
Herinnert u zich nog de vraag van de wetgeleerde van vorige zondag: wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven. En het antwoord van Jezus: de twee grote geboden onderhouden: allereerst God beminnen met heel je hart en ten tweedé je naaste als jezelf. Over dat tweede gebod ging het grootste gedeelte van het evangelie van de vorige zondag: het verhaal van de barmhartige Samaritaan, het grote voorbeeld van de naastenliefde. Direct na dit verhaal van de barmhartige Samaritaan plaatst Lukas het evangelie van vandaag: het verhaal van Marta en Maria. En de plaats van dit verhaal is niet toevallig. Was de barmhartige Samaritaan een illustratie van het tweede gebod, het gebod van de naastenliefde, het evangelie van vandaag ziet Lukas als een illustratie van het eerste gebod: de liefde tot God. Die twee geboden mogen niet tegen elkaar worden uitgespeeld: elk van die geboden heeft zijn eigen tijd nodig: die priester en die leviet die naar de tempel gingen worden niet veroordeeld omdat ze naar de tempel gingen, maar omdat ze op dat moment geroepen werden tot naastenliefde. De naastenliefde was op dat moment belangrijker. In het evangelie van vandaag wordt de zorgzaamheid en de liefdevolle bedrijvigheid van Marta op zich niet veroordeeld. Alleen op dat moment was het beter net als Maria te luisteren, stil en rustig te worden voor de dingen van God. Alles moet zijn tijd hebben, zijn .juiste tijd, ook de vervulling van de geboden. We moeten in ons leven het juiste evenwicht vinden tussen in de weer zijn voor anderen en stil worden voor God. Ze zijn allebei nodig. Tegen mensen die alsmaar bezig zijn, al is het dan ook voor hun medemensen, zegt Jezus: Marta, Marta, wat maak jij .je druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal, haar niet ontnomen worden. En tegen mensen, die als de priester en de leviet alsmaar bezig zijn met de dingen van God zonder oog te hebben voor hun medemensen, zegt Jezus: waarom ben je niet de naaste geworden van de mens die je hulp nodig heeft? Het is voor christenen telkens weer een gewetensvol afwegen wat de voorrang moet krijgen. Het evangelie van de vorige zondag waarschuwt voor een soort heiligheid zonder naastenliefde, die geen heiligheid en het evangelie van vandaag waarschuwt voor de ketterij van de actie, zoals paus Johannes XXIII het eens genoemd heeft. In onze tijd is voor het laatste meer gevaar dan voor het eerste. God, luisteren naar Hem, biddend bij Hem zijn komt bij veel mensen nogal eens in de verdrukking. Ten onrechte zegt Jezus vandaag. De redenering van Marta: ik heb het zo druk, ik moet toch zorgen, is niet afdoende, is geen geldig excuus. Je moet van tijd tot tijd de moed hebben om de boel de boel te laten om bij God te zijn, naar Jezus te luisteren. En in het ritme van de weken, is vooral de zondag de dag van God, van het bij Hem zijn, van het luisteren naar Jezus, van eucharistie vieren. Daarom is het gebod van de zondagsplicht van de kerk een zwaar gebod, even zwaar dan het gebod van de naastenliefde. Eucharistie vieren op zondag is niet vrijblijvend, evenmin als het helpen van een gewonde die '` langs de weg ligt. Toch lijkt het alsof mensen steeds gemakkelijker die eucharistie, dat bij Jezus zijn verzuimen, met allerlei soms tamelijk goedkope smoesjes waarmee ze hun geweten sussen: een feest op zaterdagavond is voor velen al voldoende om de mis te verslapen; het hebben van kleine kinderen schijnt ook voldoende te zijn tegenwoordig. Onze ouders met veel meer kinderen hebben toch altijd wegen gevonden. De sport op zondagmorgen is natuurlijk een onding, maar als we daar met zijn allen niets aan kunnen veranderen, dan is de keuze de zaterdagavondmis of geen sport. Je kunt jezelf toch niet wijsmaken dat sport belangrijker is dan God. En kinderen die zondagmorgen onverwacht koffie komen drinken op de tijd van de mis, is dat een reden. Moet je dan niet kiezen Maria te zijn en aan de voeten van Jezus te zitten? Eucharistie vieren, bij God zijn, luisteren en in gebed zijn is een ernstige plicht, minimaal voor de zondag, maar ook op andere dagen zouden wellicht meer mensen die gelegenheid kunnen vinden als ze echt wilden. Zijn we niet teveel net als Marta, teveel in de weer voor anderen en te weinig voor God of nog erger ruilen we God niet teveel in voor echt onbelangrijke zaken? Amen.



16DE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Bij: Gen. 18, 1-10a
Kol. 1, 24-28
Lc 10.38-42
PREKEN
zondagen
door het jaar c