De leiding van de liturgie in de christelijke gemeenschap is in beginsel een taak van de bisschop en, in diens opdracht, van de pastoor.
De diaken kan echter, als er geen priester aanwezig is, ook sommige liturgievieringen zelf leiden. De pastoor neemt hieromtrent beslissingen rekening houdend met de diocesane normen en uitgaande van de kwaliteiten van de betreffende diaken.

Als de diaken de liturgie leidt, moet hij zich net als de priester houden aan het betreffende rituale en geeft hij over het algemeen op dezelfde manier leiding aan de viering als de priester.

Hieronder volgen alleen bijzonderheden die voor de diaken specifiek van belang zijn.

1. Liturgie op zondag als geen priester beschikbaar is

- De eucharistie is het centrum van de viering van de dag des Heren. Door het ontbreken van een priester kan het soms nodig zijn in plaats van de eucharistie een andere liturgische viering in een gemeenschap te houden. Bij voorkeur zal dat de woorddienst zijn van de betreffende zondag met eventueel aansluitend de gelegenheid de heilige communie te ontvangen. Het is echter aan de bisschop te beslissen of deze vervangende zondagsvieringen gehouden mogen worden en om de aard van de viering vast te stellen. De pastoor moet over de uitvoering hiervan waken. Uit kracht van zijn ambt komt de diaken als eerste in aanmerking een dergelijke viering te leiden.

- Het is dan zijn taak:

- in overleg met de pastoor en in samenwerking met de aan de dienst medewerkende personen de orde van dienst en het verloop ervan vast te stellen.
- de liturgie te openen en de gemeenschap te begroeten
- de presidentiële gebeden in de viering uit te spreken
- het evangelie te lezen
- de preek te houden
- de gemeenschap te zegenen en weg te zenden.
- eventueel de gemeenschap tot de communie uit te nodigen en deze uit te reiken


2. Woorddiensten op werkdagen

Op werkdagen kan de diaken met toestemming van de pastoor de viering van de woorddienst leiden, die gehouden wordt in plaats van een eucharistieviering. Dit geval kan zich voordoen, als voor een bepaalde dag een eucharistieviering is aangekondigd en de priester plotseling verhinderd is. Bovendien kan dit ook gebeuren op plaatsen zonder eigen priester, die door de week zelden een eucharistie hebben.
Voor het verloop van de viering kan de diaken zich laten leiden door de woorddienst van de eucharistie van de dag.
Bij een dergelijke viering kan ook de H. Communie uitgereikt worden. De diaken dient dan het ritueel te volgen, dat voorgeschreven is voor het communie uitreiken buiten de eucharistieviering.
De communieviering begint altijd met het Onze Vader dat altijd direct volgt op de voorbede.

3. Het leiden van de getijden

Dit doet de diaken op dezelfde wijze als de priester. Hem komen dan de inleidingsverzen toe, de aanhef van het Onze Vader, de oratie, de zegen en de wegzending.
Bij het morgen- en het avondgebed kan hij bij het lofzang van Zacharias en de lofzang van Maria het altaar, het kruis en het volk bewieroken.

4. Het doopsel van kinderen

Als de diaken op verzoek van de pastoor het doopsel aan kinderen toedient, doet hij dit op dezelfde wijze als de priester volgens het rituale.

5. Het doopsel van volwassenen

De doop voor volwassenen wordt niet door de diaken toegediend, omdat deze bij voorkeur onder een eucharistie en in verbinding met het vormsel geschiedt.
De volwassenendoop met vormsel en eucharistie moet vanaf 7 jaar worden toegediend en vanaf 14 jaar aan de bisschop worden gemeld, opdat deze zelf in de gelegenheid is de plechtigheid te verrichten. Meestal delegeert hij daartoe een priester, die dan ipso iure de bevoegdheid heeft tot vormen.
Wel kan de diaken bij de catechumenale riten worden ingeschakeld. Men raadplege daarvoor het rituale van het doopsel van de volwassenen.

6. De huwelijksplechtigheid

De assistentie bij de viering van een huwelijk komt krachtens hun ambt toe aan de bisschop en de pastoor. Deze kunnen andere priesters en ook diakens delegeren. Voor een individueel geval is een mondelinge delegatie van de pastoor voldoende. Voor een algemene delegatie om te assisteren bij huwelijken in een bepaalde parochie is een schriftelijk document van de pastoor of de bisschop nodig.

In de regel en indien mogelijk zal een priester de viering van het huwelijk leiden. Dan kan het huwelijk ook plaats vinden in het kader van een eucharistie, wat vanwege de verbinding van alle sacramenten met het mysterie van de dood en de verrijzenis van Christus ideaal is.

Als er geen priester beschikbaar is, kan de diaken met de vereiste delegatie de huwelijksplechtigheid leiden. Dat zal de woorddienst zijn ontleend aan het rituale voor het huwelijk. Na de huwelijksritus volgt dan de voorbede, die uitloopt op de huwelijkszegen. Er kan een communiedienst op volgen als het bruidspaar en de familie trouwe kerkbezoekers zijn. Na de huwelijkszegen plaatst de diaken dan de ciborie op het altaar, het Onze Vader wordt gebeden en de communie wordt uitgereikt, waarna de viering besloten wordt met het gebed na de communie en de zegen en de wegzending.

7. Het leiden van vieringen bij zieken en stervenden

- Hij kan bij ziekenbezoek een korte woorddienst houden en de zieke zegenen, zoals de priester dat doet.

- De diaken kan de communie brengen aan zieken en doet dit volgens hetzelfde ritueel als de priester.

- Hij heeft de plicht de zieke zonodig voor te bereiden op het ontvangen van het boetesacrament en de ziekenzalving en daarvoor bijtijds een priester te waarschuwen.

- Het brengen van het viaticum is allereerst de taak van een priester, mede vanwege de mogelijkheid dat de stervende eerst wil biechten en vanwege de aanbeveling het viaticum zo mogelijk in verbinding met de eucharistieviering te ontvangen. Is er echter geen priester beschikbaar, dan behoort het tot de taak van de diaken het viaticum aan de stervende te brengen, de familie bij te staan en met hen de gebeden der stervenden te bidden.

8. Het leiden van uitvaarten

- Het leiden van de uitvaartplechtigheden is allereerst de taak van de priester, omdat bij de uitvaart van een gelovige normaal gesproken de eucharistie wordt gevierd.

- Is er geen priester beschikbaar, dan is de diaken bevoegd de uitvaartplechtigheden in de kerk, op het kerkhof en in het crematorium te leiden volgens het rituale en de gebruiken ter plaatse.
In de kerk zal hij dan een woorddienst houden waarna na de voorbede en het bidden van het Onze Vader de laatste aanbeveling ten afscheid volgen volgens het rituale. Eventueel, als het kerkbetrokken mensen betreft, kan na de woorddienst de heilige communie worden uitgereikt. Dan plaatst de diaken na de voorbede de ciborie op het altaar, bidt het Onze Vader, reikt de communie uit, bidt het gebed na de communie en verricht de laatste aanbeveling ten afscheid.

9. Het leiden van zegeningen

De diakens kunnen zegeningen verrichten binnen de liturgie waarvan zij de leiding hebben en die bij die viering horen: bv. de zegening van het doopwater, de zegening van de ringen, van de doopouders, van het bruidspaar.

Bovendien kan de diaken een aantal afzonderlijke zegeningsrituelen leiden. Zo mag hij bv. de Blasiuszegen geven, het askruisje uitdelen, water, rozenkransen en andere devotionalia, personen en huizen zegenen. Indien er echter een priester aanwezig is, dient deze het zegeningsritueel te leiden.

Aan de priester voorbehouden zijn de zegeningen die met de viering van de eucharistie verbonden zijn zoals de zegening van de as, palmtakken, kaarsen op Maria Lichtmis enz. Toch kan de diaken ook deze zegeningen weer verrichten, als er geen priester beschikbaar is, in het kader van een woorddienst, die bij gebrek aan een priester onder zijn leiding staat.
De diaken volgt bij de vieringen het ritueel voor de zegeningen die de liturgische boeken voor de priester aangeven.

10. De uitstelling van het Allerheiligste en de zegen met het H. Sacrament.

De diaken kan zelfstandig het H. Sacrament uitstellen en de zegen geven met het Allerheiligste. Hij handelt hierbij zoals de priester overeenkomstig het rituaal van de verering van de eucharistie buiten de H. Mis.

LITURGISCHE PLECHTIGHEDEN
ONDER LEIDING VAN EEN DIAKEN
DIAKEN