
Evangelies
1.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
In die tijd ging Jezus de berg op,
toen Hij de menigte zag,
en, nadat Hij zich had neergezet,
kwamen zijn leerlingen bij Hem.
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:
``Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hun behoort het Rijk der hemelen.
Zalig zijt gij,
wanneer men u beschimpt, vervolgt
en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil:
Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
2.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
In die tijd sprak Jezus:
``Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt
voor wijzen en verstandigen,
maar ze heb geopenbaard aan kinderen.
Ja, Vader, zo heeft het U behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
Niemand kent de Zoon tenzij de Vader,
en niemand kent de Vader tenzij de Zoon
en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.
Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt,
en Ik zal u rust en verlichting schenken.
Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij:
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart;
en gij zult rust vinden voor uw zielen,
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.''
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
3.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen in gelijkenissen.
Hij zei:
"Dan zal het met het Rijk der hemelen zijn
als met tien meisjes die met hun lampen uittrokken,
de bruidegom tegemoet.
Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig.
Want de domme namen wel hun lampen mee, maar geen olie;
de verstandigen echter namen met hun lampen tevens kruiken olie mee. Toen nu de bruidegom op zich liet wachten,
dommelden zij allen in en sliepen.
Maar midden in de nacht klonk er geroep:
Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet!
Meteen waren al de meisjes wakker en maakten hun lampen in orde. De domme zeiden tegen de verstandigen:
Geeft ons wat olie, want onze lampen gaan uit.
Maar de verstandige antwoordden:
Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen.
Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf.
Maar terwijl zij onderweg waren om te gaan kopen
kwam de bruidegom,
en die klaar stonden,
traden met hem binnen om bruiloft te vieren;
en de deur ging op slot.
Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden:
Heer, heer, doe open!
Maar hij antwoorde:
Voorwaar, Ik zeg u: Ik ken u niet.
Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
4.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:
"Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid
en vergezeld van alle engelen,
dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie.
Alle volken zullen voor Hem bijeengebracht worden
en Hij zal ze in twee groepen scheiden,
zoals de herder een scheiding maakt tussen schapen en bokken.
De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand,
maar de bokken aan zijn linker.
Dan zal de Koning tot die aan zijn rechterhand zeggen:
Komt, gezegenden van mijn Vader,
en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is
vanaf de grondvesting der wereld.
Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven.
Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven.
Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen,
Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed,
Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht,
Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven,
of dorstig en U te drinken gegeven?
En wanneer zagen wij U als vreemdeling en hebben U opgenomen,
of naakt en hebben U gekleed?
En wanneer zagen we U ziek of in de gevangenis en zijn U komen bezoeken?
De Koning zal hun ten antwoord geven:
Voorwaar, Ik zeg u:
al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders
hebt gij voor Mij gedaan.
En tot die aan zijn linkerhand zal Hij dan zeggen:
Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur
dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten.
Want Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven.
Ik had dorst en gij hebt Mij niet te drinken gegeven;
Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij niet opgenomen,
naakt en gij hebt Mij niet gekleed;
Ik was ziek en in de gevangenis
en gij zijt Mij niet komen bezoeken.
Dan zullen ook zij antwoorden en zeggen:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig
als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis,
en hebben wij niet voor U gezorgd?
Daarop zal Hij hun antwoorden:
Voorwaar, Ik zeg u:
al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan,
hebt gij ook voor Mij niet gedaan.
En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf,
maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
5.
Uit het heilige evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
"Houdt uw lenden omgord en de lampen brandend!
Gedraagt u als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer,
die naar de bruiloft is,
om als hij aankomt en klopt,
hem aanstonds open te doen.
Gelukkig de dienaars, die de heer bij zijn komst wakende zal vinden.
Voorwaar, Ik zeg u:
Hij zal zich omgorden, hen aan tafel nodigen
en langs hen gaan om te bedienen.
Al komt hij ook in de tweede of in de derde nachtwake,
gelukkig zijn de dienaars die hij zo aantreft.
Begrijpt dit wel:
Als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen,
zou hij in zijn huis niet laten inbreken.
Weest ook gij bereid,
omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.
Zo spreekt de Heer.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
6
Uit het heilige evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Toen zij op de plaats kwamen die Schedel heet,
sloegen zij Jezus daar aan het kruis,
en zo ook de misdadigers, de een rechts, de ander links.
Een van de misdadigers die daar hingen, hoonde Hem:
"Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons."
Maar de andere strafte hem af en zei:
"Heb zelfs jij geen vrees voor God,
terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat?
En wij ondergaan dat voonis terecht,
want wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben;
maar Hij heeft niets verkeerds gedaan."
Daarop zei hij:
"Jezus, denk aan mij, wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt." En Jezus sprak tot hem:
"Voorwaar, Ik zeg u:
Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
7.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Het was nu omtrent het zesde uur;
er viel duisternis over heel de streek tot aan het negende uur toe,
doordat de zon geen licht meer gaf.
Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
Toen riep Jezus met luider stem:
"Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest."
Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de geest.
Nu was er een zekere Jozef,
lid van de Hoge Raad, een welmenend en rechtschapen man.
Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
Na het van het kruis genomen te hebben,
wikkelde hij het in een lijkwade.
Vervolgens legde hij Hem in een graf,
dat in een steen was uitgehouwen
en waarin nog nooit iemand was neergelegd.
(Op de eerste dag van de week echter gingen de vrouwen
zeer vroeg in de morgen naar het graf,
met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden.
Zij vonden de steen weggerold van het graf,
gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet.
Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken,
stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed.
Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen,
vroegen de mannen haar:
"Wat zoekt ge de levende bij de doden?
Hij is niet hier, Hij is verrezen.")
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
8.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Op de eerste dag van de week
waren er twee leerlingen op weg naar een dorp, dat Emmaus heette
en dat zestig stadien van Jeruzalem lag.
Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen.
Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden,
kwam Jezus zelf op hen toe en liep met hen mee.
Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen.
(Hij vroeg hun:
"Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?"
Met een bedrukt gezicht bleven ze staan.
Een van hen, die Kleopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: "Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem,
dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?
Hij vroeg hun: "Wat dan?"
Ze antwoordden hem:
"Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was,
machtig in daad en woord in het oog van God en heel het volk;
hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om ter dood te worden veroordeeld
en Hem aan het kruis hebben geslagen.
En wij leefden in de hoop,
dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen!
Maar met dit al is het reeds de derde dag
sinds die dingen gebeurd zijn.
Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest,
maar hadden zijn lichaam niet gevonden en kwamen zeggen,
dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad,
die verklaarden dat Hij weer leefde.
Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan
en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden,
maar Hem zagen ze niet."
Nu sprak Hij tot hen:
"O onverstandigen, die zo traag van hart zijt
in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben!
Moest de Messias dat alles niet lijden
om in zijn glorie binnen te gaan?"
Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten
wat in al de Schriften op Hem betrekking had.)
Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen,
maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan.
Zij drongen bij Hem aan:
"Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde." Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven.
Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij het brood,
sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe.
Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem,
maar Hij verdween uit hun gezicht.
Toen zeiden ze tot elkaar:
"Brandde ons hart niet in ons,
terwijl Hij onderweg met ons sprak
en ons de Schriften ontsloot?"
Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug.
Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen.
Deze verklaarden: "De Heer is werkelijk verrezen,
Hij is aan Simon verschenen."
En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was
en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.
Zo spreekt de Heer.
Wij da
ken God.
9.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
In die tijd nam Jezus het woord en sprak tot de Joden:
"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
wie luistert naar mijn woord en gelooft in Hem die Mij zond,
heeft eeuwig leven en is aan geen oordeel onderworpen,
hij is immers reeds uit die dood naar het leven overgegaan.
Voorwaar, voorwaar, ik zeg u:
er zal een uur komen, ja het is er al,
waarop de doden de stem van Gods Zoon zullen horen
en die haar horen, zullen leven.
Zoals de Vader leven heeft in zichzelf,
zo gaf Hij ook aan de Zoon leven in zichzelf te hebben.
Hij heeft Hem macht gegeven om oordeel te vellen;
Hij is immers de Mensenzoon.
Verwondert u niet hierover:
er zal een uur komen, waarop allen die in de graven zijn,
zijn stem zullen horen.
Dan zullen zij die het goede deden,
er uit te voorschijn komen tot de opstanding ten leven,
maar die het kwade deden tot de opstanding ten oordeel."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
10.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
In die tijd richtte Jezus het woord tot de menigte en zei:
"Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen,
en wie tot Mij komt, zal Ik niet buitenwerpen.
Ik ben immers uit de hemel neerdgedaald,
niet om mijn eigen wil te doen,
maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft;
en dit is de wil van Hem die Mij gezonden heeft,
dat Ik niets van wat Hij Mij gegeven heeft verloren laat gaan,
maar het doe opstaan op de laatste dag.
Dit is de wil van mijn Vader,
dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft,
eeuwig leven bezit;
en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
11.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
(Bij zijn aankomst te Betanië bevond Jezus
dat Lazarus al vier dagen in het graf lag.
Betanië nu was dichtbij Jeruzalem,
op een afstand van ongeveer vijftien stadiën.
Vele Joden waren dan ook naar Marta en Maria gekomen
om hen te troosten over het verlies van hun broer.
Zodra Marta hoorde dat Jezus op komst was,
ging zij Hem tegemoet;
Maria echter bleef thuis.
Marta zei tot Jezus:)
(In die tijd zei Marta tot Jezus:)
"Heer, als Gij hier waart geweest,
zou mijn broer niet gestorven zijn.
Maar zelfs nu weet ik,
dat wat Gij ook aan God vraagt,
God het U zal geven."
Jezus zei tot haar:
"Uw broer zal verrijzen."
Marta antwoordde:
"Ik weet dat hij zal verrijzen
bij de verrijzenis op de laatste dag."
Jezus zei haar:
"Ik ben de verrijzenis en het leven.
Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven,
en ieder die leeft in geloof aan Mij,
zal in eeuwigheid niet sterven.
Gelooft gij dit?"
Zij zei tot Hem:
"Ja, Heer ik geloof vast dat Gij de Messias zijt,
de Zoon Gods, die in de wereld komt."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
12.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
"Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
blijft hij alleen:
maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort.
Wie zijn leven bemint, verliest het,
maar wie zijn leven in deze wereld haat,
zal het ten eeuwigen leven bewaren.
Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij volgen;
waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.
Als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren.
(Nu is mijn ziel ontroerd.
Wat moet ik zeggen?
Vader, red Mij uit dit uur?
Maar daarom juist ben Ik tot aan dit uur gekomen.
Vader, verheerlijk uw Naam!"
Toen kwam er een stem vanuit de hemel:
"Ik heb Hem verheerlijkt en zal Hem wederom verheerlijken."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
13.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
"Laat uw hart niet verontrust worden.
Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij.
In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.
Ware dit niet zo dan zou Ik het u hebben gezegd,
want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden.
En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid,
kom Ik terug om u op te nemen bij Mij,
opdat ook gij zult zijn waar Ik ben.
Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend."
Tomas zei tot Hem:
"Heer, wij weten niet waar Gij heengaat:
hoe moeten wij dan de weg kennen?"
Jezus antwoordde hem:
"Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
14.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus:
Het is met het rijk der hemelen als met de man
die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn dienaars bij zich riep
om hun zijn bezit toe te vertrouwen.
Aan de een gaf hij vijf talenten, aan de andere twee, aan een derde een,
ieder naar zijn bekwaamheid. Daarna vertrok hij.
Die de vijf talenten gekregen had, ging er terstond mee werken en verdiende er vijf bij.
Zo verdiende ook degene die de twee gekregen had, er twee bij.
Maar die dat ene had gekregen, ging een gat in de grond graven
en het geld van zijn heer verbergen.
Een hele tijd later kwam de heer van die dienaars terug en hield afrekening met hen.
Die vijf talenten gekregen had, trad naar voren en bood nog vijf talenten aan
met de woorden: Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd;
ziehier, vijf talenten heb ik erbij verdiend.
Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar,
over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen.
Ga binnen in de vreugde van uw heer.
Nu trad die van de twee talenten naar voren en zei:
Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd;
ziehier, twee talenten heb ik erbij verdiend.
Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar,
over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen.
Ga binnen in de vreugde van uw heer.
Tenslotte trad ook die het ene talent had gekregen naar voren en zei:
Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt,
die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid.
Daarom was ik bang en ben uw talent in de grond gaan verbergen.
Hier hebt ge uw eigendom terug.
Maar zijn meester gaf hem ten antwoord:
Slechte en luie knecht, je wist dus dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb
en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid?
Daarom had je mijn geld bij de bankiers moeten uitzetten,
dan zou ik bij mijn komst mijn bezit met rente teruggekregen hebben.
Neemt hem dus dat talent af en geeft het aan wie de tien talenten heeft.
Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden;
maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
15.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus: Ik zeg u: Weest niet bezorgd voor uw leven,
wat ge zult eten en wat ge zult drinken, en ook niet voor uw lichaam,
wat ge zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan het voedsel
en het lichaam niet meer dan de kleding?
Let eens op de vogels in de lucht:
ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren,
maar uw hemelse Vader voedt ze.
Zijt gij dan niet veel meer dan zij?
Trouwens, wie van u is in staat met al zijn tobben
aan zijn levensweg een el toe te voegen?
En wat maakt gij u zorgen over kleding?
Kijkt naar de lelien in het veld: hoe ze groeien.
Ze arbeiden noch spinnen.
Toch zeg Ik u: Zelfs Salomo in al zijn pracht
was niet gekleed als een van hen.
Als God nu het veldgewas dat er vandaag nog staat
en morgen in de oven wordt geworpen, zo kleedt,
hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?
Maakt u dus geen zorgen over de vraag:
wat zullen wij eten of wat zullen wij drinken?
Want dat alles jagen de heidenen na.
Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.
Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid:
dan zal dat alles u erbij gegeven worden.
Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt voor zichzelf.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
Homilie
Voorbede
De voorbeden die hier volgen zijn voorbeelden die men, met eventuele aanpassingen, kan gebruiken. Zij kunnen ook helpen zelf een voorbede samen te stellen.
De begintekst en het slotgebed van de voorbede wordt door de priester gebeden. De intenties worden door een lector gezegd.
1.
Bidden wij in geloof tot God, de almachtige Vader,
die zijn Zoon Christus heeft doen opstaan uit de doden,
voor het heil van levenden en doden:
Voor onze dierbare overledene,
die in het doopsel de kiem van eeuwig leven heeft ontvangen
en die tijdens zijn (haar) leven
het Lichaam van Christus, Brood van eeuwig leven, heeft gegeten:
dat de Heer hem (haar) nu voor altijd
de gemeenschap met de heiligen wil schenken
en doet aanzitten aan het gastmaal van het eeuwige leven.
Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Voor onze dierbare N,
die voor ons (als vader/moeder, opa/oma etc)
zoveel gedaan en betekend heeft:
dat de Heer zijn (haar) fouten en zonden moge vergeven
en hem (haar) moge belonen voor al het goede,
dat hij (zij) aan ons deed.
Laat ons bidden.
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Voor onze overleden familieden en bekenden,
voor allen, die zijn ontslapen
en vol hoop uitzien naar hun verrijzenis:
dat de Heer hen welwillend zal opnemen
in het licht van zijn aanwezigheid.
Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Voor onszelf willen we bidden,
die bedroefd zijn om dit afscheid:
dat de Heer ons wil troosten in ons verdriet;
dat Hij ons helpt elkaar tot steun te zijn
en dat Hij ons bewaart op de weg van het geloof,
zodat Hij ons eens kan samenbrengen
in de heerlijkheid van zijn Koninkrijk.
Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Heer, moge ons gebed ten goede komen
aan de zielen van uw overleden dienaren en dienaressen:
maak hen vrij van al hun zonden
en laat hen delen in uw verlossing.
Door Christus onze Heer.
Amen.
2.
Leggen wij met vertrouwen onze gebeden voor aan God onze Vader, die met ons is in voor- en tegenspoed:
We bidden voor N., die we nu moeten loslaten en voortaan uit ons midden moeten missen: dat God hem/haar bij de hand mag nemen en hem/haar ten volle mag doen delen in zijn liefde. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Dat hij/zij vergeving mag ontvangen voor de dingen waarin hij/zij zwak was en tekort schoot tegenover God en tegenover zijn/haar medemensen en dat God hem/haar mag belonen voor de liefde, de hartelijkheid en de trouw, die we van hem/haar mochten ondervinden. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Voor zijn/haar (man, vrouw, kinderen, moeder etc), die hem/haar het meest zal missen; voor ons allemaal, die bedroefd zijn om zijn/haar heengaan: dat we de kracht ontvangen hoopvol verder te leven en elkaar te steunen op moeilijke momenten. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Voor allen die treuren om een dierbare dode; voor allen die weten, dat ze binnenkort moeten sterven: dat ze mensen aan hun zijde vinden, die hen bijstaan en dat ze mogen ervaren, dat God hun nabij is. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Voor allen uit onze kring van familie en bekenden, die gestorven zijn: dat zij geborgen mogen zijn in Gods liefde en daar in de kring van Gods vrienden het geluk zonder einde mogen vinden. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
God onze Vader, in leven en sterven zijn wij veilig in uw hand. Wees N. en ook ons nabij en laat ons steeds uw liefdevolle voorzienigheid ervaren. Dat vragen wij U door Christus onze Heer.
Amen.
3.
Wenden wij ons met vertrouwen tot de drie-ene God, Vader, Zoon en Geest:
God, Vader in de hemel, Gij hebt ons geschapen en laat ons niet los, zelfs niet in de dood. Wij bidden om uw vaderlijke zorg voor N., die van ons is heengegaan. Wij bevelen hem/haar aan in uw liefde. Laat hem/haar toe in uw hemels vaderhuis, waar plaats is voor velen. Laat hem/haar daar gelukkig zijn met allen uit onze kring van familie en bekenden, die reeds gestorven zijn. Versterk in ons het geloof, de hoop en de liefde, zodat wij uw kinderen zijn, veilig bij U in leven en sterven. Zo bidden wij U:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Heer Jezus Christus, Zoon van God, onze broeder, Gij weet wat wij op dit moment voelen. Gij immers hebt het verdriet gekend om de dood van uw vriend Lazarus. Gij weet uit eigen ervaring wat het is te moeten sterven. Maar Gij zijt het ook, die ons door uw verrijzenis hoop hebt gegeven. Wij vragen U: neem N. die in uw Naam gedoopt is, bij de hand en leid hem/haar de vreugde van het eeuwig leven binnen. Sterk ons die achterblijven door de gave van de eucharistie, waarin Gij, gestorven en verrezen Heer, ons voedsel zijt en onze kracht. Zo bidden wij U:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
God, heilige Geest, die de Trooster wordt genoemd. Troost ons allen, maar vooral zijn/haar (vrouw,man, kinderen, moeder etc), die N. het meest zal missen. Help ons elkaar tot troost en steun te zijn. Laat ons leven vanuit de goede herinnering en met de hoop op een weerzien daar waar Gij alles één maakt in liefde. Zo bidden wij U:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Drie-ene God, door het geloof en het doopsel hebt Gij ons opgenomen in uw liefde. Verhoor dan onze gebeden voor N. en voor onszelf. Dat wij nooit aan uw liefde twijfelen. Schenk ons uw troost en aan N. eeuwige vrede. Gij die leeft in de eeuwend er eeuwen.
Amen.
4.
Met pijn in het hart, maar ook met geloof en vertrouwen leggen wij onze gebeden voor aan God, onze Schepper en Vader.
Wij bidden voor N., die tot het einde toe voor het leven gestreden heeft: dat God hem/haar nu de uiteindelijke overwinning mag geven: het leven dat geen einde kent in het onvoorstelbare geluk van het hemelse vaderhuis. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Wij danken voor het leven van N.; voor al het goede en al het mooie, voor de liefde en de hartelijkheid, die wij door zijn/haar persoon van God mochten ontvangen. Dat God hem/haar nu mag belonen voor al het goede, dat hij/zij deed en hem/haar mag vergeven waarin hij/zij als zwakke mens tekort schoot. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Wij bidden voor al onze dierbare gestorvenen, onze familieleden en bekenden, allen met wie wij verbonden waren en zijn; wij gedenken ook hen aan wie niemand denkt en die eenzaam en weinig betreurd moesten sterven. Dat God zich over hen allen mag ontfermen en hen mag opnemen in zijn eeuwige vreugde. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Wij bidden voor hen voor wie dit afscheid zeer zwaar valt: voor N.'s (man, vrouw moeder etc); voor alle familieleden en vrienden: dat God hen troost en kracht mag schenken en dat ze elkaar mogen steunen in hun verdriet. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Bidden wij voor ons allen zoals wij hier samenzijn: dat wij, ondanks pijn en verdriet, met vertrouwen de weg van het geloof mogen gaan, samen met Jezus in de gemeenschap van zijn Kerk, zodat Hij ons eens thuis kan brengen bij God en bij hen die ons in geloof zijn voorgegaan. Laat ons bidden:
Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.
Goede Vader, wij zijn bedroefd om dit afscheid. Wij bevelen N. maar ook onszelf bij U aan. Bewaar ons allen in de palm van uw hand en leid ons naar de uiteindelijke overwinning dwars door lijden en dood heen. Door Christus onze Heer.
Amen.
5.
Broeders en zusters, wij willen nu samen bidden tot de Heer, onze God, niet alleen voor onze overleden dierbare, maar ook voor de Kerk, voor de vrede in de wereld en voor het welzijn van ons allen:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Voor allen die de Kerk als herders leiden, dat zij metterdaad kunnen volbrengen, wat zij met woorden verkondigen. Laat ons bidden:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Voor allen die ons land besturen, dat zij rechtvaardigheid en vrede bevorderen. Laat ons bidden:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Voor allen die geestelijk of lichamelijk pijn lijden, dat zij nooit denken van God verlaten te zijn. Laat ons bidden:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Bidden wij God voorde ziel van onze overleden dierbare N., dat Hij hem (haar) van de macht van de duisternis en van alle straffen wil bevrijden. Laat ons bidden:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Dat de Heer in zijn goedheid al zijn (haar) zonden voor goed wil vergeten. Laat ons bidden:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Dat Hij hem (haar) een vaste woonplaats wil geven in zijn Rijk van vrede en licht. Laat ons bidden:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Dat Hij hem (haar) wil laten delen in het geluk en de gemeenschap van zijn heiligen en uitverkorenen. Laat ons bidden:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Voor onze overleden familieleden en weldoeners, dat de Heer hen in het licht van zijn heerlijkheid wil opnemen. Laat ons bidden:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Voor alle overleden gelovigen, dat de heer hen zal bijeenbrengen in het hemels rijk. Laat ons bidden:
Verhoor ons, Heer, ontferm U over ons.
Laten wij bidden tot God onze Vader met de woorden die Jezus ons geleerd heeft:
God, Schepper en Verlosser van alle gelovigen,
vergeef de zielen van uw dienaren en dienaressen al hun zonden; schenk hen op onze voospraak uw genade waarnaar zij altijd hebben uitgezien; Gij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Naar Openingsritus
Naar Woorddienst deel 1
Naar Woorddienst deel 2
Naar Laatste Aanbeleving ten afscheid



WOORDDIENST
DEEL 3
TUSSENZANG
1.
buiten de veertigdagentijd
Alleluia.
Requiem aeternam dona eis, Domine: et lux perpetua luceat eis.
Alleluia.
2. ofwel
Laetatus sum in his quae dicta sunt mihi: in domum Domini ibimus. Fiat pax in virtute tua: et abundantia in turribus tuis.
3.
in de veertigdagentijd
Absolve, Domine, animas omnium fidelium defunctorum ab omni vinculo delictorum. Et gratia tua illis succurrente, merenatur evadere iudicium ultionis. Et lucis aeternae beatitudine perfrui
1.
Buiten de veertigdagentijd
Alleluia.
Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen.
Alleluia.
2. ofwel
Ik ben verheugd over wat mij gezegd is: naar het huis van de Heer zullen wij gaan. Vrede zij binnen uw muren en overvloed binnen uw sterkten.
3.
In de veertigdagentijd
Ontsla, Heer, de zielen van alle overleden gelovigen van alle boeien der zonden.En mogen zij door de hulp van uw genade bij het oordeel aan de wraak ontkomen. En de zaligheid van het eeuwig licht genieten.