
De persoon van Jezus roept in zijn eigen tijd al veel vragen op: wie is Hij toch?, klinkt het verschillende keren in het evangelie. En vandaag stelt Jezus die vraag aan zijn leerlingen. Het is Hem niet onverschillig hoe die over Hem denken. Hij wil graag dat ze een juist beeld over Hem hebben. Allereerst inventariseert Jezus een beetje hoe de mensen over Hem denken. Hij krijgt dan de antwoorden: iemand als Johannes de Doper of als de oude profeet of een andere van de bekende profeten uit het oude testament. Dit zijn nog heel lovende dingen maar elders in het evangelie horen we hoe mensen zeggen: Hij is toch maar de zoon van een timmerman, wat verbeeldt Hij zich wel? Of de Farizeeën die zeggen: Hij is van de duivel bezeten. De wonderen die Hij doet zijn trucjes van Beëlzebub, de vorst van de duivels.
En als je die inventarisatie in onze tijd zou voortzetten en de mensen zou vragen: wie is die Jezus?, dan zou je weer een veelheid van antwoorden krijgen. En met de meeste van die antwoorden zou Jezus niet tevreden zijn, evenmin als met de antwoorden die Hij van de mensen in zijn tijd hoorde.
Van zijn leerlingen wil Hij horen wie Hij werkelijk is. Zij moeten Hem kennen. Ze moeten niet bij de buitenkant blijven steken. Zij moeten belijden wie Hij werkelijk is.
En het is dan Petrus, de eerste van de apostelen, die in naam van allen zegt: “De Gezalfde van God”. Dat woord Gezalfde is in het Hebreeuws “Messias” en in het Grieks “Christus”. Petrus belijdt dus dat Jezus de Messias, de Christus is: de grote Verlosser die van Godswege sinds eeuwen aan het volk beloofd is. De Messias over wie de profeten spreken en naar wie ze verlangend hebben uitgezien. Jezus is de vervulling van alle beloften. Dat is wie Jezus werkelijk is. Jezus stemt in met deze belijdenis van Petrus maar het lijkt tegelijk merkwaardig dat Jezus verbiedt daarover te spreken. Je zou verwachten dat Hij zou zeggen: jullie hebben het juiste inzicht, ga het aan iedereen vertellen. Nee, want Jezus weet dat het begrip Messias in die tijd valse verwachtingen oproept. Als mensen horen dat Jezus de Messias is, dan denken ze meteen aan een politieke figuur die hun volk van de Romeinse overheersing gaat bevrijden en het volk in een soort paradijselijke toestand gaat brengen. En daarom zegt Jezus: Ik ben de Messias, maar ik ben een lijdende Messias. Pas als je het lijden gezien hebt waarin Ik ondergedompeld word, dan mag je Mij als Messias belijden. Je mag vooral niet denken dat Mij volgen gemakkelijk is; dat de victorie die Ik als Messias behaal zonder slag of stoot behaald wordt. Nee, die victorie gaat langs lijden en dood. Meer nog: wie Mij als de Messias belijdt, moet Mij vol;gen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Dat had men niet van een Messias verwacht en men verwacht het eigenlijk nog niet. Hoeveel mensen, tegenwoordig, ook mensen die Jezus zeggen te volgen, roepen: waarom moet Mij dit overkomen, deze ziekte, dit ongeluk. Ik heb toch altijd braaf Jezus gevolgd. Ook zij denken blijkbaar dat Jezus het leven aangenaam maakt voor de mensen die Hem volgen. Maar Jezus belooft aan zin volgelingen alleen maar het kruis en Hij zegt: je bent alleen maar mijn volgeling als dat kruis iedere dag op je neemt, als je jezelf wegcijfert, je overgeeft aan Gods wil, jezelf wegcijfert voor de ander.
De enige juiste manier om over Jezus te denken is met Petrus te zeggen: U bent de Christus, mijn Redder en Verlosser, mijn weg, mijn waarheid, mijn leven. Ik erken het kruis als de weg van de navolging. Ik wil proberen in navolging van U mijn leven te verliezen in overgave aan Gods wil en in de liefde tot de naasten in de wetenschap dat ik alleen zo met U kan overwinnen. Amen.



12DE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Bij: Zach. 12, 10-11
Gal. 3, 26-29
Lc 9, 18-24
PREKEN
zondagen
door het jaar c