Er is in onze kerk op het ogenblik een tamelijk grote gezapigheid, een religieus minimalisme. We vinden het nogal gauw goed. De mensen die nauwelijks naar de kerk gaan, hun dagelijks gebed verwaarlozen zeggen: we zijn toch goede christenen, we leggen niemand een strobreed in de weg. Mensen die wel naar de kerk gaan, zijn vaak uiterst tevreden over zichzelf omdat ze die ene keer in de week naar de kerk gaan. Wat het leven betreft, wordt vaak de gemakkelijkste weg bewandeld. Problemen worden vaak niet op een christelijke manier op gelost, maar op de manier zoals de ,meeste mensen het op het ogenblik doen. Moeilijkheden in een huwelijk leiden tamelijk vlug tot een echtscheiding. En daarna is een tweede huwelijk, of een of andere relatie voor veel mensen geen gewetenszaak meer. Ik noem nu een paar in het ooglopende voorbeelden, maar het is vaak over de hele lijn van het leven zo. Gods wil, zijn bedoelingen met ons, zijn geboden spelen een kleiner wordende rol of soms helemaal niet meer. Bijna tegen beter weten in wordt daarentegen God gemaakt tot degene, die dat alles wel goed zal vinden: de begrijpende, barmhartige God. De vrees voor straf, die in het verleden vaak een te grote rol speelde in het leven van mensen, is nu praktisch helemaal uitgebannen. Als je mensen op hun sterfbed vraagt: zou u niet willen biechten? dan zeggen velen: och nee, ik heb altijd goed geleefd. Dat zeggen ze zelfs aan de bijzit er inderdaad bijzit en hand vasthoudt. Bij velen wordt de priester niet eens meer bij het sterfbed geroepen. Ze hebben de sacramenten blijkbaar niet nodig. En iedereen roept, als een dierbare gestorven: die is recht naar de hemel gegaan. Het was zo'n goeie mens. Nou moet ik eerlijk zeggen, dat ik dat ik dat niet allemaal zo zeker weet. Natuurlijk is God barmhartig, maar ik kan uit de bijbel niet lezen, dat Hij een soort lamme goedzak is, die niks anders doet dan zeggen: kom maar binnen; het doet er niet toe wat .je gedaan of niet gedaan. Mijn hemel staat voor .jou open. Zo wijd is die hemelpoort niet. Jezus heeft het vandaag over een nauwe deur, waarvoor je je tot het uiterste moet inspannen om erdoorheen te komen. Je moet je tot het uiterste inspannen om het eeuwig leven te verwerven. Dat geldt voor de Joden, tegen wie Jezus dit zegt en die meenden, dat ze er wel zouden komen, omdat ze bij te uitverkoren volk hoorden. Maar dat geldt evenzeer voor ons, christenen, die denken, dat we er wel zullen komen omdat we gedoopt zijn, of alleen omdat we zondags naar de kerk gaan. Gezapigheid, omdat je denkt dat je zo goed bent, is gevaarlijk. Want dan span je je niet meer in. Dan vind je het wel goed. Dan gooi je het gemakkelijk op een akkoordje met ,je geweten. Dan hebben bij God die talloze mensen uit oost en west, die nog nooit van Christus gehoord hebben, maar die volgens hun overtuiging serieus leven naar God toe, vele streepjes voor. Zij zullen het koninkrijk Gods binnengaan, terwijl christenen, die het wel goed vonden, die precies wisten wat God wilde, maar het niet deden, buiten geworpen worden. Dat zegt Jezus vandaag. Jezus zelf, Gods Zoon, heeft niet geaarzeld door de nauwe poort binnen te gaan. Hij zocht in alles de wil van de Vader en aanvaardde daarvoor het kruis en de vroege dood. Ook wij in onze eigen levenssituatie zullen er steeds op bedacht moeten zijn Gods wil te doen en dat is lang niet altijd het gemakkelijkste: je kruis aanvaarden als je er ook met een grote boog omheen kunt lopen. En natuurlijk maken we als zwakke mensen daarbij fouten, ook als we het serieus proberen. Gods barmhartigheid vergeeft ons, als we tot Hem terugkeren en opnieuw beginnen. Maar zomaar uit laksheid vertrouwen op Gods goedheid; de brede weg van de wereld bewandelen, leidt niet tot God, maar tot de ondergang. Dat leert het evangelie van deze zondag. Amen.

21STE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Bij: Jes. 66, 18-21
Hebr. 12, 5-7.11-13
Lc 13, 22-30
PREKEN
zondagen
door het jaar c