De wortel van alle kwaad is de hoogmoed, de trots, de eigenwaan van de mens. Zo was het in het begin en zo is het nu nog. Adam, de mens wil aan God gelijk zijn, hoewel hij in feite maar een schepsel is, nietig en vergankelijk. Hij blaast zichzelf op tot een god en doet alsof hij God niet nodig heeft. Zo was het in het aards paradijs. De mens negeert Gods gebod en eet van de verboden vrucht. En meteen schildert het bijbelverhaal de gevolgen van die hoogmoed. De mens is zichzelf inderdaad een god geworden, maar wel een lachwekkende god, naakt en ploeterend, belaagd door ziekte en pijn en zijn toekomst is de dood. En de levende God is onbereikbaar geworden. Zo vergaat het de trotse Adam, die zichzelf tot norm maakt, die volledig vertrouwt op zijn macht, zijn rijkdom, op de kennis van zijn verstand. Zijn ondergang is slechts een kwestie van tijd. De oude Adam leeft in een roes. Hij voelt zich geweldig als hij van de vrucht eet: als hij zich niets hoeft aan te trekken van Gods geboden, als hij plezier kan maken, als hij zich kan laten voorstaan op rijkdom, macht en kennis. Het is een roes die voorbijgaat. De oude Adam heeft geen toekomst. Als christenen zijn wij verlost uit die oude-adam-situatie: de nieuwe Adam, de nieuwe mens Jezus Christus heeft ons leven weer toekomst gegeven door de mens opnieuw met God te verbinden. Wordt de zonde bepaald door de hoogmoed, Christus' verlossingswerk wordt getekend door de totale nederigheid en dienstbaarheid: Zoals Paulus schrijft: Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd door het bestaan van een dienstknecht op zich te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood tot de dood op het kruis. Daarom heeft God Hem zeer verhoogd. In totale nederigheid heeft Christus, de Zoon van de Vader aan God het juiste antwoord van de mens aan God gegeven. Die nederigheid heeft voor Hem en voor die Hem volgen de poort van het leven geopend. Als wij kiezen voor Jezus, voor de nieuwe Adam, voor toekomst bij God, voor eeuwig leven, dan moeten wij ons ontdoen van de oude Adam, van de trotse Adam, die zich niets gezeggen laat, die zelf zijn leven wil bepalen, die doet waar hij zin in heeft en die het vooral fijn vindt als mensen tegen hem opzien, als hij indruk kan maken met rijkdom, macht of kennis. Die oude Adam moet in ons plaats maken voor de nieuwe. De geest van deze wereld moet in ons wijken voor de Geest van Jezus, de heilige Geest. En dat klinkt allemaal mooi zolang het theorie blijft. Dan zeggen we allemaal ja. Maar het gaat Jezus om de praktijk van het leven van alledag. Het gaat hem om mensen die de nederigste plaatsen aan tafel innemen; die als ze iemand iets geven niet verwachten iets terug te krijgen. Dan wordt het wel heel concreet. Want hoe vaak zijn we niet in onze kam gepikt, als we niet volgens onze rang en stand behandeld  worden of wanneer iemand niet iets terugdoet voor wat we voor hem gedaan hebben. Werkelijk onbaatzuchtig ben je, zegt Jezus, als je goed doet aan mensen van wie je zeker weet, dat ze je niets ervoor terug kunnen of willen geven. Nederigheid heeft ook alles te maken denk ik met het aanvaarden van gezag: gezag van ouders, gezag van de kerk. Je leven zelf niet autonoom willen bepalen, maar willen laten bepalen door gehoorzaamheid aan God, aan ouders, aan kerk; door het beroep dat mensen op je doen. Dat is leven volgens de nieuwe Adam, christen zijn. Dat kost moeite. Immers het resultaat is niet direct zichtbaar. Het wordt lang niet altijd meteen beloond. Je zult erop moeten vertrouwen zegt Jezus, dat het u zal worden vergolden bij de opstanding van de rechtvaardigen. Nederigheid betekent bij alles wat je doet niet jezelf centraal stellen, maar God en zijn wil. Nederigheid ligt dan dicht bij geloof. Nederigheid betelcent ook in je omgaan met mensen niet van jezelf uitgaan, maar van de ander. Hem hoger achten dan jezelf. Dat komt dan heel dicht bij liefde. In ons zal het een voortdurende strijd moeten zijn om de hoogmoed te laten wijken voor de nederigheid, om niet telkens terug te vallen op de oude mens, de trotse Adam: want wie zich verheft, zal vernederd en wie zich vernederd zal verheven worden. Amen.
22STE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Bij: Eccl. 3, 17-18.20.28-29
Hebr. 12, 18-19.22-24a
Lc 14, 1.7-14
PREKEN
zondagen
door het jaar c