
Vandaag zendt Jezus de 72 leerlingen uit om in zijn Naam het evangelie te verkondigen. Het is als het ware een voorspel op de grote zendingsopdracht, die Hij zijn apostelen geeft bij zijn hemelvaart: "Gaat en onderwijst alle volkeren en doopt hen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest." De Kerk is dus wezenlijk missionair. Zij wordt de wereld ingezonden om de mensen tot leerlingen van Jezus te maken, tot kinderen van God, tot burgers van het Rijk Gods, op weg naar het hemelse Jeruzalem. Een vitale Kerk is dus een missionaire Kerk, waarin vele leden bereid zijn zich met heel hun leven in te zetten voor de verkondiging van het Rijk Gods onder hen die Christus en zijn Rijk nog niet kennen en waarin allen bekommerd zijn om het geloof van hun naaste. En op beide terreinen is de vitaliteit van de Kerk in ons land en in heel West-Europa jammer genoeg sterk afgenomen: onze missionarissen zijn oud en er zijn nauwelijks jonge mensen die gehoor geven aan de roepstem van de Heer en zich willen laten uitzenden naar gebieden waar het geloof nog gebracht moet worden. Integendeel Indiase priesters komen naar ons land. Je hoort ook steeds meer mensen, ook geleerde mensen, die neerbuigend zeggen: dat zieltjes winnen is niet nodig. Mensen kunnen in hun eigen godsdienst best gelukkig zijn. Je ontneemt ze hun eigen beschaving als je ze christen maakt. We moeten missie omvormen tot ontwikkelingshulp. Als het over de derde wereld gaat: geen kerken en prediking maar waterputten en vakbonden, zodat ze zich op hun eigen manier tot een menswaardig bestaan kunnen ontwikkelen. Ook bij sommige missieorganisaties in ons land lijkt de eigenlijke missie nog nauwelijks aan bod te komen. Datzelfde geldt voor veel MOV-groepen in parochies. In al hun publicaties gaat het over materiële zaken, over materiële ontwikkelingshulp. En wat zien we in het evangelie van vandaag. De 72 mogen helemaal geen materiële dingen meenemen. Ze hebben alleen de evangelische boodschap: het rijk Gods is nabij. Bekeer je. Daar gaat het Jezus om. De rest is bijzaak. Betekent dat, dat ontwikkelingshulp vanuit de Kerk niet belangrijk is? Natuurlijk wel. Dat hebben missionarissen altijd al begrepen. Ze hebben zich ook altijd materieel voor de mensen ingezet, maar het hoofddoel was toch steeds de mensen bij Christus te brengen. Dat is de eerste opdracht: dat mensen zich bekeren, laten dopen en met Christus gaan leven, die de weg de waarheid en het leven is. Het christendom is geen bedreiging voor een andere cultuur. Zo'n cultuur wordt er alleen humaner van als ze door het christendom geïnspireerd wordt. Ook in ons omgaan met elkaar zijn we steeds banger om voor ons geloof uit te komen. Je wordt er misschien door je vrienden of familie op aangekeken of uitgelachen. En we hebben dan de neiging ons op te sluiten in ons eigen geloof en te zeggen: ieder met zelf maar weten wat hij gelooft; dat is ieder eigen verantwoordelijkheid. Natuurlijk hebben mensen hun eigen verantwoordelijkheid, hun eigen vrije wil. Maar Jezus is gekomen om de mensen te redden en Hij wil de mensen die verlossing aanbieden. Hij weet en Hij heeft dat aan den lijve ervaren dat velen Hem afwijzen en dat ze ook zijn leerlingen zullen afwijzen. Hij waarschuwt hen daarvoor: zie, Ik zend u als lammeren tussen de wolven. Maar ze moeten mensen van goede wil het evangelie aanbieden, opdat gered zouden worden, opdat ze zich zouden bekeren. Een christen heeft dus niet alleen verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven. Hij is verantwoordelijk voor het heil van zijn naaste; en dat is op de eerste plaats het geestelijk heil. Een goed en liefdevol getuigenis van je christelijk geloof ten opzichte van je naaste hoort dan ook wezenlijk tot de christelijke beleving. Een christen, die een zieke die op sterven ligt materieel goed verzorgt maar het geloof in Christus niet ter sprake durft te brengen, schiet wezenlijk tekort in naastenliefde. Zoals tegen de apostelen op de paasmiddag zegt ook Jezus tegen ons: Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. Wij zijn geroepen en gezonden om Jezus verlossingswerk voort te zetten, om zoveel mogelijk mensen te winnen voor de vrede van God in Christus. Zo zijn wij een priesterlijk volk, als wij pogen mensen met God te verzoenen. Zo ook volbrengen wij het hoogste gebod, het gebod van de liefde. Amen.



14DE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Bij: Jes. 66, 10-14c
Gal. 6, 14-18
Lc 10,1-12.17-20
PREKEN
zondagen
door het jaar c