gelovigen geleerd gebeden van bedenkelijk allooi in elkaar te knutselen die meestal niet veel verder komen dan wat oppervlakkige morele aansporingen. De bijbel wordt als te moeilijk of niet aansprekend ingeruild voor de obligate en bij alle gelegenheden weer opduikende verhaaltjes van Khalil Gibran, van de boom en het fluitje en van de voetstappen in het zand van het strand. Ondertussen zijn die pastoors oud en de mensen massaal uit de kerk verdwenen. Geen wonder, wat moet je nog in een kerk die niets meer te bieden heeft dan platitudes, waar de liederen die gezongen worden weliswaar in de volkstaal maar veelal zo onbegrijpelijk poëtisch zijn dat ze waarschijnlijk alleen maar pogen het ongeloof van de makers te maskeren? Wat moet je in een kerk die alleen als boodschap heeft dat God in je gelooft en dat we van elkaar moeten houden? Een kerk die een uitvaartliturgie heeft ontwikkeld waarin de boodschap alleen maar is: wat er ook gebeurt, hoe je ook hebt geleefd, je gaat naar de hemel? Wat zou je je nog druk maken? Chargeer ik nu? Zegt de vernieuwde liturgie dit alles? Nee, niet in deze bewoordingen. Maar als je het “Dies irae” dat op de ernst van het oordeel wijst en om barmhartigheid smeekt, en het daarmee corresponderende “absolve” afschaft; als je de absoute (gebed om vergeving) vervangt door “een laatste aanbeveling ten afscheid”; als je ook de gebeden voor de overledenen dienovereenkomstig aanpast; dan zet je de deur open allereerst naar herinneringsvieringen met een zeer optimistische toon (Paaskarakter) en tenslotte naar vieringen buiten de kerk. Waar is immers de voorbede van de Kerk en de viering van het offer van Christus nog voor nodig als iedereen er vanzelf komt?

Dom Gérard heeft vanaf het begin deze desastreuze ontwikkeling voorzien en heeft met hand en tand de oude liturgie verdedigd en geweigerd in zijn gemeenschap de nieuwe liturgie in te voeren. Dat heeft zelfs spanningen met Rome opgeleverd maar tenslotte heeft Rome toegestaan dat de abdij van Le Barroux de oude liturgie bleef volgen. Kardinalen vierden er de Mis en dienden er de wijdingen toe volgens de oude ritus. Onder hen was de toenmalige kardinaal Ratzinger, de huidige paus. Het is duidelijk dat deze paus het falen van de liturgiehervorming na het Concilie duidelijk inziet en dat hij verlangt naar een hervorming van de hervorming in meer traditionele zin.

Aan hun vruchten zult ge ze kennen!
Wat zijn de vruchten van de hervormde “abdijen” in Nederland? Oosterhout is gesloten, andere zijn op sterven na dood of tonen nauwelijks enig nieuw elan. Zijn het geestelijk centra waar leken, gezinnen en jongeren massaal naar toe trekken om zich geestelijk te voeden? Nee, jammer genoeg niet.
Wat zijn de vruchten van een traditionele abdij als Le Barroux? Ze zitten vol jonge mensen. Ze kennen nieuwe stichtingen. Dat is trouwens bij alle traditionele benedictijner abdijen zo. In Frankrijk zijn er nogal wat, zoals Fontgombault, Triors, Flavigny en Randol. Bovendien kent Frankrijk nog verschillende andere ook actieve traditionele gemeenschappen. Ook die hebben veel jonge leden. Ze hebben een duidelijke geestelijk uitstraling voor het land en zelfs daarbuiten.
In het gastenverblijf van Le Barroux kom je veel priesters tegen (vooral jonge) uit Frankrijk, Amerika, Zwitserland, Italië die zich laven aan de goede sfeer en aan de magnifieke liturgie. Die het nog niet kunnen, leren hier de oude Mis celebreren volgens de precieze liturgische voorschriften. Iedere priester is overigens vrij te celebreren volgende oude of de nieuwe ritus. Er komen veel leken, ook veel jongeren die hier enkele dagen doorbrengen en door de monniken opgevangen worden en geestelijk begeleid. Op dit moment is er een groep van een tiental zeeverkenners onder leiding van hun aalmoezenier (een jonge sportieve vent in toog). Het is voor ons in Nederland ongekend jongens van rond 16 jaar devoot de traditionele mis te zien volgen, te zien biechten en te horen vertellen dat ze voor een bepaald insigne in de scouting twee pauselijke encyclieken gelezen moeten hebben en daarvan verslag moeten doen. De zondagse Mis in de abdij is zeer druk bezocht, vooral ook door jonge gezinnen, waarvan de kinderen, keurig zittend, staand en knielend, de mis volgen uit het missaal. Ze hoeven niet ge-entertaind te worden zoals bij ons door een celebrerende priester met kindvriendelijke taal en een nabije uitstraling. Ze zijn vanuit zichzelf actief betrokken bij de viering die een eerbied, een rust en een sacraliteit uitstraalt die niemand onberoerd laat.

Ik kom door deze ervaringen steeds meer tot de conclusie dat de echte toekomst van de Kerk en haar echte vernieuwing zal liggen in een terugkeer naar de traditie, ook in onze parochies. Tekenend en wellicht profetisch is wat er zich aan het voltrekken is in de trappistenabdij van Mariawald in de buurt van Aken. De jonge abt zag een steeds meer slinkende gemeenschap van monniken met een groot gebrek aan aanwas. Door contacten met traditionele abdijen raakt hij ervan overtuigd dat het roer om moet. Met de zegen van de heilige Vader is deze abdij langzaam aan het overgaan op de oude liturgie. Het kost immers nogal wat moeite om van een Duitse liturgie terug te gaan naar de oude gregoriaanse gezangen. Maar het lukt en er is een nieuwe opleving. Men kent nu al nieuwe toetredingen.

Het zou goed zijn als we in Nederland een traditionele kloostergemeenschap zouden krijgen, die een inspiratiebron voor veel mensen zou kunnen zijn en nieuw elan aan stervende kerk zou kunnen geven.

Nu hoor ik al de bezwaren van de oudere mensen. Sommigen zullen blijven zweren bij de “levensnabije” vieringen zonder enig missaal of rituaal. Daar zit onderhand niemand meer op te wachten dan alleen zijzelf hun langzaam uitstervende leeftijdgenoten. Daarnaast heb je de getrouwen van de hervorming van na het Concilie. Zij hebben steeds gezegd: “de hervormingen zijn goed, als iedereen zich maar aan de officiële boeken zou houden”. Zij blijven zweren bij dit standpunt dat hun in het verleden bij hun trouw aan de Kerk nogal wat tegenstand heeft opgeleverd. Hen bewonder ik vooral om hun betoonde trouw en hen wil ik niet per se tot andere gedachten brengen. Ze hebben door hun leeftijd recht op een gezond conservatisme. Bovendien kan ik hun standpunt goed begrijpen. Ook ik vond jarenlang het teruggrijpen op de oude liturgie overbodig. Ik weigerde naar de traditionele abdijen te gaan. De vernieuwde liturgie juist vieren, dat was de oplossing. Er is wat literatuur voor nodig geweest om mij te doen inzien, dat de vernieuwing na het Concilie meer een hobby van bepaalde liturgisten is geweest dan de wens van het Concilie zelf; en dat de vernieuwing weliswaar katholiek is maar toch ook tendensen in zich heeft die leiden tot de consequenties die we de afgelopen decennia gezien hebben. Het boek van Ratzinger “De geest van de Liturgie” is daarbij voor mij de definitieve eyeopener geweest.

Dus en daarmee zullen ook onze orthodoxe zusterkerken instemmen: de toekomst van de Kerk ligt in de Traditie.

Abdij Ste Madeleine, Le Barroux, Zondag Quinquagesima 2010