Er zijn globaal genomen drie soorten mensen, zusters en broeders. Allereerst mensen, die niet in God geloven. Ze beschouwen zichzelf of 'de menselijkheid', wat dat ook moge zijn als norm van leven. Maar in ieder geval maakt de mens dat zelf of met elkaar uit bij meerderheid van stemmen. De wereld is hun enige thuis. Ze moeten het hier en nu zien te halen. Ze hebben hun zinnen totaal gezet op het aardse. Een tweede groep zegt in God te geloven, maar verder verschillen ze niet zo veel van de eerste groep. God speelt geen duidelijke rol in hun leven en daardoor zitten ze ook gevangen in deze wereld. Ze durven niet verder te kijken. Ze gokken toch maar liever  in de praktijk vare het leven op aardse zekerheden. Ze passen zich aan aan de opvattingen van de dag. Ze nestelen zich inde wereld en schuiven de dood voor zich uit. In de praktijk van het leven gaan ze ervan uit: we moeten het hier en nu zien te halen. Dan tenslotte een derde groep. Dat is de groep die de bijbel als ideaal voorhoudt: de mensen die echt in God geloven en hun leven door God laten bepalen. Zoals Abraham, die als hij tot de eerste of de tweede groep gehoord had, veilig was blijven wonen in zijn stamland. Daar wist hij wat hij had. Maar Abraham had een open oor voor de stem van God, die zei: ga weg uit je land. Ik zal jou een eigen land geven. Hij had geen enkele zekerheid, dat dit zo zou zijn dan enkel de belofte van God. Hij ging op reis en ontving het land. En zo zien we in Abraham het oerbeeld van de gelovige, die omdat hij vertrouwt op Gods belofte een pelgrim is naar Gods toekomst. Een gelovige kiest bij iedere stap die hij zet voor God. Hij beschouwt zichzelf niet als de heer van zijn leven, maar kiest bewust voor Gods leiding. Zijn geboden, zijn woord zijn voor hem de dagelijkse richtingwijzers en hij weet, dat deze aarde, soms een tranendal, soms een plaats van vreugde, slechts een doorgangshuis is; geen definitieve woonplaats. Ook Jezus leefde zo op aarde. Hij deed« niets zonder zijn hemelse Vader. Niet mijn wil maar uw wil geschiede. Telkens trok Hij zich terug in gebed om vanuit Gods wil te kunnen leven: Ook voor Hem was de aarde een doorgangshuis. Hij weerstond aan aardse macht, die ook Hem probeerde te verleiden. Bij de bekoring in de woestijn zegt de satan: ik zal je alle koninkrijken der aarde neven als je mij aanbidt. Nestel je hier. Maar Jezus wijst het af. Hij zegt van zichzelf in het evangelie: de mensenzoon heeft zelfs geen steen waarop hij zijn hoofd kan leggen. De gelovige moet in zekere mate onthecht leven om aan te geven, dat hij werkelijk de wereld als een doorgangshuis beschouwt en op Gods beloften vertrouwt. Jezus laat zien in zijn leven waar het volgens Gods bedoelingen op aan komt in deze wereld: .jezelf geven in liefde aan God en aan je naaste. Jezelf de minste weten, dienaar van God en van je medemensen. Daarvan droeg hij de consequenties: hij liet zich, jon nog, doden op het kruis. Dit geloof wordt beloond met verrijzenis en hemelvaart. Aan iemand die zo gelooft maakt God zijn beloften waar. Tot dat geloof, waarin Hijzelf is voorgegaan spoort Jezus zijn leerlingen, ons dus, aan in het evangelie van vandaag: wij moeten waakzaam zijn; de lampen van het geloof brandend houden: steeds leven als echte christenen, luisterend naar Jezus woord, levend naar zijn voorbeeld. Je mag je niet innestelen in deze wereld met het idee van: laat ik er maar van genieten. Ik heb nog tijd genoeg. Later zal ik wel eens wat meer aan God gaan denken of aan mijn medemensen. Nu kom ik op de eerste plaats. Zo denken is uiterst gevaarlijk: want de dood en daarmee de mensenzoon kan plotseling komen als een dief in de nacht. En o wee, als je dan met lege handen staat. Leef volgens het geloof, volgens het voorbeeld van Christus; dan ben je altijd bereid. Wanneer Hij dan komt, al is het midden in de nacht. Hij zal je begeleiden naar het gastmaal van het eeuwig leven. Amen.
19DE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Bij: Wijsh. 18, 6-9
Hebr. 11, 1-2.8-19
Lc. 12, 32-48
PREKEN
zondagen
door het jaar c