In ons christelijk geloof staat niet een waarheid cen­traal, niet een hoop dingen waarin je moet geloven. Nee, absoluut centraal staat de persoon van Jezus Christus. Om Hem gaat het. In zijn persoon is heil en verlos­sing. Hij heeft ons dat de laatste weken in het evangelie bijzonder duidelijk gemaakt. U herinnert zich het gesprek bij de put met de Samaritaanse vrouw, waarbij Jezus zegt: "Ik zal u levend water geven". Niet als je dit of dat doet, is er leven en heil. Nee, Ik heb het levend water en Ik kan het u geven. Niemand anders. En vorige week in het verhaal van de genezing van de blindgebore­ne: "Ik ben het licht van de wereld". Niet "Ik zal jullie het licht wijzen, dat jullie levensweg zal verlichten", nee "Ik zelf ben het licht van de wereld". En vandaag de meeste belangrijke uitspraak van het evangelie: "Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven ook al is hij gestorven". Ook hier niet: "er is verrijzenis en leven, als je dit of dat doet", nee, "Ik zelf ben de verrijzenis en het leven".
Jezus' eigen persoon is het centrum van ons geloof. Jezus eigen persoon is onze hoop en onze redding. En dat komt, omdat Jezus staat op het ontmoe­tingspunt van God en mens. Als volledig God en volledig mens is Hij de levende brug tussen ons en God. In Hem is het menszijn, dat vanaf het begin van de wereld, vanaf de zonde van Adam, een hoog­moedig nee tegen God was, een volmondig en gehoorzaam ja geworden. In zijn dood op het kruis heeft Hij als een nieuwe Adam voorgoed ja gezegd tegen God in gehoor­zame liefde. In de kracht van zijn godheid is hij uit het graf opgestaan en heeft ons menszijn meegenomen naar de hemel. In de persoon van Jezus is ons mens-zijn sinds Pasen en Hemelvaart in de hemel en opgenomen in de liefde van de Drie-ene God. Zo hebben wij in de hemel een Middelaar, Jezus Christus. Door Hem, en door Hem alleen kunnen we tot God komen. Hij is de brug. Geloof in Hem, laat je in Hem opnemen door het doopsel; word lidmaat van zijn Lichaam, de Kerk, aan wie Hij zijn levendmakende Geest geschonken heeft, dat is de enige weg om tot God te komen. Zo leef je in Hem die de verrijzenis en het leven is. Zo heb je het eeuwig leven in je. Omdat Hij, die het leven zelf is, door zijn Geest in je woont.
In het boek Openbaring lezen we, dat Jezus zegt: "Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij Hem binnenkomen en maaltijd met hem houden." Christus wil in mijn wonen om mijn menszijn tot goddelijke hoogte te verheffen, om mij te brengen waar Hij is, in de liefde van de Drie-ene God. Hij wil maaltijd met mij houden in de eucharistie, waarin Hij mij zijn Lichaam als brood van eeuwig leven aanbiedt. Want alleen de mens die zijn vlees eet en zijn Bloed drinkt heeft het leven in zich.
Medechristenen, we moeten geen theorieën aanhangen, maar Christus moet leven in ons: en dat doet Hij, als we levende en trouwe leden van zijn kerk zijn, die immers zijn Lichaam is. Door de Geest woont Hij in de afzonder­lijke ledematen die wij zijn. Afvallen van de Kerk, betekent afvallen van het levende lichaam, dood. En de Kerk bestaat voorname­lijk dankzij de twee sacramenten die haar tot Kerk maken en waardoor wij leden van die Kerk zijn en blijven: de doop, het levende water dat in ons opborrelt tot eeuwig leven en waardoor wij ingelijfd worden in het Lichaam van Christus en de eucharistie, waardoor wij, met het Lichaam en Bloed van de Heer gevoed, worden tot zijn Lichaam.
Leven in zijn Kerk, leven vanuit het doopsel, leven vanuit de eucharistie, dat is geloven in de Heer, zodat Hij kan wonen in jou. In wie de Heer, zegt Paulus, zo woont, moet weliswaar lichamelijk nog sterven, maar geestelijk blijft hij leven en ook zijn lichaam zal verrijzen door de kracht van de Geest die door Christus in u woont. Dat is ons christelijk geloof. Amen.

Vijfde zondag in de Veertigdagentijd
Bij: Ex. 37,12-14
Rom. 8, 8-11
Joh. 11, 1-45
PREKEN
paaskring
jaar a