
De profeet Jesaja spreekt in de eerste lezing tot het volk Israël en de stad Jeruzalem, die het op dat moment moeilijk hebben. Ze zijn in desolate toestand. Je zou het volk "de Verlatene" kunnen noemen, verlaten door God vanwege hun zondigheid en het land "Woestenij", want het is door oorlogen verwoest. Maar dat zal niet zo blijven, zegt Jesaja namens God. Er komt een tijd, dan zal het volk "Mijn (Gods) Welbehagen" heten en het land "Gehuwde", gehuwd namelijk met God. En dat beeld van het huwelijk, dat gebruikt wordt om Gods heerlijke toekomst met Israël aan te geven, wordt nog verder uitgewerkt: "Zoals een jongen zijn meisje trouwt, zo zal God u trouwen, en zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid, zo zal God zich verheugen in u." De toekomst met God, het komende rijk van God wordt door Jesaja, maar ook door de andere profeten beschreven als een huwelijk, als de verhouding tussen God, de bruidegom, en het volk, de bruid. En de vreugde van dat rijk wordt uitgedrukt in de termen van een bruiloftsfeest.
Datzelfde beeld wordt overgenomen door Jezus. Hij noemt zichzelf "de Bruidegom". De apostel Paulus spreekt in zijn Efesiërsbrief over Christus, de bruidegom, die de Kerk als een heerlijke bruid tot zich heeft gevoerd, nadat Hij voor haar gestorven is en nadat Hij haar heeft gereinigd door het waterbad en het woord. De apostel Johannes spreekt over de hemelse zaligheid als over de bruiloft van het Lam, Christus, met zijn bruid de Kerk. We zien het doortrekken van hetzelfde beeld als Jesaja gebruikt, maar Christus, Gods Zoon, is nu de bruidegom, en de Kerk, het nieuwe Israël, is de bruid. Christus heeft zich die bruid verworven door voor haar te sterven op het kruis en door die verworven verlossing op haar toe te passen door het doopsel.
Deze beelden moeten we goed vasthouden, als we het evangelieverhaal van de bruiloft van Kana willen begrijpen. Als de evangelist Johannes een wonderverhaal vertelt, heeft hij daar altijd een speciale bedoeling. In tegenstelling tot de andere evangelisten, vertelt hij er ook maar vijf. Maar dat zijn dan ook allemaal tekenen, onderstrepingen van het werk van Jezus.
Dat het in dit evangelie niet zomaar gaat over het helpen van een bruidspaar dat in nood is, wordt onderstreept door de woorden van Jezus tot Maria: "nog is mijn uur niet gekomen". Immers het woord "uur" bij Johannes, betekent altijd het uur van de kruisdood wat dan bij Johannes tegelijk de verrijzenis en de hemelvaart in houdt. Het uur is het uur van de verlossing. Dat betekent het hier ook. En als Jezus dan toch actie onderneemt, betekent het dat zijn uur van zijn verlossende kruisdood, van zijn glorievolle verrijzenis en hemelvaart begonnen is. En het past ook, dat dat uur begint op een bruiloft. Immers het uur zal uitlopen op de eeuwige bruiloft van Christus, de bruidegom, met zijn bruid de Kerk. De bruiloft van Kana, zoals nu het huwelijk van alle gedoopten, is het teken van de eeuwige bruiloft van het Lam. Er is nog meer: Jezus verandert water in de allerbeste wijn en wel in enorme overvloed, zeshonderd liter. Ook dat is een beeld van het goddelijke bruiloftsmaal. De profeten hadden voorspeld, dat Godzelf zou zorgen voor een overvloed van de beste wijn. Dat wordt hier in Kana al werkelijkheid. Het Rijk Gods begint. En als Jezus op de laatste avond van zijn leven ons als onderpand van het eeuwige bruiloftsmaal de eucharistie geeft, kiest Hij uiteraard de wijn om als hemelse bruidegom de vreugde van zijn bruid de Kerk te zijn. Hier wordt de wijn nog beter: hij wordt het Bloed van de bruidegom, dat de bruid schoonwast en dat haar steeds weer vreugde geeft om de verlossing. Bij het laatste avondmaal grijpt Jezus ook terug naar een ander belangrijk teken: de wonderbare spijziging waar Hij de emnigte voedde met vijf broden en twee vissen. Ook dan kiest Hij brood om zijn bruid, de kerk, blijvend te voeden met zijn Lichaam waardoor ze verlost is.
De wonderbare spijziging en de bruiloft van Kana zijn een teken van het hemelse gastmaal, van het bruiloftsmaal van het Lam. In deze tekenen begon Jezus zijn heerlijkheid te openbaren, een heerlijkheid die voor allen zichbaar zal worden, als alles is voltooid. Wij, christenen, die die tekenen verstaan en uitzien naar het voltooiing, wij hebben een verder en een beter teken dan de bruiloft van Kana. Wij hebben al een vervulling van die tekenen, we hebben het sacrament van de bruiloft van het Lam. In de eucharistie vieren we in brood en wijn onze verbondenheid met de bruidegom, die zelf brood en wijn verandert in zijn lichaam en bloed en zijn paasmaal met ons houdt. Zo zijn wij nooit 'verlatenen' maar Gods 'Welbehagen' in Christus. Amen.



2DE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Bij: Jes. 62, 1-5
1 Kor. 12, 4-11
Joh. 2, 1-12
PREKEN
zondagen
door het jaar c